Wie mag het datamining-voorbehoud van artikel 15o Auteurswet maken: de componist, de uitgever, of de dienst die het bestand online zet?

Een aanbieder van een muziekmodel biedt een uitgeverij een licentie op de hele catalogus, tegen een bedrag per werk. De componist wil vier titels buiten de deal houden. Dan blijkt dat niemand aan tafel weet of zij dat mocht, en waar die weigering dan had moeten staan. Dit stuk beantwoordt beide vragen langs artikel 15o van de Auteurswet, de overdrachtsakte en het auteurscontractenrecht.

Minen mag, tenzij er een voorbehoud is gemaakt

Artikel 15o Auteurswet zegt dat een reproductie voor tekst- en datamining geen inbreuk oplevert, mits de miner rechtmatig toegang heeft en het auteursrecht niet uitdrukkelijk op passende wijze is voorbehouden, zoals met machinaal leesbare middelen bij een online ter beschikking gesteld werk. De volgorde is beslissend voor de muziekpraktijk: wie niets doet, geeft geen toestemming maar staat wel met lege handen tegenover een partij die zich op de uitzondering beroept. De licentie waarover een uitgever onderhandelt, wordt voor een groot deel bepaald door de vraag of dat voorbehoud tekst- en datamining tijdig en vindbaar bestond. Dat is een ander vertrekpunt dan aan de masterkant, waar een label eenvoudigweg licentieert wat het bezit.

De wet noemt de maker én zijn rechtverkrijgenden

In een muziekuitgeefketen zijn dat er zelden twee: de componist, de uitgever aan wie het uitgaverecht is overgedragen, een subuitgever voor een of meer landen, en soms een erfgenaam. Zij kunnen niet allemaal tegelijk over hetzelfde beschikken: per aandeel, territorium en bevoegdheid moet worden vastgesteld wie het reproductierecht daar houdt of het voorbehoud namens de rechthebbende mag uitoefenen. Een voorbehoud werkt dus voor het aandeel waarover de maker ervan beschikt, en geen van de partijen kan in zijn eentje garanderen dat het hele werk gedekt is. BumaStemra meldt dat zij haar opt-outrecht onder artikel 15o lid 1 voor het door haar beheerde repertoire heeft ingeroepen; dat verandert het vertrekpunt voor Nederlands repertoire, terwijl mandaat en technische kenbaarheid per vindplaats afzonderlijke vragen blijven. Of een uitgeefcontract uit 2003 die bevoegdheid meelevert, is bovendien een echte vraag: artikel 2 lid 3 van de Auteurswet bepaalt dat een overdracht door de maker alleen de bevoegdheden omvat die uitdrukkelijk zijn vermeld of die uit aard en strekking noodzakelijkerwijs voortvloeien, en tekst- en datamining stond in 2003 nog nergens in de wet. Artikel 25f maakt een beding dat voor de maker onredelijk bezwarend is vernietigbaar, wat vooral een clausule raakt waarin de uitgever het voorbehoud aan zich houdt; of een verdeelsleutel voor trainingsinkomsten die toets haalt, hangt af van aard, inhoud en wederzijds kenbare belangen.

Een bevoegdheid zonder vindplaats

De wet vraagt om een machineleesbaar voorbehoud bij een online ter beschikking gesteld werk. Het TDM Reservation Protocol van het W3C, in de versie van 10 mei 2024, beschrijft voor webcontent drie technieken plus methoden voor EPUB en PDF; de drie webtechnieken zitten alle vast aan het domein waarop het werk staat. De componist beheert geen van die servers, en de streamingdienst is geen partij bij het uitgeefcontract. Als beperkte historische illustratie: rechtenmededelingen kwamen in de muziek gewoonlijk gedrukt op het voorwerp zelf terecht, op bladmuziek en op het plaatlabel, via de partij die het voorwerp vervaardigde. Sinds 2 augustus 2025 verplicht de AI-verordening aanbieders van modellen voor algemene doeleinden tot een nalevingsbeleid dat gemaakte voorbehouden identificeert en eerbiedigt, plus een openbare samenvatting van de trainingsinhoud. Het artikel besluit met zes vindplaatsen waar het voorbehoud moet landen en drie clausules die vandaag in het uitgeefcontract horen.

Meer lezen