EU-auteursrechtrichtlijn (art. 17): uploadfilters, de value gap en wat het voor jou betekent

Sinds 7 juni 2021 is Europa's antwoord op de macht van de grote techplatforms in de Nederlandse Auteurswet verankerd. Het voorstel dat jarenlang als “artikel 13” door het nieuws ging, werd artikel 17 van de DSM-richtlijn (Richtlijn (EU) 2019/790) en is in Nederland omgezet in artikel 29c Auteurswet. De kern: platforms als YouTube, Facebook en Instagram zijn nu zelf aansprakelijk voor wat hun gebruikers uploaden, tenzij zij vooraf licenties sluiten of effectief filteren.

De value gap en de juridische omslag

Achter de wet zit de “value gap”: grote platforms verdienen veel aan auteursrechtelijk beschermd materiaal dat gebruikers uploaden, terwijl de makers daar weinig van terugzien. Artikel 29c lid 1 Aw bepaalt dat de platformaanbieder de door gebruikers aangeboden werken zelf openbaar maakt — en dus toestemming nodig heeft. Ontbreekt die licentie, dan is het platform in beginsel aansprakelijk. Dat was lange tijd ondenkbaar: het moderne internet was gebouwd op het idee dat een platform niet verantwoordelijk is voor wat zijn gebruikers plaatsen.

Licentie of filter

Een platform ontkomt aan aansprakelijkheid alleen via de drie cumulatieve voorwaarden van artikel 29c lid 2 Aw: naar beste vermogen toestemming proberen te krijgen, naar beste vermogen voorkomen dat door rechthebbenden aangewezen werken beschikbaar zijn, en na een onderbouwde melding snel verwijderen. Die tweede eis verklaart het beladen woord “uploadfilter”. YouTube draait al meer dan tien jaar zijn herkenningssysteem Content ID, dat — zoals NRC-redacteur Marc Hijink optekende — per minuut honderden uren video controleert.

De rem op overblokkering

Omdat filters legitieme parodieën, citaten en memes ten onrechte kunnen blokkeren, bevat de wet waarborgen. Artikel 29c lid 5 verbiedt het blokkeren van niet-inbreukmakende uploads, lid 6 sluit een algemene toezichtsverplichting uit, en lid 7 eist een klachtenprocedure met een “aan menselijke toetsing onderworpen oordeel”. De parodie- en meme-exceptie staat in artikel 18b Auteurswet. Auteursrechtspecialist Mauritz Kop, die het Europees Parlement academisch adviseerde, noemde het compromis in NRC niettemin “een degeneratie van het auteursrecht” en bepleitte een techniekneutrale open norm naar het model van het Amerikaanse fair use.

Wat het voor u betekent

Voor makers is artikel 29c een drukmiddel om platforms tot licentie te dwingen; voor uploaders bieden artikel 18b en de waarborgen van artikel 29c uw rechtmatige gebruik bescherming. Opkomende platforms vallen onder het lichtere regime van artikel 29d. Laat in alle gevallen uw licenties of platformvoorwaarden toetsen door een gespecialiseerde jurist.

Meer lezen

Muziekplagiaat: wanneer is een liedje juridisch "gejat"?

Is een liedje “gejat”? De zaak rond Led Zeppelins Stairway to Heaven en het nummer van Spirit laat zien hoe lastig die vraag juridisch is. Dit artikel legt uit hoe muziekplagiaat in Nederland wordt getoetst, welke muzikale elementen wel en niet beschermd zijn, welke rol de Vaste Commissie Plagiaat speelt, en waarom de claimcultuur in de Verenigde Staten doorgaans harder is. De insteek is verankerd op het publieke radio-optreden van jurist Mauritz Kop bij Radio Veronica.

Plagiaat = auteursrechtinbreuk

Plagiaat is geen apart wettelijk begrip, maar een vorm van inbreuk op het auteursrecht. Artikel 13 van de Auteurswet rekent tot verveelvoudiging ook iedere gehele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigde vorm die niet als een nieuw, oorspronkelijk werk kan gelden. Wie de oorspronkelijke trekken van andermans werk overneemt zonder iets werkelijk nieuws te scheppen, pleegt dus inbreuk.

