Artikel 25ca Auteurswet: welke exploitatiecijfers je uitgever je elk jaar moet geven, en wat je doet als ze uitblijven

De jaarafrekening van een muziekuitgever is vaak één pdf met een regel “streaming” en een bedrag eronder. De Auteurswet stelt daar een ondergrens aan: de transparantieverplichting uit de EU-richtlijn auteursrecht geldt op grond van de overgangsbepaling van die richtlijn vanaf 7 juni 2022, en artikel 25ca lid 1 verplicht de wederpartij van de maker om ten minste eens per jaar uit zichzelf te informeren over de exploitatiewijzen, de daarmee gegenereerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding, in actuele, relevante en volledige vorm. Het gaat daarbij om het auteursrecht van de maker; de naburige rechten van uitvoerend kunstenaars hebben hun eigen regime in de Wet op de naburige rechten.

Wat er per exploitatiewijze op tafel moet komen

Voor een song komt die uitsplitsing in de praktijk neer op afzonderlijk zicht op mechanische reproductie, streaming, download, synchronisatie, uitvoeringsrechten en licenties aan derden — een sectorspecifieke invulling waarop lid 1 zelf aanstuurt, geen letterlijk wettelijk schema. De opgave ziet bovendien op de gegenereerde inkomsten naast het aan de maker verschuldigde bedrag, dus op wat er binnenkwam voordat kosten, afdrachten en recoupment eraf gingen. Heeft je uitgever doorgelicentieerd aan een subuitgever, dan verplicht het tweede lid die licentienemer om de ontbrekende cijfers te leveren, en heb je recht op de identiteit van die licentienemer.

Waar de plicht ophoudt, en waar Buma/Stemra buiten valt

Artikel 25ca kent twee uitzonderingen: een niet-significant aandeel in het werk, en administratieve lasten die aantoonbaar onevenredig zijn aan de exploitatie-inkomsten. De wet koppelt significantie niet aan een percentage, en de eerste uitzondering vervalt zodra je aantoont dat je de cijfers nodig hebt voor een beroep op artikel 25d, de bepaling over de aanvullende billijke vergoeding bij een onevenredige verhouding tussen jouw vergoeding en de opbrengst. De tweede beperkt de omvang van de opgave en geeft geen vrijstelling. Artikel 25b lid 3 haalt daarnaast overeenkomsten met een collectieve beheersorganisatie uit de regeling: je aansluitingscontract met Buma/Stemra loopt langs een ander spoor.

De route bij weigering en de zes contractpunten

Weigert je wederpartij, dan wijst artikel 25g de weg naar de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht, waar ook een belangenvereniging namens makers een geschil kan aanbrengen. Of een zaak wordt behandeld hangt af van de voorwaarden van de commissie: de exploitant moet zijn aangesloten of instemmen, voor voortzetting tot een uitspraak is de instemming van beide partijen nodig, en uitspraken in anoniem of door een vereniging aangebrachte geschillen zijn volgens die voorwaarden niet bindend. Het artikel sluit af met zes punten die je vóór de eerste afrekening in je uitgave- of licentiecontract vastlegt: frequentie en uiterste datum, uitsplitsing per exploitatiewijze en territorium, de namen in de licentieketen, een auditclausule met kostenregeling, geen korte vervaltermijn op bezwaren, en de gevolgen van een buitenlandse rechtskeuze onder artikel 25h lid 2.

Meer lezen

Subuitgave in het buitenland: afrekenen aan de bron of op ontvangst

In een samengesteld rekenvoorbeeld staat onder het kopje Japan 412 euro op de jaarafrekening, terwijl in Tokio voor hetzelfde nummer in datzelfde boekjaar 1.180 euro is geïnd. Geen rekenfout en geen fraude: het verschil komt voort uit contractuele keuzes die jaren eerder zijn gemaakt.

