Subuitgave in het buitenland: afrekenen aan de bron of op ontvangst

In een samengesteld rekenvoorbeeld staat onder het kopje Japan 412 euro op de jaarafrekening, terwijl in Tokio voor hetzelfde nummer in datzelfde boekjaar 1.180 euro is geïnd. Geen rekenfout en geen fraude: het verschil komt voort uit contractuele keuzes die jaren eerder zijn gemaakt.

Waar het percentage wordt afgetrokken, telt zwaarder dan hoe hoog het is

Een subuitgever int in zijn eigen gebied en houdt daar een deel van in. Hoe groot dat deel is, staat nergens in de wet en verschilt per territorium en per onderhandelingspositie. De beslissende vraag gaat over het punt waarop de maker zijn eigen aandeel berekend krijgt. Bij afrekening aan de bron gebeurt dat over het bedrag zoals het in het land van herkomst is geïnd, vóór iedere inhouding onderweg. Bij afrekening op ontvangst gebeurt het over wat er bij de Nederlandse uitgever binnenkomt. Bij een 50/50-verdeling en één subuitgever die een kwart houdt, scheelt dat het verschil tussen vijftig en zevenendertig en een half procent van hetzelfde bronbedrag. Met een tweede schakel loopt dat verder op, en nergens verschijnt het als kostenpost; het verdwijnt in de grondslag.

Dezelfde euro, twee wettelijke regimes

Buitenlandse inkomsten uit Nederlands repertoire reizen langs twee sporen. Het collectieve spoor loopt via de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen zusterorganisaties, en dat spoor is wettelijk dichtgetimmerd: de toezichtwet voor beheersorganisaties bindt de inhouding, de betaaltermijn tussen organisaties en de doorbetaling aan rechthebbenden, behoudens objectieve redenen, en het College van Toezicht Auteursrechten ziet erop toe. Het private spoor van het subuitgeefcontract kent geen sectorspecifieke termijn, geen sectorspecifiek inhoudingsplafond en geen toezicht van het College. Wat er geldt, staat in de akte, en die akte wordt vrijwel altijd door de uitgever aangeleverd.

Het artikel loopt beide sporen na met de bepalingen erbij, laat zien waarom een rechtskeuze voor Engels recht in het hoofdcontract het dwingendrechtelijke auteurscontractenrecht van hoofdstuk Ia Auteurswet niet opzijzet, en waarom de maker toch gegevens kan opvragen bij een subuitgever waarmee hij nooit iets heeft getekend. Het sluit met zes bepalingen die vóór ondertekening in een subuitgeefcontract horen, van de definitie van het bronbedrag tot het belastingcertificaat en de nasleep na afloop.

Meer lezen

Trainingsrechten worden de nieuwe inkomstenstroom in de labeldeal

Eind oktober 2025 legde Universal Music Group zijn rechtszaak tegen Udio bij en kondigde een gelicentieerde AI-muziekdienst aan; Warner volgde binnen een maand met Suno. Daarmee ontstond in enkele weken een markt die daarvoor alleen in dagvaardingen bestond: betaalde toestemming om opnamen en composities te gebruiken als trainingsmateriaal. De trainingsrechten op muziek worden daarmee een eigen inkomstenstroom, en die stroom komt op catalogusniveau binnen, bij het label en de uitgever. Wat daarvan bij de individuele artiest, producer of songwriter terechtkomt, hangt af van de tekst van zijn eigen label- of uitgavecontract.

Waarom AI-bedrijven nu betalen

De omslag heeft een Europese onderbouw. Het Landgericht München I verbood Suno op 31 juli 2026, in eerste aanleg, om zes beschermde werken zonder licentie te reproduceren of voor AI-training te gebruiken, de eerste Europese uitspraak over AI-muziek zelf; in november 2025 plaatste dezelfde rechtbank in de zaak van GEMA tegen OpenAI gememoriseerde songteksten al buiten de tekst- en dataminingsexceptie. Aanbieders van general-purpose AI-modellen moeten sinds augustus 2025 bovendien een publieke samenvatting van hun trainingsmateriaal publiceren, voor bestaande modellen uiterlijk in augustus 2027, inclusief de manier waarop zij rechtenvoorbehouden respecteren. Wie zijn rechten machinaal leesbaar voorbehoudt, zoals artikel 15o Auteurswet mogelijk maakt, zet daarmee de deur naar een betaalde licentie open. Dat voorbehoud wordt alleen uitgeoefend door wie de rechten beheert, en dat is na een overdracht zelden de maker zelf.