Het toetsingskader en zijn grenzen

Of er plagiaat is, wordt beoordeeld aan concrete elementen: akkoorden, zanglijn (melodie), tempo, toonsoort en tekst. In de popmuziek ligt gelijkenis sneller op de loer, omdat er maar een beperkt aantal noten en welluidende akkoorden bestaan. Belangrijk is wat juist niet beschermd is: op stijl, gangbare uitdrukkingen, akkoordprogressies uit jazz of blues en op een shuffle of groove rust in de regel geen bescherming — dat volgt uit het werkbegrip en de originaliteitsdrempel (art. 10 Aw). Tempo en toonsoort zijn op zichzelf evenmin beschermde trekken; de melodie en de tekst vormen de kern. Op werken in het publiek domein kan evenmin een claim worden gebaseerd.

Wie beslist: de VCP of de rechter

In Nederland kan een geschil naar de Vaste Commissie Plagiaat (VCP) van Buma/Stemra — twee juristen en vijf componisten/muzikanten — of naar de civiele rechter. De VCP-uitspraken zijn niet bindend, maar Buma/Stemra past wel haar repartitie aan als de commissie plagiaat vaststelt. Volgens Kop valt plagiaat door Nederlandse artiesten mee; zaken rond Tiësto en André Hazes leidden niet tot dat oordeel.

Nederland versus de Verenigde Staten

Het grootste verschil is de claimcultuur. In de VS wordt doorgaans veel harder geprocedeerd — denk aan zaken rond Pharrell Williams, Taylor Swift en de jarenlange Stairway to Heaven-procedure (die Led Zeppelin won). De uitkomsten lopen sterk uiteen. Het inhoudelijke toetsingskader lijkt op het Nederlandse, maar de afdoening via de VCP en een terughoudender proceshouding maken het klimaat hier rustiger. De praktische les: documenteer je creatieve proces en ken het verschil tussen inspiratie en inbreuk.

Meer lezen

Muziekrecht bij overlijden van een artiest: erfenis en royalty's

Overleden muzieksterren verdienen vaak nog jaren miljoenen, en hun nalatenschap leidt geregeld tot juridische strijd — denk aan de twee testamenten die Johnny Hallyday naliet. Dit artikel legt uit hoe de exploitatierechten op muziek na een overlijden doorlopen, wie ze erft, en waarom een nalatenschap met buitenlandse aanknoping zo complex is. De insteek is verankerd op de publieke radio-optredens van jurist Mauritz Kop bij BNR Nieuwsradio.

Auteursrecht, naburig recht en merkrecht na de dood

De inkomsten van een overleden artiest komen uit meerdere bronnen tegelijk: auteursrechten en naburige rechten (samen de royalty’s op de muziek), aangevuld met merk- en handelsnaamrechten op bijvoorbeeld merchandise en de naam van de artiest. Films waarin de artiest speelde blijven royalty’s opleveren door openbaarmaking en verveelvoudiging op televisie en internet. Het auteursrecht eindigt niet bij overlijden: het komt blijkens artikel 1 van de Auteurswet juist ook toe aan de rechtverkrijgenden van de maker.

Hoe lang loopt het door?

De beschermingsduur is wettelijk vastgelegd, maar het loont te onderscheiden welk recht je bekijkt. Het auteursrecht op de compositie en de tekst vervalt 70 jaar na 1 januari na het sterfjaar van de máker — de componist of tekstdichter, niet per se de vertolker. Voor wat David Bowie zelf schreef loopt dat dus tot 2087; bij Elvis Presley, die veel werk van anderen vertolkte, hangt de termijn af van elke afzonderlijke schrijver. De masters — de opnames — vallen onder de naburige rechten, met een eigen termijn (50 jaar, verlengd tot 70 jaar bij een rechtmatig uitgebrachte fonogram-opname). Zo verdient een artiest decennia na zijn dood nog.

Wie krijgt het geld?