Waar het percentage wordt afgetrokken, telt zwaarder dan hoe hoog het is

Een subuitgever int in zijn eigen gebied en houdt daar een deel van in. Hoe groot dat deel is, staat nergens in de wet en verschilt per territorium en per onderhandelingspositie. De beslissende vraag gaat over het punt waarop de maker zijn eigen aandeel berekend krijgt. Bij afrekening aan de bron gebeurt dat over het bedrag zoals het in het land van herkomst is geïnd, vóór iedere inhouding onderweg. Bij afrekening op ontvangst gebeurt het over wat er bij de Nederlandse uitgever binnenkomt. Bij een 50/50-verdeling en één subuitgever die een kwart houdt, scheelt dat het verschil tussen vijftig en zevenendertig en een half procent van hetzelfde bronbedrag. Met een tweede schakel loopt dat verder op, en nergens verschijnt het als kostenpost; het verdwijnt in de grondslag.

Dezelfde euro, twee wettelijke regimes

Buitenlandse inkomsten uit Nederlands repertoire reizen langs twee sporen. Het collectieve spoor loopt via de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen zusterorganisaties, en dat spoor is wettelijk dichtgetimmerd: de toezichtwet voor beheersorganisaties bindt de inhouding, de betaaltermijn tussen organisaties en de doorbetaling aan rechthebbenden, behoudens objectieve redenen, en het College van Toezicht Auteursrechten ziet erop toe. Het private spoor van het subuitgeefcontract kent geen sectorspecifieke termijn, geen sectorspecifiek inhoudingsplafond en geen toezicht van het College. Wat er geldt, staat in de akte, en die akte wordt vrijwel altijd door de uitgever aangeleverd.

Het artikel loopt beide sporen na met de bepalingen erbij, laat zien waarom een rechtskeuze voor Engels recht in het hoofdcontract het dwingendrechtelijke auteurscontractenrecht van hoofdstuk Ia Auteurswet niet opzijzet, en waarom de maker toch gegevens kan opvragen bij een subuitgever waarmee hij nooit iets heeft getekend. Het sluit met zes bepalingen die vóór ondertekening in een subuitgeefcontract horen, van de definitie van het bronbedrag tot het belastingcertificaat en de nasleep na afloop.

Meer lezen

Wie bewijst dat een stream echt was?

Op regel veertien van de kwartaalafrekening staat een correctie: ruim veertigduizend afspeelbeurten zijn teruggedraaid en het bedrag is in mindering gebracht. De toelichting noemt ze ongeldig en verder niets — niet welke streams, niet uit welke markt, niet waaruit de ongeldigheid blijkt. Streaminginkomen rust op een telling die door een ander wordt vastgesteld en die elke schakel onderweg mag bijstellen. Dit stuk gaat over de vraag wie moet aantonen dat een afspeelbeurt echt was, en over wat u daarover in uw distributie- en labelcontract kunt vastleggen voordat de eerste correctie binnenkomt.

Bewijslast, verrekening en boete

Artikel 150 Rv legt de bewijslast bij wie zich op de rechtsgevolgen van gestelde feiten beroept. Vordert de distributeur na uitbetaling geld terug of beroept hij zich op een boetebeding, dan stelt hij de kunstmatige streams en draagt hij daarvan in beginsel de bewijslast; vordert de artiest betaling van wat is ingehouden, dan verschuift het beeld en bepaalt het verweer hoe de stelplicht verder loopt. Contracten draaien dat om met een bewijsafspraak waarin de rapportage van de dienst tussen partijen dwingend bewijs oplevert; dat is toegestaan, maar tegen dwingend bewijs staat in beginsel tegenbewijs open, tenzij dat rechtsgeldig is uitgesloten. Daarnaast geeft artikel 6:136 BW de rechter de discretionaire bevoegdheid een beroep op verrekening te passeren wanneer de gegrondheid van de tegenvordering niet op eenvoudige wijze is vast te stellen, en biedt artikel 6:94 BW ruimte om een boete te matigen — terughoudend, en alleen wanneer toepassing van het beding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt.

Wie de streams kocht, bepaalt de aansprakelijkheid

Zet een artiest zelf een promotiebureau in bij de nakoming van zijn verplichtingen, dan is hij op grond van artikel 6:76 BW voor het gedrag van die hulppersoon aansprakelijk alsof het zijn eigen gedrag was. Handelt een derde volledig buiten hem om — een concurrent die bots op de titel zet om die te laten afkeuren — dan ontbreekt de toerekenbare tekortkoming en houdt hij een eigen vordering uit onrechtmatige daad. Standaardvoorwaarden van distributeurs maken dat onderscheid zelden en koppelen de sanctie aan het enkele feit dat er kunstmatig verkeer op de titel stond; een clausulecheck vooraf is daar goedkoper dan een discussie achteraf.

