Een boekingscontract met een boekingsbureau in 2026: commissie, exclusiviteit, opzegtermijn en uitloopcommissie volgens de agentuurregels van artikel 7:428 BW

Stel: een band krijgt na een goed festivalseizoen een voorstel van een boekingsbureau. Exclusief, vijftien procent over alle gages, drie jaar vast, en na afloop nog twee jaar commissie over elke show bij een zaal die het bureau ooit heeft benaderd. Het voelt als erkenning en het is ook een contract dat de band jaren bindt. In juli 2026 beschreef M&R waar je op let bij een managementcontract. Een boekingscontract is een ander dier: de boeker verkoopt shows, en de wet noemt hem een handelsagent. Dit artikel loopt de vier afspraken langs die het verschil maken, met de wettelijke ondergrens erbij.

Glazen pot vol muntgeld naast één gitaarplectrum en een opgerolde zwarte instrumentkabel op een houten bureau in warm zijlicht, met een gitaar onscherp op de achtergrond: de commissie van het boekingsbureau


Waarom een boekingsbureau een handelsagent is en wat artikel 7:428 BW daarmee doet

Artikel 7:428 BW omschrijft de agentuurovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de principaal, aan de andere partij, de handelsagent, opdraagt om voor bepaalde of onbepaalde tijd en tegen beloning te bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten, zonder aan de principaal ondergeschikt te zijn. Een bureau dat zelfstandig, voor langere tijd en tegen een percentage van de gage optredens voor je binnenhaalt, past in die omschrijving: jij bent de principaal, het bureau is de agent. Of dat zo is, hangt af van de afspraken en van de feitelijke werkwijze; een eenmalige bemiddeling, of een bureau dat shows op eigen naam inkoopt en doorverkoopt, valt er niet onder. Dat onderscheid tussen bemiddelen en zelf contractpartij zijn beschreef M&R al in 2015 in Afspraken op papier in de Nederlandse dancesector. Is het agentuur, dan is afdeling 4 van titel 7 van Boek 7 BW van toepassing, en artikel 7:445 BW maakt een aantal regels daaruit dwingend. Partijen kunnen onder meer niet afwijken van artikel 7:428, derde lid (ieder kan een ondertekend geschrift met de geldende afspraken verlangen), artikel 7:433 (de periodieke provisie-opgave), artikel 7:437, tweede lid (de minimale opzegtermijnen) en artikel 7:439 (schadeplicht bij beëindiging zonder termijn). Van artikel 7:442, de klantenvergoeding, kan vóór het einde van de overeenkomst niet ten nadele van het bureau worden afgeweken.

Die regels beschermen in de eerste plaats de agent. Voor de artiest betekent dit dat de commerciële grenzen in het contract zelf moeten staan: het percentage, de grondslag, de exclusiviteit, de looptijd en wat er na het einde nog doorloopt. Waar het contract zwijgt, vult de wet aan, en die aanvulling valt meestal in het voordeel van het bureau uit.


De commissie: percentage, grondslag en de maandelijkse opgave van artikel 7:433 BW

De commissie is een percentage van de gage. Leg vast waarover: de netto gage, dus na btw en na de kosten die het contract met name noemt, zoals reiskosten die de organisator apart vergoedt. De generator van M&R stelt twaalf procent over de netto gage voor als in Nederland gebruikelijk, met een apart percentage voor het buitenland; extra kantoor- of administratiekosten bovenop de commissie verbiedt de wet niet, en juist daarom is ons advies ze in het contract uit te sluiten. Leg ook de geldstroom vast: gaat de gage rechtstreeks naar jou, of incasseert het bureau en betaalt het jouw deel binnen een vaste termijn door, met specificatie. Artikel 7:433, eerste lid, BW verplicht de principaal om de agent na afloop van elke maand een schriftelijke opgave van de verschuldigde provisie te geven, met de gegevens waarop de berekening berust; schriftelijk kun je afspreken dat die opgave per twee of drie maanden komt. Wie de opgave in de praktijk verzorgt, spreek je af; de plicht zelf blijft dwingend bestaan.

Eén regel uit artikel 7:431 BW verdient aparte aandacht. De agent heeft ook recht op provisie voor een overeenkomst met iemand uit de klantenkring of het gebied dat aan hem is toegewezen, ook als hij daar zelf niet aan te pas kwam, tenzij uitdrukkelijk is overeengekomen dat hij daar geen alleenrecht heeft. Wil je zelf shows blijven boeken zonder commissie te betalen, dan moet dat er letterlijk in staan.