Waar het geld heen gaat, hangt af van de muziekcontracten, de testamenten en het toepasselijke recht. Meestal delen nabestaanden, platenlabel, uitgeverij en soms een manager mee. Platencontracten die tijdens het leven zijn gesloten, kunnen ook na overlijden ten gunste van de nabestaanden blijven gelden; daarnaast sluiten erfgenamen vaak postume contracten voor synchronisatie of nieuwe releases.

De erfrechtelijke en internationale les

Naar Nederlands recht kan een kind niet zonder meer volledig worden onterfd: de legitieme portie waarborgt een aanspraak in geld. Dat verschilt van rechtsstelsels zoals het Californische. In de Hallyday-zaak botsten een Frans en een Californisch testament — een schoolvoorbeeld van internationaal privaatrecht bij muzieknalatenschappen. De praktische conclusie: regel exploitatierechten, testament en internationale aanknopingspunten bij leven, en raadpleeg tijdig een gespecialiseerd jurist.

Meer lezen

EU Artificial Intelligence Act: The European Approach to AI

Stanford - Vienna Transatlantic Technology Law Forum, Transatlantic Antitrust and IPR Developments, Stanford University, Issue No. 2/2021

New Stanford tech policy research: “EU Artificial Intelligence Act: The European Approach to AI”.

EU regulatory framework for AI

On 21 April 2021, the European Commission presented the Artificial Intelligence Act. This Stanford Law School contribution lists the main points of the proposed regulatory framework for AI.

The Act seeks to codify the high standards of the EU trustworthy AI paradigm, which requires AI to be legally, ethically and technically robust, while respecting democratic values, human rights and the rule of law. The draft regulation sets out core horizontal rules for the development, commodification and use of AI-driven products, services and systems within the territory of the EU, that apply to all industries.

Legal sandboxes fostering innovation

The EC aims to prevent the rules from stifling innovation and hindering the creation of a flourishing AI ecosystem in Europe. This is ensured by introducing various flexibilities, including the application of legal sandboxes that afford breathing room to AI developers.

Sophisticated ‘product safety regime’

The EU AI Act introduces a sophisticated ‘product safety framework’ constructed around a set of 4 risk categories. It imposes requirements for market entrance and certification of High-Risk AI Systems through a mandatory CE-marking procedure. To ensure equitable outcomes, this pre-market conformity regime also applies to machine learning training, testing and validation datasets.

Pyramid of criticality

The AI Act draft combines a risk-based approach based on the pyramid of criticality, with a modern, layered enforcement mechanism. This means, among other things, that a lighter legal regime applies to AI applications with a negligible risk, and that applications with an unacceptable risk are banned. Stricter regulations apply as risk increases.

Enforcement at both Union and Member State level

The draft regulation provides for the installation of a new enforcement body at Union level: the European Artificial Intelligence Board (EAIB). At Member State level, the EAIB will be flanked by national supervisors, similar to the GDPR’s oversight mechanism. Fines for violation of the rules can be up to 6% of global turnover, or 30 million euros for private entities.

CE-marking for High-Risk AI Systems

In line with my recommendations, Article 49 of the Act requires high-risk AI and data-driven systems, products and services to comply with EU benchmarks, including safety and compliance assessments. This is crucial because it requires AI infused products and services to meet the high technical, legal and ethical standards that reflect the core values of trustworthy AI. Only then will they receive a CE marking that allows them to enter the European markets. This pre-market conformity mechanism works in the same manner as the existing CE marking: as safety certification for products traded in the European Economic Area (EEA).

Trustworthy AI by Design: ex ante and life-cycle auditing

Responsible, trustworthy AI by design requires awareness from all parties involved, from the first line of code. Indispensable tools to facilitate this awareness process are AI impact and conformity assessments, best practices, technology roadmaps and codes of conduct. These tools are executed by inclusive, multidisciplinary teams, that use them to monitor, validate and benchmark AI systems. It will all come down to ex ante and life-cycle auditing.

The new European rules will forever change the way AI is formed. Pursuing trustworthy AI by design seems like a sensible strategy, wherever you are in the world.