Waarom eerlijke releases opvallen

Detectie werkt op patronen, en legitieme muziekpraktijk maakt patronen die op fraude lijken. Functionele muziek bestaat uit korte tracks die in lange passieve sessies achter elkaar doorlopen en daarmee luistercurves opleveren die weinig lijken op die van een popsingle; een betaalde campagne in een nieuwe markt geeft een geografische piek zonder voorgeschiedenis; een pre-savecampagne bundelt luisteraars rond hetzelfde releasemoment. Hoe zwaar een concrete dienst zulke signalen weegt, is van buitenaf niet vast te stellen. Aannemelijk is dat de aanwas van machinaal gegenereerde uploads de detectiedrempels verder opschroeft — bewezen is dat verband niet, want de diensten publiceren hun maatstaven niet — en strengere drempels raken ook wie niets verkeerd doet. De invoerkant van diezelfde ontwikkeling staat in de post over trainingsrechten in de labeldeal. Een vooraf gemelde afwijking is een verklaring; een ontdekte afwijking is een verdenking. Het artikel sluit af met zeven punten die vóór de eerste correctie in het distributiecontract horen te staan: een objectieve definitie, een specificatieplicht per titel en markt, een reactietermijn, depot in plaats van definitieve verbeurte, begrenzing tot de betrokken titel, geen cumulatie van boete en schade, en toegang tot de onderliggende opgave.

Meer lezen

Een onbetaalde studiofactuur maakt de studio nog geen rechthebbende

De laatste sessiedag is voorbij, de mix staat, en de factuur blijft onbetaald. Twee weken later vraagt de artiest om de bestanden en antwoordt de studio dat er eerst betaald moet worden. Beide partijen gaan er dan van uit dat de studio iets vasthoudt wat de ander nodig heeft, terwijl zelden scherp is welk ding dat precies is. Rond één opname liggen namelijk drie posities door elkaar: de drager waarop de bestanden staan, het fonogram met daarop het naburige recht van de producent, en het werk met daarop het auteursrecht van componist en tekstdichter. Een onbetaalde factuur raakt geen van die drie. Zij levert een vordering op, en wie geld te vorderen heeft wordt daarmee geen rechthebbende op de opname.

Waarom het retentierecht om de schijf sluit en niet om de opname

Artikel 3:290 BW geeft een schuldeiser de bevoegdheid de afgifte van een zaak op te schorten, en artikel 3:2 BW omschrijft zaken als de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. De drager is een zaak, het bestand niet. Geen van beide regimes werkt automatisch: er moet een opeisbare vordering zijn en voldoende samenhang met de opgeschorte verbintenis, en voor retentie ook feitelijke macht over de zaak en een verplichting tot afgifte daarvan. Is daaraan voldaan en gaat het om een schijf, tapespoel of toestel van de opdrachtgever, dan bestaat er een echt retentierecht, met de bijzondere derdenwerking van artikel 3:291 BW en het voorrecht bij verhaal van artikel 3:292 BW. Staan de bestanden alleen op de eigen systemen van de studio, dan is er geen zaak die moet worden afgegeven en resteert het gewone opschortingsrecht van artikel 6:52 BW. Dat kan op grond van artikel 6:53 BW ook tegen schuldeisers van de wederpartij worden ingeroepen, maar het mist het goederenrechtelijke voorrecht dat retentie wel geeft. Daar komt een productiepraktisch punt bij: rond een release bestaan minstens vier lagen — sessieproject, stems, mixdown en master — die bij verschillende partijen liggen, zodat een afspraak over "afgifte van de master" zonder laagaanduiding weinig betekent en opschorting op de verkeerde laag geen drukmiddel oplevert.

