Direct en geautomatiseerd — geen wachttijd, geen afspraak. Eenmalig per tekstset. U krijgt:
Muziekrechten en Muziekcontracten
Direct en geautomatiseerd — geen wachttijd, geen afspraak. Eenmalig per tekstset. U krijgt:
Een veelvoorkomend geval: een songwriter tekent een uitgeefcontract, draagt het auteursrecht op haar liedjes over en hoort daarna jaren niets. De liedjes staan geregistreerd, maar geen artiest neemt ze op, er komt geen synclicentie en er is geen subuitgever in het buitenland. De afrekeningen tonen alleen de uitvoeringsgelden van haar eigen optredens. De Auteurswet geeft haar dan een eigen instrument om de liedjes terug te krijgen: de opzegging wegens onvoldoende exploitatie van artikel 25e.
De maker kan het contract geheel of gedeeltelijk opzeggen als de uitgever het werk niet binnen een redelijke termijn in voldoende mate exploiteert, of na een actieve start stilvalt. Gedeeltelijk opzeggen kan ook: alleen bepaalde liedjes, of alleen de exclusiviteit. Bij een overgedragen auteursrecht moet de maker dan wel vastleggen welke rechten terugkomen. De opzegging is niet mogelijk als de stilte aan de maker zelf te wijten is. Van de regel kan in het contract geen afstand worden gedaan (artikel 25h). Hij geldt ook bij een buitenlandse rechtskeuze als de exploitatie vooral in Nederland plaatsvindt.
Opzeggen kan pas nadat de songwriter de uitgever schriftelijk een redelijke termijn heeft gegund om de liedjes alsnog te exploiteren. De wet noemt geen vaste termijn; voor muziek ligt een termijn van enkele maanden voor de hand. In dezelfde brief kan ze een schriftelijke opgave van de exploitatie vragen, die de uitgever vóór het einde van de termijn moet geven. De jaarlijkse cijfers van artikel 25ca leveren meestal het eerste bewijs. Exploiteert de uitgever binnen die termijn nog steeds niet voldoende, dan volgt de opzegging met een schriftelijke verklaring. De rechter kan het contract ook beëindigen.
Bij een song met meerdere schrijvers is meestal de instemming van de co-writers nodig. Heeft de uitgever de catalogus verkocht, dan kan de songwriter de opzegging ook tegenover de koper inroepen, mits ze die snel schriftelijk informeert. Daarna moeten de betrokken rechten worden teruggeleverd en moet de registratie bij BumaStemra worden aangepast, zodat het uitgeversaandeel niet naar de oude uitgever blijft gaan.
Stel: een gitarist verlaat na zes jaar zijn band en treedt een maand later met nieuwe muzikanten op onder de oude naam. De drie anderen ontdekken dat hij die naam al eerder op eigen naam bij het BOIP heeft ingeschreven. Wie mag er nu verder als de band? Dat hangt af van het merkregister, van de manier waarop de band zich zakelijk heeft georganiseerd en van wat er in het bandcontract staat.
In de Benelux ontstaat het merkrecht door inschrijving (artikel 2.2 BVIE). Een band die jaren onder een naam speelt zonder die in te schrijven, heeft op die naam geen merkrecht. Het bandlid dat de naam als Benelux-merk op eigen naam inschrijft, krijgt daarmee een sterke uitgangspositie, maar geen eindoordeel. Een oudere handelsnaam van de band kan ook tegenover een jonger merk gewicht hebben (artikel 2.23 lid 2 BVIE). Een merk dat te kwader trouw is aangevraagd, kan nietig worden verklaard (artikel 2.2bis lid 2 BVIE), bij de rechter of in een procedure bij het BOIP zelf. Groepsapps, facturen op naam van de band en een gedeelde rekening kunnen de gezamenlijke aanspraak en de omstandigheden van het depot helpen onderbouwen.
Een band die samen optreedt en de gages deelt, is juridisch al snel een maatschap of vof. Opzegging door één lid ontbindt die samenwerking in beginsel (artikel 7A:1683 BW), en de bandnaam valt dan in de verdeling. De wet regelt voortzetting alleen na overlijden van een vennoot (artikel 7A:1688 BW). Wil de band vooraf vastleggen dat de achterblijvers mogen doorgaan, dan hoort er een voortzettingsbeding in het bandcontract. De Handelsnaamwet verbiedt daarnaast een naam die verwarring wekt met de oudere naam van een ander.
Een split verandert op zichzelf niets aan ieders songaandeel of aan de aanspraak op de Sena-vergoeding voor opnames waarop een muzikant te horen is; uitbetaling vraagt wel een juiste registratie. Het artikel sluit af met zes afspraken over naam, voortzetting, uitkoop, verwijzend gebruik, accounts en lopende boekingen die in elk bandcontract thuishoren.
Een reclamebureau stuurt een producer een bekende hit als voorbeeld en vraagt om een track die "precies zo voelt", omdat de licentie op het origineel te duur is. Zo'n soundalike raakt drie lagen: de opname van het origineel, de compositie en de stem. Elke laag kent een eigen regel, en daar hangt van af wie straks een claim krijgt.