Meer lezen

Safeguards for accelerated market authorization of vaccines in Europe

by Suzan Slijpen & Mauritz Kop

This article has been published by the Stanford Law School ‘Center for Law and the Biosciences’, Stanford University, 15 March 2021. link to the full text: https://law.stanford.edu/2021/03/15/safeguards-for-accelerated-market-authorization-of-vaccines-in-europe/

The first COVID-19 vaccines have been approved

People around the globe are concerned about safety issues encircling the accelerated introduction of corona vaccines. In this article, we discuss the regulatory safeguards for fast-track market authorization of vaccines in Europe. In addition, we explain how the transmission of European Union law into national Member State legislation works. We then clarify what happens before a drug can be introduced into the European market. We conclude that governments should build bridges of mutual understanding between communities and increase trust in the safety of authorized vaccines across all population groups, using the right messengers.

Drug development normally takes several years

Drug development normally takes several years. The fact that it has been a few months now seems ridiculously short. How is the quality and integrity of the vaccine ensured? That people - on both sides of the Atlantic - are concerned about this is entirely understandable. How does one prevent citizens from being harmed by vaccines and medicines that do not work for everyone, because the admission procedures have been simplified too much?

The purpose of this article is to shed a little light upon the accelerated market authorization procedures on the European continent, with a focus on the situation in the Netherlands.

How a vaccine is introduced into the market

In June 2020, the Dutch government, in close cooperation with Germany, France and Italy, formed a Joint Negotiation Team which, under the watchful eye of the European Commission, has been negotiating with vaccine developers. Its objective: to conclude agreements with drug manufacturers at an early stage about the availability of vaccines for European countries. In case these manufacturers are to succeed in developing a successful vaccine for which the so-called Market Authorization (MA) is granted by EMA or CBG, this could lead to the availability of about 50 million vaccines (for the Netherlands alone).

Who is allowed to produce these vaccines?

Who is allowed to produce these vaccines? The Dutch Medicines Act is very clear about this. Only "market authorization holders" are allowed to manufacture medicines, including vaccines. These are parties that have gone through an extensive application procedure, who demonstrably have a solid pharmaceutical quality management system in place and have obtained a pharmaceutical manufacturing license (the MIA, short for Manufacturing and Importation Authorisation). This license is granted after assessment by the Health and Youth Care Inspectorate of the Ministry of Health, Welfare & Sport (IGJ) – by Farmatec. Farmatec is part of the CIBG, an implementing body of the Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS). The M-license is mandatory for parties who prepare, or import medicines.

Read more at the Stanford Center for Law and the Biosciences!

Read more on manufacturing licenses, fast track procedures and market authorization by the European Medicines Agency (EMA) and the EC, harmonisation and unification of EU law, CE-markings, antigenic testing kits, mutations, reinfection, multivalent vaccines, mucosal immunity, Good Manufacturing Practices (GMP), pharmacovigilance, the HERA Incubator, clinical trials, compulsory vaccination regimes and continuous quality control at Stanford!

Meer lezen

Nieuw naburig recht voor uitgevers schiet zijn doel voorbij

Dit blog is een transcript van het interview dat AIRecht Managing Partner en Stanford Law School Fellow mr. Mauritz Kop op 1 februari 2021 gaf aan Reinier Kist, Redacteur Digitale Media bij NRC Handelsblad, over intellectueel eigendom en nieuwsaggregatie. Het artikel in NRC is hier te raadplegen: Techbedrijven versus Nieuwsmedia - De grootste nieuwsgrazers betalen liever niet voor journalistiek.

Vergoedingen voor nieuwsaggregatie

Regeringen in Australië, Frankrijk en Nederland proberen machtige tech platforms zoals Google en Facebook te dwingen om te betalen voor het met commercieel oogmerk linken naar en weergeven van korte stukken tekst uit nieuwsartikelen. Het gaat hier om vergoedingen voor nieuwsaggregatie. Hierbij spelen auteursrechten, naburige rechten, fiscaal recht, het contractenrecht en het mededingingsrecht een rol. We zoomen hieronder in op het nieuwe naburige recht voor uitgevers van nieuwsmedia en journalistieke content, dat door de Europese wetgever in artikel 15 van de recente Richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt (Directive on Copyright in the Digital Single Market) wordt geïntroduceerd.