De vraag die het meeste geld beweegt

Artikel 1 onder d van de Wet op de naburige rechten wijst als producent van fonogrammen aan wie een opname voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen. De Hoge Raad legde die maatstaf op 17 december 2021 vast in het licht van de Conventies van Rome en Genève en het WPPT: producent is wie de organisatie van de eerste opname op zich neemt en daarvoor de financiële verantwoordelijkheid heeft. In feitelijke instanties was daarbij niet beslissend wat de productieovereenkomst bepaalde, maar de vastgestelde gang van zaken. Een studio die tegen dagtarief ruimte, apparatuur en een engineer levert terwijl artiest of label de opname organiseert en financiert, verricht een dienst en heeft het uitsluitend recht van artikel 6 Wnr niet: zij kan de exploitatie niet op die grondslag verbieden en de opname niet op eigen naam uitbrengen. Machteloos is zij daarmee niet, want een rechtmatige opschorting van de levering kan de release nog vertragen. Wettelijke producentstatus, een contractueel aandeel in de master en een overdracht of licentie zijn daarbij drie verschillende dingen: artikel 9 Wnr verlangt voor een overdracht een schriftelijke overeenkomst én de levering bij akte van artikel 3:95 BW, en voor een exclusieve licentie de schriftelijke overeenkomst. Het onderscheid is financieel beslissend, omdat artikel 7 lid 4 Wnr de billijke vergoeding voor commercieel uitgebrachte fonogrammen gelijkelijk verdeelt over uitvoerende kunstenaars en producent: een verkeerde producentaanmelding bij Sena kan de producentenvergoeding voor die opname misrouteren zolang de claim niet wordt gecorrigeerd, waarbij Sena vergoedingen maximaal drie jaar reserveert voor wie zich niet heeft aangemeld en onterechte betalingen tot vijf jaar na uitbetaling mag terugvorderen.

Vijf punten in de opdrachtbevestiging

Het artikel eindigt met vijf vragen die vóór de eerste sessiedag horen te zijn beantwoord: wie producent wordt en wie aanmeldt bij Sena, welke lagen in welk formaat worden geleverd en wie ze bewaart, of de afgifteplicht bij oplevering of bij betaling ontstaat, van wie de drager is waarop wordt geleverd, en wat er bij niet-betaling gebeurt — inclusief de vaststelling dat een pandrecht op het naburige recht eigen vestigingsformaliteiten kent en niet met een enkele bepaling in de opdrachtbevestiging tot stand komt. De spiegelversie geldt voor de artiest en het label, voor wie de eigen onderhandelingspositie uiteindelijk afhangt van de vraag op wiens schijf de bestanden staan.

Meer lezen

Trainingsrechten worden de nieuwe inkomstenstroom in de labeldeal

Eind oktober 2025 legde Universal Music Group zijn rechtszaak tegen Udio bij en kondigde een gelicentieerde AI-muziekdienst aan; Warner volgde binnen een maand met Suno. Daarmee ontstond in enkele weken een markt die daarvoor alleen in dagvaardingen bestond: betaalde toestemming om opnamen en composities te gebruiken als trainingsmateriaal. De trainingsrechten op muziek worden daarmee een eigen inkomstenstroom, en die stroom komt op catalogusniveau binnen, bij het label en de uitgever. Wat daarvan bij de individuele artiest, producer of songwriter terechtkomt, hangt af van de tekst van zijn eigen label- of uitgavecontract.

Waarom AI-bedrijven nu betalen

De omslag heeft een Europese onderbouw. Het Landgericht München I verbood Suno op 31 juli 2026, in eerste aanleg, om zes beschermde werken zonder licentie te reproduceren of voor AI-training te gebruiken, de eerste Europese uitspraak over AI-muziek zelf; in november 2025 plaatste dezelfde rechtbank in de zaak van GEMA tegen OpenAI gememoriseerde songteksten al buiten de tekst- en dataminingsexceptie. Aanbieders van general-purpose AI-modellen moeten sinds augustus 2025 bovendien een publieke samenvatting van hun trainingsmateriaal publiceren, voor bestaande modellen uiterlijk in augustus 2027, inclusief de manier waarop zij rechtenvoorbehouden respecteren. Wie zijn rechten machinaal leesbaar voorbehoudt, zoals artikel 15o Auteurswet mogelijk maakt, zet daarmee de deur naar een betaalde licentie open. Dat voorbehoud wordt alleen uitgeoefend door wie de rechten beheert, en dat is na een overdracht zelden de maker zelf.