Wat het contract moet regelen

Oudere label- en uitgavecontracten dragen vaak rechten over voor alle huidige en toekomstige exploitatievormen, gesloten toen AI-training nog niet bestond. Het auteurscontractenrecht geeft de maker daar gereedschap: artikel 25c Auteurswet kent een aanvullende billijke vergoeding toe bij exploitatie op een destijds onbekende wijze, en artikel 25ca verplicht de exploitant tot jaarlijkse verantwoording over opbrengsten. Het artikel loopt vier contractvragen langs: valt training onder de overdracht, wordt trainingsomzet per werk royaltydragend afgerekend, is er een opt-in voor stem en naam, en verschijnen AI-inkomsten als eigen categorie op het royaltystatement. Wie die vier antwoorden kent, weet wat de nieuwe licentiemarkt hem waard is.

Meer lezen

Componist betaald per attractie: wat de Efteling-zaak leert over billijke vergoeding

Muziek draagt de hele sfeer van een themapark, en toch ontving de componist van een veelgedraaid Efteling-werk — zo bleek uit publieke berichtgeving die onder meer RTL Nieuws optekende — naar verluidt jarenlang slechts €198 per jaar. De zaak-Hartveldt is een leerstuk over opdrachtmuziek en de billijke vergoeding: hoe kan muziek die zoveel mensen horen voor de maker zo weinig opleveren?

Drie contracten, drie geldstromen

Bij opdrachtmuziek voor een locatie spelen doorgaans drie afspraken een rol: de licentie tussen de exploitant en Buma/Stemra, het exploitatiecontract tussen de aangesloten componist en Buma/Stemra, en het opdrachtmuziekcontract tussen de exploitant en de componist/producent. Elk heeft een eigen geldstroom. Een lage uitkering hoeft niet te betekenen dat één partij faalde — het kan het optelsom-effect zijn van een bescheiden licentie, een verdeelsleutel die over veel makers wordt uitgesmeerd en een opdrachtcontract dat de geldstromen onvoldoende dichtregelt.

Wat de wet zegt over de billijke vergoeding

Het auteurscontractenrecht beschermt de maker. Artikel 25c lid 1 Auteurswet geeft de maker recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid; dit recht is van dwingend recht en geldt blijkens artikel 25b lid 1 Aw ook voor een opdrachtmuziekcontract. Als de afgesproken vergoeding achteraf niet in verhouding staat tot de opbrengst, biedt de bestsellerbepaling van artikel 25d lid 1 Auteurswet de mogelijkheid een aanvullende billijke vergoeding te vorderen — mits de maker de onevenredigheid kan aantonen.

Speellijsten en traceerbaarheid

Daar wringt het bij locatiemuziek. Radio en tv leveren speellijsten zodat Buma/Stemra aan de juiste maker kan toerekenen; bij een park gebeurt dat veel minder vanzelfsprekend, waardoor een verdeling onnauwkeurig wordt. Wie meer grip wil, kan kijken naar flexibel rechtenbeheer: bepaalde categorieën muziekgebruik uitsluiten bij Buma/Stemra en rechtstreeks met de opdrachtgever afspreken (individueel beheer).

Wat u zelf kunt regelen

Leg de vergoeding voor compositie én master vast, regel het doorberekenen van productiekosten, maak afspraken over speellijsten en transparantie, en zet toezeggingen op papier. Een gespecialiseerde jurist vóór het tekenen is meer waard dan een procedure jaren later — zodat uw billijke vergoeding niet bij €198 blijft hangen.

Meer lezen

Je masters terugkrijgen: de rechtenstrijd van de jonge artiest (de Garrix-les)

Een jonge producer tekent op zijn zeventiende, scoort een wereldhit en wil twee jaar later zijn eigen masters terug. Dat het ook de grootsten overkomt, werd in augustus 2015 publiek toen Martin Garrix — toen negentien — via Facebook bekendmaakte dat hij zijn overeenkomsten met Spinnin' Records en MusicAllstars Management had vernietigd, nadat hij sinds begin dat jaar "de eigendomsrechten van zijn muziek had proberen terug te krijgen". Maar kun je een eenmaal getekend muziekcontract terugdraaien — en hoe voorkom je dat je het ooit moet proberen?