Wordingsgeschiedenis van de nieuwe EU Copyright Directive

1. Een belangrijke vraag in het artikel is hoe de implementatie van de Europese copyrighthervorming in Nederland ervoor staat, en of we een Franse licentiedeal ook hier ten lande kunnen verwachten.

Laten we beginnen bij de wordingsgeschiedenis van de nieuwe Copyright Directive. Het gaat bij de EU Copyright Reform om 3 doelstellingen die in de huidige marktconstellatie niet goed verenigbaar zijn. Dit zijn toegang tot hoge kwaliteit legale content voor consumenten (1), een innovatievriendelijk klimaat voor SME’s waaronder startups (2) en handhaving van auteursrechten (3). Daarnaast werd er bij de totstandkoming van deze richtlijn, en tijdens de publieke consultatie stevig gelobbyd door belanghebbenden. Zoals auteursrechthebbenden, collectieve rechteninstanties, consumentenbelangengroepen, online platforms en uitgeverijen. We zagen vervolgens bepaalde wensen van deze partijen terugkomen in de wetsvoorstellen, zowel op Europees als op nationaal niveau. Omdat die wensen vaak compleet tegengesteld zijn aan elkaar, is het resultaat van deze Europese wetgevingsinspanning een ingewikkeld compromis.

Het introduceren van nieuwe lagen IP rechten is zelden een goed idee

We zien dat de verdienmodellen van de oude contentindustrie, het momenteel afleggen tegen de verdienmodellen van de grote internetplatforms. Overheden willen een gezonde markt en een divers ecosysteem voor nieuwsgaring in stand houden. Dat is belangrijk in een democratie. Dat betekent dat je soms corrigerend moet optreden door het introduceren van wetgeving. De vraag is echter of die wetgeving effectief zal zijn. Want als het over 10 jaar niet blijkt te werken, kom je er moeilijk vanaf! Dit geldt des te meer voor intellectuele eigendomsrechten. Het introduceren van nieuwe lagen IP rechten om de effecten van technologische innovatie op de markt en de maatschappij in balans te brengen, is zelden een goed idee. Een voorbeeld van zo’n mislukt wetgevingsproject is de Databankenrichtlijn, die bedoeld was om EU bedrijven een minder nadelige concurrentiepositie te geven ten opzichte van Amerikaanse bedrijven. Maar ook de Copyrightrichtlijn dreigt te ontaarden in een mislukt project en wordt door experts inmiddels algemeen beschouwd als een degeneratie van het auteursrecht.

Meer lezen

Distributiecontracten, Online Verkoop en de Mededingingswet

Onze cliënten stellen ons regelmatig vragen over distributiecontracten, mededinging en online verkoop. Wat moet er eigenlijk allemaal in een distributieovereenkomst staan? Heb ik inkoopvoorwaarden nodig? Bestaat er zoiets als onbegrensde contractvrijheid? En hoe maak ik afspraken met mijn dealernetwerk, zonder dat consumentenrechten worden geschonden? Afspraken die eerlijke concurrentie en marktwerking eerbiedigen?

Wat moet er in een distributiecontract tussen producent en distributeur staan?

Fabrikant en dealer dienen juridisch valide afspraken te maken over de details van de distributie van producten. Die afspraken maken we schriftelijk, op papier dus, en leggen we neer in een distributieovereenkomst. De details zijn uiteraard afhankelijk van de branche, de industrie of de economische sector waarin producent, distributeur of wederverkoper werkzaam zijn, en van de omvang van hun marktaandeel. Ook is het van belang of verkoop aan de consument online in een webwinkel, of offline in een fysieke winkel plaatsvindt of beide.

Groothandel in consumentenelektronica, distributie en wederverkoop

Stel, een groothandel (danwel een fabrikant of producent) specialiseert zich in de verkoop van consumentenelektronica. Zij maakt daarbij gebruik van een distributieketen van door haar geselecteerde wederverkopers. Verkoop vindt plaats via de fysieke winkels van distributeurs, maar tevens online, via webshops. De groothandel is marktleider in het betreffende segment.