Wat het contract moet regelen

Oudere label- en uitgavecontracten dragen vaak rechten over voor alle huidige en toekomstige exploitatievormen, gesloten toen AI-training nog niet bestond. Het auteurscontractenrecht geeft de maker daar gereedschap: artikel 25c Auteurswet kent een aanvullende billijke vergoeding toe bij exploitatie op een destijds onbekende wijze, en artikel 25ca verplicht de exploitant tot jaarlijkse verantwoording over opbrengsten. Het artikel loopt vier contractvragen langs: valt training onder de overdracht, wordt trainingsomzet per werk royaltydragend afgerekend, is er een opt-in voor stem en naam, en verschijnen AI-inkomsten als eigen categorie op het royaltystatement. Wie die vier antwoorden kent, weet wat de nieuwe licentiemarkt hem waard is.

Meer lezen

Self-service contractscan met tegenvoorstel: teken je artiesten-, label- of managementcontract niet meer blind

Self-service contractscan met tegenvoorstel — Het contract komt ná het applaus

Een manager die in je gelooft, een label dat je wil, een boeker die je agenda vol belooft te spelen. In de muziek komen contracten op het mooiste moment — precies wanneer je het minst kritisch wilt zijn. Wie dan "even snel" tekent, tekent nogal eens voor jaren: een artiesten-, label- of managementcontract regelt wie er over jouw carrière en inkomsten meebeslist. De nieuwe Muziek- & IE-contractscan (self-service) op muziekenrecht.nl leest je contract clausule voor clausule en beoordeelt elke bepaling met Groen, Oranje of Rood — met uitleg in gewone taal en concrete verbeterpunten voor je onderhandeling.

De zin die jaren doorbetaalt

Neem: "Ook na afloop ontvangt de manager commissie over lopende deals." Lijkt redelijk — die deals zijn samen opgebouwd. Maar zonder scherpe definitie kan élke deal die ooit onder het contract begon eronder vallen: het doorlopende platencontract, de publishingdeal, de jaarlijkse festivalboeking. Jaren na het afscheid betaal je nog steeds. De scan kleurt zo'n clausule rood en zegt erbij wat een goede post-term-regeling wél doet: begrenzen in tijd én bron. Ook stilzwijgende verlengingen, wereldwijde exclusiviteit en volmachten komen langs — plus de GAP-detectie voor wat er ontbreekt, zoals een inspanningsverplichting voor het label of een regeling als je manager stopt.

Twintig jaar deals als bodem — geen invuloefening

De analyse wordt getoetst aan de eigen contractpraktijk: twintig jaar onderhandelde muziekcontracten, van eerste platendeals tot internationale managementovereenkomsten. De scan herkent een clausule als patroon met een geschiedenis — dit beding kostte artiesten geld, dat beding hield stand. Voor artiesten, dj's, singer-songwriters en producers, én voor startende labels en agency's. Eerst gratis je risicoprofiel zien kan na aanmelding voor de nieuwsbrief; de volledige analyse (alle oordelen, verbeterpunten, GAP-detectie, rapport per e-mail) is er vanaf €119, eenmalig per contract, geen abonnement. Je contract wordt niet bewaard. Lees hoe de scan werkt en hoe je het rapport inzet in het gesprek met je manager of label — als gelijke, met de feiten aan jouw kant, vóór de handtekening.

Wat je verder leest in dit artikel

Drie clausules uit een managementcontract mét het oordeel van de scan, de vijf tariefklassen (± 450 woorden per pagina, je ziet je prijs direct), hoe je het rapport inzet zonder de relatie met je manager te beschadigen, en de antwoorden op de meestgestelde vragen — van boekingscontracten tot lopende overeenkomsten die je eindelijk wilt begrijpen.

Zo werkt het: je voert de self-service contractscan zelf uit — een zelf-scan zonder afspraak, een zelf-check wanneer het jou uitkomt — en weet binnen enkele minuten welke clausules groen, oranje of rood zijn, en waar je kunt onderhandelen. Nieuw: je ontvangt een concreet tegenvoorstel met vervangingstekst dat je de wederpartij kunt toesturen.

