Artikel 25ca Auteurswet: welke exploitatiecijfers je uitgever je elk jaar moet geven, en wat je doet als ze uitblijven

De jaarafrekening van een muziekuitgever is vaak één pdf met een regel “streaming” en een bedrag eronder. De Auteurswet stelt daar een ondergrens aan: de transparantieverplichting uit de EU-richtlijn auteursrecht geldt op grond van de overgangsbepaling van die richtlijn vanaf 7 juni 2022, en artikel 25ca lid 1 verplicht de wederpartij van de maker om ten minste eens per jaar uit zichzelf te informeren over de exploitatiewijzen, de daarmee gegenereerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding, in actuele, relevante en volledige vorm. Het gaat daarbij om het auteursrecht van de maker; de naburige rechten van uitvoerend kunstenaars hebben hun eigen regime in de Wet op de naburige rechten.

Wat er per exploitatiewijze op tafel moet komen

Voor een song komt die uitsplitsing in de praktijk neer op afzonderlijk zicht op mechanische reproductie, streaming, download, synchronisatie, uitvoeringsrechten en licenties aan derden — een sectorspecifieke invulling waarop lid 1 zelf aanstuurt, geen letterlijk wettelijk schema. De opgave ziet bovendien op de gegenereerde inkomsten naast het aan de maker verschuldigde bedrag, dus op wat er binnenkwam voordat kosten, afdrachten en recoupment eraf gingen. Heeft je uitgever doorgelicentieerd aan een subuitgever, dan verplicht het tweede lid die licentienemer om de ontbrekende cijfers te leveren, en heb je recht op de identiteit van die licentienemer.

Waar de plicht ophoudt, en waar Buma/Stemra buiten valt

Artikel 25ca kent twee uitzonderingen: een niet-significant aandeel in het werk, en administratieve lasten die aantoonbaar onevenredig zijn aan de exploitatie-inkomsten. De wet koppelt significantie niet aan een percentage, en de eerste uitzondering vervalt zodra je aantoont dat je de cijfers nodig hebt voor een beroep op artikel 25d, de bepaling over de aanvullende billijke vergoeding bij een onevenredige verhouding tussen jouw vergoeding en de opbrengst. De tweede beperkt de omvang van de opgave en geeft geen vrijstelling. Artikel 25b lid 3 haalt daarnaast overeenkomsten met een collectieve beheersorganisatie uit de regeling: je aansluitingscontract met Buma/Stemra loopt langs een ander spoor.

De route bij weigering en de zes contractpunten

Weigert je wederpartij, dan wijst artikel 25g de weg naar de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht, waar ook een belangenvereniging namens makers een geschil kan aanbrengen. Of een zaak wordt behandeld hangt af van de voorwaarden van de commissie: de exploitant moet zijn aangesloten of instemmen, voor voortzetting tot een uitspraak is de instemming van beide partijen nodig, en uitspraken in anoniem of door een vereniging aangebrachte geschillen zijn volgens die voorwaarden niet bindend. Het artikel sluit af met zes punten die je vóór de eerste afrekening in je uitgave- of licentiecontract vastlegt: frequentie en uiterste datum, uitsplitsing per exploitatiewijze en territorium, de namen in de licentieketen, een auditclausule met kostenregeling, geen korte vervaltermijn op bezwaren, en de gevolgen van een buitenlandse rechtskeuze onder artikel 25h lid 2.

Meer lezen

Subuitgave in het buitenland: afrekenen aan de bron of op ontvangst

In een samengesteld rekenvoorbeeld staat onder het kopje Japan 412 euro op de jaarafrekening, terwijl in Tokio voor hetzelfde nummer in datzelfde boekjaar 1.180 euro is geïnd. Geen rekenfout en geen fraude: het verschil komt voort uit contractuele keuzes die jaren eerder zijn gemaakt.

Waar het percentage wordt afgetrokken, telt zwaarder dan hoe hoog het is

Een subuitgever int in zijn eigen gebied en houdt daar een deel van in. Hoe groot dat deel is, staat nergens in de wet en verschilt per territorium en per onderhandelingspositie. De beslissende vraag gaat over het punt waarop de maker zijn eigen aandeel berekend krijgt. Bij afrekening aan de bron gebeurt dat over het bedrag zoals het in het land van herkomst is geïnd, vóór iedere inhouding onderweg. Bij afrekening op ontvangst gebeurt het over wat er bij de Nederlandse uitgever binnenkomt. Bij een 50/50-verdeling en één subuitgever die een kwart houdt, scheelt dat het verschil tussen vijftig en zevenendertig en een half procent van hetzelfde bronbedrag. Met een tweede schakel loopt dat verder op, en nergens verschijnt het als kostenpost; het verdwijnt in de grondslag.

Dezelfde euro, twee wettelijke regimes

Buitenlandse inkomsten uit Nederlands repertoire reizen langs twee sporen. Het collectieve spoor loopt via de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen zusterorganisaties, en dat spoor is wettelijk dichtgetimmerd: de toezichtwet voor beheersorganisaties bindt de inhouding, de betaaltermijn tussen organisaties en de doorbetaling aan rechthebbenden, behoudens objectieve redenen, en het College van Toezicht Auteursrechten ziet erop toe. Het private spoor van het subuitgeefcontract kent geen sectorspecifieke termijn, geen sectorspecifiek inhoudingsplafond en geen toezicht van het College. Wat er geldt, staat in de akte, en die akte wordt vrijwel altijd door de uitgever aangeleverd.