Masters, overdracht en licentie

"Masters" zijn de rechten op de geluidsopnamen; in de meeste deals draagt de artiest ze over aan, of licentieert hij ze exclusief aan, het label. Bij de compositie speelt parallel het auteursrecht. Artikel 2 van de Auteurswet bepaalt dat het auteursrecht vatbaar is voor gehele of gedeeltelijke overdracht en dat de maker een licentie kan verlenen; het derde lid eist dat een overdracht of exclusieve licentie schriftelijk wordt aangegaan en — bij overdracht door de maker — alleen de uitdrukkelijk vermelde bevoegdheden omvat. Wat niet duidelijk is overgedragen, blijft dus bij de maker. De praktijk is dat een jonge artiest tekent vóór er een hit is, met weinig onderhandelingsmacht en zonder eigen jurist.

Vernietigen of ontbinden

Garrix sprak over het "vernietigen" van de contracten. Vernietiging werkt terug tot het begin; een grond kan dwaling zijn (artikel 6:228 BW). Het auteurscontractenrecht biedt bovendien een gericht instrument: artikel 25f van de Auteurswet maakt een beding dat voor een onredelijk lange of onbepaalde termijn aanspraak maakt op toekomstig werk, of dat voor de maker onredelijk bezwarend is, vernietigbaar. Ontbinding werkt naar de toekomst en knoopt aan bij een tekortkoming; artikel 25e Auteurswet geeft de maker een opzeggingsrecht als het label onvoldoende exploiteert (non-usus). In het uiterste geval kan artikel 3:40 BW een rechtshandeling nietig maken wegens strijd met de goede zeden, maar dat is een hoge drempel.

Vooraf voorkomen

Beter dan terugvechten is vooraf voorkomen: bak je overdracht nauwkeurig af (artikel 2 lid 3 Auteurswet), bewaak duur en exclusiviteit, bedingt een billijke vergoeding (artikel 25c) en een exploitatieverplichting, en laat het contract vóór ondertekening door een gespecialiseerd muziekjurist nakijken. De feiten in dit artikel komen uitsluitend uit Garrix' openbare mediaverklaring; over de inhoud van de contracten of de afloop van een eventueel geschil doet deze blog geen uitspraak.

Meer lezen

Muziekcatalogus verkopen: wat artiesten kunnen leren van de miljoenendeals

Bob Dylan, Bruce Springsteen, Sting, de erven van David Bowie — en in januari Justin Bieber, voor naar verluidt zo'n 200 miljoen dollar: de ene na de andere wereldster verkocht de afgelopen jaren zijn muziekcatalogus. Maar "je muziek verkopen" is juridisch geen bestaand begrip: er bestaan rechtenlagen, en welke daarvan u verkoopt — en welke u niet eens kúnt verkopen — bepaalt wat de deal werkelijk inhoudt. Voor artiesten, componisten, producers met eigen masters en erfgenamen die willen weten wat er achter de miljoenenkoppen zit.

Lagen, waardering en het momentum van de markt

Composities en teksten (publishing), masteropnamen (naburige rechten), kale royaltystromen, naam en merk: elke laag is afzonderlijk verhandelbaar, en de grote deals verschillen precies op dat punt. Streaming maakte catalogusinkomsten voorspelbaar en lokte institutioneel geld; de gestegen rente maakt kopers inmiddels weer kritischer. De waardering loopt via een multiple op de gemiddelde jaarlijkse netto-inkomsten — en over de hoogte daarvan valt te onderhandelen, mits uw dossier op orde is.

Wat het Nederlandse recht anders maakt

Overdracht van auteursrecht vereist hier een ondertekende akte, de verhouding tot Buma/Stemra vergt eigen aandacht, persoonlijkheidsrechten blijven bij de maker, en het auteurscontractenrecht — inclusief de bestsellerbepaling — kijkt ook na de verkoop mee. Het Amerikaanse termination right (rechten terugclaimen na 35 jaar) kennen wij niet: verkocht is in beginsel verkocht. Wie tekent zonder dit kader te kennen, verkoopt mogelijk meer — of juist minder — dan hij denkt.

Verkopen is niet de enige route

Belenen tegen toekomstige royalty's, een deelverkoop per laag of periode, of juist houden en de nalatenschap regelen: auteursrecht duurt tot zeventig jaar na overlijden, en een goed beheerde catalogus verdient vaak decennia door. En sinds kunstmatige intelligentie catalogi ook als trainingsdata interessant maakt, hoort ook dát expliciet in elke deal thuis. Hoe royalty's en uitgeefconstructies in de basis werken, leest u op onze pagina over royalty's en publishing.

Meer lezen