Meer lezen

Sessiemuzikanten en buy-outs: waarom een opnamevergoeding geen afstand van rechten is

De fee is niet het hele verhaal

Een sessiemuzikant krijgt vaak een dagvergoeding, studiofee of buy-out. Dat voelt overzichtelijk, maar een betaling zegt niet automatisch welke exploitatie later is toegestaan. De opname kan in handen van een label of producer komen, terwijl de uitvoerende musicus nog steeds belang heeft bij naburige rechten, credits, metadata en de grenzen van hergebruik.

Voor makers en labels wordt dat zichtbaar zodra een track verder reist dan de oorspronkelijke release. Denk aan sync, remixes, compilaties, library music, samples of internationale catalogusdeals. De vraag is dan niet alleen of de sessie betaald is, maar ook of de toestemming duidelijk genoeg is voor derden die de chain of title controleren.

Waarom buy-out precies moet zijn

Het woord buy-out is handig, maar gevaarlijk wanneer het als afkorting voor alles wordt gebruikt. Een goede clausule noemt welk materiaal is opgenomen, welke rechten worden geregeld, welke vergoeding daar tegenover staat en welke exploitatievormen zijn toegestaan. Streaming, reclame, games, social video, remixes en sample packs horen niet automatisch in dezelfde mand.

Ook credits en collectief beheer verdienen aandacht. Sena, Buma/Stemra en individuele contracten werken niet als één pot. De bassist, vocalist, producer, songwriter en fonogrammenproducent kunnen op verschillende lagen zitten. Juist daarom moet een opnamecontract de rechtenketen van de sessie leesbaar maken.

Praktische contractwaarde

Een heldere sessieafspraak beschermt beide kanten. De opdrachtgever kan de master makkelijker exploiteren, omdat syncpartijen, distributeurs en kopers minder onzekerheid zien. De sessiemuzikant weet wanneer de fee alles dekt en wanneer een apart gebruik opnieuw besproken moet worden.

Laat vooral opletten bij creatieve arrangementen, herkenbare hooks, stems, librarygebruik en brede zinnen over "all rights" of "future uses". Een korte opname kan later de waarde van een hele release dragen. Dan is het verstandig dat de studioafspraak meer is dan een factuur met een bedrag en een vage mailwisseling.

Meer lezen

Muziekcontract laten checken vóór je tekent: van royalty's tot AI-clausules

Eén zin op pagina veertien

Een muziekcontract laten checken vóór u tekent is professioneel ondernemerschap: na de handtekening is onderhandelen voorbij. Dit artikel laat zien wat een muziekjurist nakijkt — en waarom juist nu.

Van royaltybasis tot AI-clausule

Vijf bepalingen doen het vaakst pijn: de royaltybasis, overdracht versus licentie, de exit, de rolverdeling — en de nieuwe generatie AI-clausules in muziekcontracten.

Een onderhandelagenda, geen wantrouwen

De uitkomst van een check is een lijst van drie tot vijf punten die u nog regelt vóór het tekenmoment. Zo gaat u sterker de onderhandeling in.

Meer lezen

Muziekrecht bij overlijden van een artiest: erfenis en royalty's

Overleden muzieksterren verdienen vaak nog jaren miljoenen, en hun nalatenschap leidt geregeld tot juridische strijd — denk aan de twee testamenten die Johnny Hallyday naliet. Dit artikel legt uit hoe de exploitatierechten op muziek na een overlijden doorlopen, wie ze erft, en waarom een nalatenschap met buitenlandse aanknoping zo complex is. De insteek is verankerd op de publieke radio-optredens van jurist Mauritz Kop bij BNR Nieuwsradio.

Auteursrecht, naburig recht en merkrecht na de dood

De inkomsten van een overleden artiest komen uit meerdere bronnen tegelijk: auteursrechten en naburige rechten (samen de royalty’s op de muziek), aangevuld met merk- en handelsnaamrechten op bijvoorbeeld merchandise en de naam van de artiest. Films waarin de artiest speelde blijven royalty’s opleveren door openbaarmaking en verveelvoudiging op televisie en internet. Het auteursrecht eindigt niet bij overlijden: het komt blijkens artikel 1 van de Auteurswet juist ook toe aan de rechtverkrijgenden van de maker.

