Subuitgave in het buitenland: afrekenen aan de bron of op ontvangst

In een samengesteld rekenvoorbeeld staat onder het kopje Japan 412 euro op de jaarafrekening, terwijl in Tokio voor hetzelfde nummer in datzelfde boekjaar 1.180 euro is geïnd. Geen rekenfout en geen fraude: het verschil komt voort uit contractuele keuzes die jaren eerder zijn gemaakt.

Waar het percentage wordt afgetrokken, telt zwaarder dan hoe hoog het is

Een subuitgever int in zijn eigen gebied en houdt daar een deel van in. Hoe groot dat deel is, staat nergens in de wet en verschilt per territorium en per onderhandelingspositie. De beslissende vraag gaat over het punt waarop de maker zijn eigen aandeel berekend krijgt. Bij afrekening aan de bron gebeurt dat over het bedrag zoals het in het land van herkomst is geïnd, vóór iedere inhouding onderweg. Bij afrekening op ontvangst gebeurt het over wat er bij de Nederlandse uitgever binnenkomt. Bij een 50/50-verdeling en één subuitgever die een kwart houdt, scheelt dat het verschil tussen vijftig en zevenendertig en een half procent van hetzelfde bronbedrag. Met een tweede schakel loopt dat verder op, en nergens verschijnt het als kostenpost; het verdwijnt in de grondslag.

Dezelfde euro, twee wettelijke regimes

Buitenlandse inkomsten uit Nederlands repertoire reizen langs twee sporen. Het collectieve spoor loopt via de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen zusterorganisaties, en dat spoor is wettelijk dichtgetimmerd: de toezichtwet voor beheersorganisaties bindt de inhouding, de betaaltermijn tussen organisaties en de doorbetaling aan rechthebbenden, behoudens objectieve redenen, en het College van Toezicht Auteursrechten ziet erop toe. Het private spoor van het subuitgeefcontract kent geen sectorspecifieke termijn, geen sectorspecifiek inhoudingsplafond en geen toezicht van het College. Wat er geldt, staat in de akte, en die akte wordt vrijwel altijd door de uitgever aangeleverd.

Het artikel loopt beide sporen na met de bepalingen erbij, laat zien waarom een rechtskeuze voor Engels recht in het hoofdcontract het dwingendrechtelijke auteurscontractenrecht van hoofdstuk Ia Auteurswet niet opzijzet, en waarom de maker toch gegevens kan opvragen bij een subuitgever waarmee hij nooit iets heeft getekend. Het sluit met zes bepalingen die vóór ondertekening in een subuitgeefcontract horen, van de definitie van het bronbedrag tot het belastingcertificaat en de nasleep na afloop.

Meer lezen