Contractvrijheid tussen partijen

Bij het maken van schriftelijke afspraken geldt het beginsel van contractvrijheid tussen partijen. Daarbij gaat het om de rechtsverhouding tussen partijen. Maar deze afspraken dienen natuurlijk ook fair te zijn richting derden, zoals consumenten en de concurrentie. Marktbederf dient te worden voorkomen. Indien er sprake is van een marktaandeel, of een de facto monopolie, dan kunnen voorschriften uit dwingende Europese en Nederlandse wetgeving inzake mededinging, zoals artikel 101 VWEU en artikel 6 van de Mededingingswet (Mw), in de weg staan aan deze contractvrijheid. Een en ander is echter afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.

Wat doet de Autoriteit Consument en Markt (ACM)?

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet er op toe dat consumentenbelangen worden beschermd, en dat bedrijven op een eerlijke manier met elkaar concurreren. De ACM biedt informatie aan ondernemers over het verkopen van producten en diensten aan consumenten, en richtsnoeren over concurrentie, marktwerking en eerlijke samenwerking tussen bedrijven. Denk aan gedragsregels omtrent prijsafspraken, kartelvorming, concurrentie met overheden, fusies, overnames en joint ventures, maar ook aan regels voor samenwerking tussen ondernemers op het gebied van duurzame innovatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De ACM heeft als missie om spelregels voor bedrijven en consumenten -waaronder ieders rechten en plichten- te geven en te handhaven op het gebied van concurrentie en marktwerking en als zodanig bij te dragen aan een gezonde economie.

Meer lezen

Dit zijn de waarborgen bij de versnelde marktintroductie van vaccins

Deze column is gepubliceerd op platform VerderDenken.nl van het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) van de Radboud Universiteit Nijmegen. https://www.ru.nl/cpo/verderdenken/columns/waarborgen-versnelde-marktintroductie-vaccins/

De eerste COVID-19 vaccins zijn in zicht

Veel mensen maken zich zorgen over de versnelde introductie van coronavaccins. "Begrijpelijke vragen, begrijpelijke zorgen. Gelukkig is de werkelijkheid een stuk genuanceerder", zegt jurist Suzan Slijpen. In dit artikel gaat zij in op de waarborgen bij de versnelde marktintroductie van vaccins.

De eerste COVID-19 vaccins zijn in zicht. Met effectiviteitsmarges van waarschijnlijk 55% tot 95% gloort er eindelijk licht aan de horizon. Het RIVM bereidt de vaccinatiestrategie alvast voor, zodat er snel geschakeld kan worden als het moment daar is.

Het ontwikkelen van geneesmiddelen duurt normaal enkele jaren

Het ontwikkelen van geneesmiddelen duurt normaal enkele jaren. Dat er nu sprake is van enkele maanden lijkt absurd kort. Hoe zorgt men ervoor dat deze middelen veilig zijn? Dat mensen - aan beide kanten van de Atlantische Oceaan - zich hier zorgen over maken is geheel terecht. Hoe voorkom je dat burgers schade oplopen doordat de vaccins en medicijnen toch niet voor iedereen blijken te werken, omdat de toelatingsprocedures te veel zijn versoepeld?

Hoe een vaccin op de markt wordt gebracht

De Nederlandse regering heeft in nauwe samenwerking met Duitsland, Frankrijk en Italië een Joint Negotiation Team gevormd dat onder leiding van de Europese Commissie onderhandelt met vaccinontwikkelaars. Doel: in een vroeg stadium met producenten afspraken maken over de beschikbaarheid van vaccins voor de Europese landen. Als deze producenten erin slagen om een succesvol vaccin te ontwikkelen waarvoor de zogenaamde Market Authorization (MA) wordt verleend door EMA danwel CBG, zou dat tot een beschikbaarheid van zo’n 50 miljoen vaccins (enkel en alleen al voor Nederland) kunnen leiden.

Wie mogen deze vaccins produceren?

Wie mogen deze vaccins produceren? De Geneesmiddelenwet is er heel duidelijk over. Alleen ‘vergunninghouders’ mogen geneesmiddelen, waaronder vaccins, produceren. Dit zijn marktpartijen die een uitvoerige aanvraagprocedure hebben doorlopen, aantoonbaar beschikken over een gedegen farmaceutisch kwaliteitsmanagement systeem en die - na toetsing door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGJ) - een zogenaamde F-vergunning (fabrikantenvergunning) hebben verkregen van Farmatec. Farmatec is onderdeel van het CIBG, een uitvoeringsorgaan van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De F-vergunning is verplicht voor partijen die geneesmiddelen bereiden, doen bereiden of invoeren.