Het naburig recht van label en uitvoerende kunstenaars (artikel 2 en 6 Wet op de naburige rechten) beschermt de bestaande opname. Een sessieband die alles opnieuw inspeelt, maakt een nieuw fonogram, en het label van het origineel heeft daar geen zeggenschap over. Wie wel geluid uit het origineel overneemt, zit op ander terrein: volgens het Hof van Justitie in de zaak Pelham (2019) is ook een heel kort fragment uit een fonogram een reproductie, tenzij het onherkenbaar is gemaakt. Een herkenbaar sample vraagt dus in beginsel toestemming van het label, behalve als een wettelijke uitzondering zoals pastiche van toepassing is.
Artikel 13 Auteurswet rekent elke nabootsing in gewijzigde vorm die geen nieuw, oorspronkelijk werk is tot de verveelvoudiging. Een track die de melodie, hook of riff van een hit volgt, heeft dus toestemming van de uitgever nodig. Een genre, een tempo of een gangbaar akkoordenschema blijft vrij. Een briefing met het origineel als bijlage bewijst dat de maker het origineel kende; samen met overeenstemming in beschermde elementen levert dat sterk bewijs van ontlening op. Een pastiche in de zin van het Pelham-arrest van april 2026 vraagt een merkbaar verschil en een herkenbare dialoog met het origineel, en daar is een soundalike zelden op gebouwd. Voor de stem bestaat in Nederland geen apart recht, maar een herkenbare imitatie in een commercial kan onrechtmatig zijn onder artikel 6:162 BW. In de Verenigde Staten verloor Ford in 1988 een zaak van Bette Midler, terwijl het de licentie op het nummer wel had.
Bureaus vragen vaak een garantie van originaliteit en een volledige vrijwaring, terwijl zij zelf het origineel kiezen. In het artikel staan zes afspraken die het risico eerlijker verdelen: van de vastgelegde referentietrack en een maximum op de vrijwaring tot een musicologische check vóór uitzending en het bewaren van sessiebestanden.
Op 6 oktober 2026 ging de kwartaalbrief van najaar 2026 naar de lezers van AIRecht, MuziekenRecht, MusicaJuridica en Juridisch Advies voor Bedrijven. Hier staat hij in zijn geheel, met eerst wat MuziekenRecht dit kwartaal schreef en daarna de drie andere praktijken. Per stuk in drie regels: voor wie, wat en waarom.
Wat verandert er dit najaar voor jou en je bedrijf? Sinds 15 augustus geldt de Cyberbeveiligingswet, en veel mkb-bedrijven merken die via de contracten van hun klanten. Uiterlijk 9 december moeten de lidstaten de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn omzetten, en die rekent software uitdrukkelijk tot producten. En wie muziek maakt, leest over AI-stemmen in covers, credits, splitsheets en wat er met je masters gebeurt als een label omvalt.
De volgende kwartaalbrief verschijnt in januari. Tussendoor lees je alles op de sites zelf, en een contract laten screenen kan altijd: €119 voor 1-5 pagina's.
Een tekstschrijver ziet op de releasedag haar tekst terug in de nieuwe single van een artiest, terwijl bij de credits alleen de naam van de artiest staat. Ze heeft haar rechten aan een uitgever overgedragen. Haar naam heeft ze daarmee niet weggegeven: daarover gaan artikel 25 van de Auteurswet en, voor de muzikanten op de opname, artikel 5 van de Wet op de naburige rechten.
Artikel 25 lid 1 Auteurswet geeft de maker, ook na overdracht van het auteursrecht, het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking zonder zijn naam, tegen openbaarmaking onder de naam van een ander, tegen wijzigingen en tegen aantasting van zijn eer of naam. Voor naamsvermelding geldt een redelijkheidstoets: de radio hoeft niet bij elk nummer de schrijvers te noemen, een creditsveld op een streamingdienst of een hoes is een ander verhaal. Na het overlijden van de maker gaan deze rechten over op wie hij bij testament aanwijst, en anders op zijn nabestaanden.
Artikel 25 lid 3 laat volledige afstand toe van het recht om genoemd te worden. Van de andere rechten kan de maker alleen afstand doen voor wijzigingen in het werk of de titel. Het verzet tegen openbaarmaking onder een andere naam valt daarbuiten. Voor ghostwriting betekent dat: een song zonder schrijversnaam (na afstand) of onder een zelfgekozen pseudoniem (de afgesproken aanduiding als maker) past binnen de wet, een artiest die zich als enige schrijver laat vermelden staat op minder vaste grond dan het contract suggereert. Royalty's lopen via de werkaanmelding bij Buma/Stemra en het publishingcontract, een eigen spoor naast de credit.
Uitvoerende kunstenaars hebben in artikel 5 WNR vergelijkbare rechten, met dezelfde redelijkheidstoets bij een ontbrekende naam en bij wijzigingen, maar zij kunnen van naamsvermelding en van verzet tegen wijzigingen schriftelijk afstand doen. Die afstand staat vaak in het sessiecontract naast de buy-out. Alleen het verzet tegen aantasting van eer of naam blijft altijd bij de muzikant. Een producer heeft alleen een wettelijk recht op naamsvermelding als hij heeft meegeschreven of zelf speelt; anders hangt zijn credit af van het producercontract. Het artikel sluit af met vijf punten over credits die in elk publishing-, sessie- of producercontract thuishoren.