Het artikel loopt beide sporen na met de bepalingen erbij, laat zien waarom een rechtskeuze voor Engels recht in het hoofdcontract het dwingendrechtelijke auteurscontractenrecht van hoofdstuk Ia Auteurswet niet opzijzet, en waarom de maker toch gegevens kan opvragen bij een subuitgever waarmee hij nooit iets heeft getekend. Het sluit met zes bepalingen die vóór ondertekening in een subuitgeefcontract horen, van de definitie van het bronbedrag tot het belastingcertificaat en de nasleep na afloop.

Meer lezen

Wie mag het datamining-voorbehoud van artikel 15o Auteurswet maken: de componist, de uitgever, of de dienst die het bestand online zet?

Een aanbieder van een muziekmodel biedt een uitgeverij een licentie op de hele catalogus, tegen een bedrag per werk. De componist wil vier titels buiten de deal houden. Dan blijkt dat niemand aan tafel weet of zij dat mocht, en waar die weigering dan had moeten staan. Dit stuk beantwoordt beide vragen langs artikel 15o van de Auteurswet, de overdrachtsakte en het auteurscontractenrecht.

Minen mag, tenzij er een voorbehoud is gemaakt

Artikel 15o Auteurswet zegt dat een reproductie voor tekst- en datamining geen inbreuk oplevert, mits de miner rechtmatig toegang heeft en het auteursrecht niet uitdrukkelijk op passende wijze is voorbehouden, zoals met machinaal leesbare middelen bij een online ter beschikking gesteld werk. De volgorde is beslissend voor de muziekpraktijk: wie niets doet, geeft geen toestemming maar staat wel met lege handen tegenover een partij die zich op de uitzondering beroept. De licentie waarover een uitgever onderhandelt, wordt voor een groot deel bepaald door de vraag of dat voorbehoud tekst- en datamining tijdig en vindbaar bestond. Dat is een ander vertrekpunt dan aan de masterkant, waar een label eenvoudigweg licentieert wat het bezit.

De wet noemt de maker én zijn rechtverkrijgenden

In een muziekuitgeefketen zijn dat er zelden twee: de componist, de uitgever aan wie het uitgaverecht is overgedragen, een subuitgever voor een of meer landen, en soms een erfgenaam. Zij kunnen niet allemaal tegelijk over hetzelfde beschikken: per aandeel, territorium en bevoegdheid moet worden vastgesteld wie het reproductierecht daar houdt of het voorbehoud namens de rechthebbende mag uitoefenen. Een voorbehoud werkt dus voor het aandeel waarover de maker ervan beschikt, en geen van de partijen kan in zijn eentje garanderen dat het hele werk gedekt is. BumaStemra meldt dat zij haar opt-outrecht onder artikel 15o lid 1 voor het door haar beheerde repertoire heeft ingeroepen; dat verandert het vertrekpunt voor Nederlands repertoire, terwijl mandaat en technische kenbaarheid per vindplaats afzonderlijke vragen blijven. Of een uitgeefcontract uit 2003 die bevoegdheid meelevert, is bovendien een echte vraag: artikel 2 lid 3 van de Auteurswet bepaalt dat een overdracht door de maker alleen de bevoegdheden omvat die uitdrukkelijk zijn vermeld of die uit aard en strekking noodzakelijkerwijs voortvloeien, en tekst- en datamining stond in 2003 nog nergens in de wet. Artikel 25f maakt een beding dat voor de maker onredelijk bezwarend is vernietigbaar, wat vooral een clausule raakt waarin de uitgever het voorbehoud aan zich houdt; of een verdeelsleutel voor trainingsinkomsten die toets haalt, hangt af van aard, inhoud en wederzijds kenbare belangen.

Een bevoegdheid zonder vindplaats

De wet vraagt om een machineleesbaar voorbehoud bij een online ter beschikking gesteld werk. Het TDM Reservation Protocol van het W3C, in de versie van 10 mei 2024, beschrijft voor webcontent drie technieken plus methoden voor EPUB en PDF; de drie webtechnieken zitten alle vast aan het domein waarop het werk staat. De componist beheert geen van die servers, en de streamingdienst is geen partij bij het uitgeefcontract. Als beperkte historische illustratie: rechtenmededelingen kwamen in de muziek gewoonlijk gedrukt op het voorwerp zelf terecht, op bladmuziek en op het plaatlabel, via de partij die het voorwerp vervaardigde. Sinds 2 augustus 2025 verplicht de AI-verordening aanbieders van modellen voor algemene doeleinden tot een nalevingsbeleid dat gemaakte voorbehouden identificeert en eerbiedigt, plus een openbare samenvatting van de trainingsinhoud. Het artikel besluit met zes vindplaatsen waar het voorbehoud moet landen en drie clausules die vandaag in het uitgeefcontract horen.

Meer lezen