Meer lezen

Best verdienende dode artiesten van 2018

Royalties uit auteursrechten en merkenrechten

Elk jaar publiceert Forbes een lijstje met de rijkste overleden beroemdheden. BNR Nieuwsradio Ochtendspits interviewde mr. Mauritz Kop van MuziekenRecht.nl op 8 november 2018 over het hoe en waarom van het geld dat dode artiesten nog altijd genereren.

De dode zanger Elvis Presley verdiende vorig jaar 30,1 miljoen euro. Komt al dat geld alleen voort uit royalty’s?

Het geld komt voort uit auteursrechten en naburige rechten oftewel royalty’s én door merkrechten en handelsnaamrechten. Denk aan merchandise van de artiest als merk, zoals parfum van Elizabeth Taylor of petjes met Tupac Shakur. Of auteursrechten op een boek van Albert Einstein, of een woordmerk op zijn naam. Maar ook uit alle films waarin Elvis speelde. Daar komen nog steeds royalty’s uit voort, vanwege de openbaring en verveelvoudiging van die films op internet en televisie.

Hoe zit het met auteursrechten, filmrechten en merkrechten?

De auteursrechten op werken zoals muziek of boeken gelden tot 70 jaar na de dood van de maker, daarna komen ze in het publiek domein. In het geval van Elvis naar Nederlands recht tot het jaar 2048, in het geval van David Bowie tot 2087. Heel lang dus. Bij film geldt de wettelijke beschermingsduur doorgaans tot 50 jaar na release van de film. De merkrechten aan de andere kant gelden 10 jaar en moeten daarna worden verlengd, maar u kunt tot in de eeuwigheid blijven verlengen.

Direct na overlijden zien we een piek in het geld dat er wordt gegenereerd door exploitatie van de rechten, zoals recent bij David Bowie, Prince en Avicii.

Meer lezen

CPO Seminar Muziek & Recht Concertgebouw Amsterdam

Postacademisch onderwijs aan advocaten, rechters en hoogleraren over het muziekrecht

Op maandag 16 april 2018 organiseerde het Centrum voor Postacademisch juridisch Onderwijs (CPO) van de Radboud Universiteit Nijmegen een seminar over het Muziekrecht. Ik gaf daar een postacademische cursus muziekrechten en muziekcontracten. Het CPO verzocht mij enkele maanden eerder om de cursus ook muzikaal te omlijsten. In het Concertgebouw in Amsterdam. Hieronder een terugblik op dit bijzondere juridische event.

Het was me al snel duidelijk: voor deze cursus was veel muziek nodig.

Publiek Domein Quiz

Mijn idee voor de Publiek Domein Quiz was als volgt: Ons CPO ensemble zou live enkele bekende thema’s van klassieke en populaire muziekwerken aan het publiek voordragen. De cursisten moeten vervolgens raden om welk stuk het gaat en wie de componist is. Zodra we er achter zijn gekomen wie de componist is, mag het publiek haar hand opsteken als men denkt dat het werk zich in het publiek domein bevindt, of dat het in Nederland nog wordt beschermd door het auteursrecht. We deden dit in 2 blokken, 1 voor de pauze en 1 na de pauze. In de pauze speelden we integraal:

O Magnum Mysterium - Tomás Luis de Victoria (Spanje, c. 1548 - 1611). Publiek domein.

Er moest dus een klein orkestje komen. Het lukte gelukkig om een kwartet samen te stellen dat bestond uit 2 beroepsmuzikanten en 2 dubbelgeschoolde juristen. Dit ensemble - met op papier een ongelooflijke staat van dienst - deed mij ergens denken aan het Prinsengrachtensemble, waarvan ik 25 jaar geleden met veel plezier deel uitmaakte. Ook als klarinettist. En ook interdisciplinair in die zin dat het bestond uit (tamelijk) muzikale juristen.

Meer lezen