Hoe lang loopt het door?

De beschermingsduur is wettelijk vastgelegd, maar het loont te onderscheiden welk recht je bekijkt. Het auteursrecht op de compositie en de tekst vervalt 70 jaar na 1 januari na het sterfjaar van de máker — de componist of tekstdichter, niet per se de vertolker. Voor wat David Bowie zelf schreef loopt dat dus tot 2087; bij Elvis Presley, die veel werk van anderen vertolkte, hangt de termijn af van elke afzonderlijke schrijver. De masters — de opnames — vallen onder de naburige rechten, met een eigen termijn (50 jaar, verlengd tot 70 jaar bij een rechtmatig uitgebrachte fonogram-opname). Zo verdient een artiest decennia na zijn dood nog.

Wie krijgt het geld?

Waar het geld heen gaat, hangt af van de muziekcontracten, de testamenten en het toepasselijke recht. Meestal delen nabestaanden, platenlabel, uitgeverij en soms een manager mee. Platencontracten die tijdens het leven zijn gesloten, kunnen ook na overlijden ten gunste van de nabestaanden blijven gelden; daarnaast sluiten erfgenamen vaak postume contracten voor synchronisatie of nieuwe releases.

De erfrechtelijke en internationale les

Naar Nederlands recht kan een kind niet zonder meer volledig worden onterfd: de legitieme portie waarborgt een aanspraak in geld. Dat verschilt van rechtsstelsels zoals het Californische. In de Hallyday-zaak botsten een Frans en een Californisch testament — een schoolvoorbeeld van internationaal privaatrecht bij muzieknalatenschappen. De praktische conclusie: regel exploitatierechten, testament en internationale aanknopingspunten bij leven, en raadpleeg tijdig een gespecialiseerd jurist.

Meer lezen

Muziekcatalogus verkopen: wat artiesten kunnen leren van de miljoenendeals

Bob Dylan, Bruce Springsteen, Sting, de erven van David Bowie — en in januari Justin Bieber, voor naar verluidt zo'n 200 miljoen dollar: de ene na de andere wereldster verkocht de afgelopen jaren zijn muziekcatalogus. Maar "je muziek verkopen" is juridisch geen bestaand begrip: er bestaan rechtenlagen, en welke daarvan u verkoopt — en welke u niet eens kúnt verkopen — bepaalt wat de deal werkelijk inhoudt. Voor artiesten, componisten, producers met eigen masters en erfgenamen die willen weten wat er achter de miljoenenkoppen zit.

Lagen, waardering en het momentum van de markt

Composities en teksten (publishing), masteropnamen (naburige rechten), kale royaltystromen, naam en merk: elke laag is afzonderlijk verhandelbaar, en de grote deals verschillen precies op dat punt. Streaming maakte catalogusinkomsten voorspelbaar en lokte institutioneel geld; de gestegen rente maakt kopers inmiddels weer kritischer. De waardering loopt via een multiple op de gemiddelde jaarlijkse netto-inkomsten — en over de hoogte daarvan valt te onderhandelen, mits uw dossier op orde is.

Wat het Nederlandse recht anders maakt

Overdracht van auteursrecht vereist hier een ondertekende akte, de verhouding tot Buma/Stemra vergt eigen aandacht, persoonlijkheidsrechten blijven bij de maker, en het auteurscontractenrecht — inclusief de bestsellerbepaling — kijkt ook na de verkoop mee. Het Amerikaanse termination right (rechten terugclaimen na 35 jaar) kennen wij niet: verkocht is in beginsel verkocht. Wie tekent zonder dit kader te kennen, verkoopt mogelijk meer — of juist minder — dan hij denkt.

Verkopen is niet de enige route

Belenen tegen toekomstige royalty's, een deelverkoop per laag of periode, of juist houden en de nalatenschap regelen: auteursrecht duurt tot zeventig jaar na overlijden, en een goed beheerde catalogus verdient vaak decennia door. En sinds kunstmatige intelligentie catalogi ook als trainingsdata interessant maakt, hoort ook dát expliciet in elke deal thuis. Hoe royalty's en uitgeefconstructies in de basis werken, leest u op onze pagina over royalty's en publishing.

Meer lezen