Exclusiviteit en looptijd: wat artikel 7:436 en 7:437 BW doen als het contract zwijgt

Exclusief betekent dat het bureau je enige boeker is; vrij betekent dat het bureau bemiddelt terwijl jij zelf mag blijven boeken. Bij een exclusieve afspraak werkt de zojuist genoemde regel uit artikel 7:431 BW volledig door. Voor de looptijd zijn er twee smaken. Een contract voor bepaalde tijd, zeg twee of drie jaar, eindigt vanzelf; wordt het na afloop door beide partijen stilzwijgend voortgezet, dan geldt het volgens artikel 7:436 BW voor onbepaalde tijd op dezelfde voorwaarden. Een contract voor onbepaalde tijd eindigt door opzegging met de afgesproken opzegtermijn. Is er niets afgesproken, dan bedraagt die termijn volgens artikel 7:437, eerste lid, BW vier maanden, vermeerderd met een maand na drie jaar en met twee maanden na zes jaar looptijd. Het tweede lid stelt de dwingende ondergrens: één maand in het eerste jaar, twee maanden in het tweede jaar en drie maanden daarna, en een langere termijn mag voor de principaal niet korter zijn dan voor de agent. Opzeggen gebeurt tegen het einde van een kalendermaand. Wie de overeenkomst beëindigt zonder de duur of de termijn te respecteren, en zonder dat de ander daarmee instemt, is volgens artikel 7:439 BW schadeplichtig, tenzij er een dringende reden is die onverwijld aan de ander is meegedeeld.


Uitloopcommissie en klantenvergoeding: wat het bureau na het einde nog krijgt

Het voorstel uit de openingsalinea, twee jaar commissie over elke zaal die het bureau ooit heeft benaderd, gaat verder dan de wet. Artikel 7:431, tweede lid, BW geeft de agent na het einde recht op provisie in twee gevallen: voor overeenkomsten die hoofdzakelijk aan zijn werk tijdens de looptijd te danken zijn én binnen een redelijke termijn na het einde zijn gesloten, en voor bestellingen die jij of het bureau vóór het einde hebt ontvangen. Boekingen die tijdens de looptijd zijn gesloten en pas later worden uitbetaald, vallen gewoon onder het eerste lid. Die regel is dwingend en een contract kan haar niet wegschrijven. Wat een contract wel kan, is de open norm "redelijke termijn" van het tweede lid concreet invullen: de generator van M&R werkt bijvoorbeeld met twaalf maanden voor boekingen die na het einde rond komen op werk van het bureau. Ook die invulling is een ondergrens en geen plafond: artikel 7:445 BW maakt de regel dwingend ten gunste van de agent, dus wint een langere wettelijke redelijke termijn als het geval daarom vraagt; boekingen die al tijdens de samenwerking rond zijn gekomen, vallen onder het eerste lid. Een uitloop over elke zaal die het bureau ooit heeft benaderd, gaat verder dan wat de wet het bureau toekent.

Daarnaast kent artikel 7:442 BW de klantenvergoeding. De agent heeft bij het einde recht op een vergoeding voor zover hij nieuwe klanten heeft aangebracht of bestaande relaties aanmerkelijk heeft uitgebreid, die relaties de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren, en betaling billijk is gelet op alle omstandigheden, in het bijzonder de verloren provisie. Het bedrag is ten hoogste de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren of de kortere looptijd. De agent moet de vergoeding binnen een jaar na het einde claimen, en zij is niet verschuldigd als hij zelf heeft opgezegd, tenzij die opzegging gerechtvaardigd is door omstandigheden die jou zijn toe te rekenen of door zijn leeftijd, invaliditeit of ziekte, en evenmin als jij hebt beëindigd om een dringende reden die de agent te verwijten valt. Omdat het contract dit recht vooraf niet mag wegschrijven, is de beste afspraak een eerlijke: een begrensde uitloopcommissie, met de uitdrukkelijke vermelding dat die uitloop meeweegt bij de vraag wat billijk is.


Wat verder in het boekingscontract hoort: tekenbevoegdheid, je rechten en AI

Artikel 7:428 BW staat toe dat de agent overeenkomsten "eventueel op naam en voor rekening van de principaal" sluit. Sluit dat uit: het bureau onderhandelt en legt vast, en elk optreden vraagt jouw akkoord voordat het bureau tekent. Leg vast dat al je rechten van jou blijven, je muziek, je opnamen, je naam, je Buma/Stemra- en Sena-inkomsten, en dat het bureau alleen de commissie verdient. Neem een AI-clausule op: het bureau sluit geen overeenkomsten over je stem, beeld, persona of muziek voor AI-gebruik en staat die niet toe; daarvoor is per geval jouw aparte schriftelijke toestemming nodig. Waarom die clausule sinds 2025 geen luxe meer is, beschreef M&R in Vocal packs en stemklonen: hook of licentieprobleem?. En sluit de keten: het optreedcontract en de technische rider die het bureau namens jou onderhandelt, verdelen ook de schade, zoals het artikel van 17 juli over de technische rider liet zien.

Ligt er een voorstel van een bureau op tafel, of wil je er zelf een neerleggen dat klopt? De boekingscontract generator van M&R zet je afspraken over commissie, exclusiviteit, opzegtermijn en uitloop in een minuut of tien om in een boekingscontract naar Nederlands recht, in het Nederlands of Engels, met de agentuurregels erin verwerkt. Heb je al een contract gekregen en wil je eerst weten waar je staat, dan laat de contractscan per clausule zien wat goed geregeld is en wat nog aandacht vraagt.