Je rechten deels uit BumaStemra halen: de opt-out per rechtencategorie, de deadline van 30 september en wat artikel 5 van de richtlijn collectief beheer toestaat

Stel: een songwriter met veertig nummers bij BumaStemra krijgt van een gamestudio de vraag of drie tracks in een online game mogen, tegen één bedrag en met één handtekening. Dan moet ze weten of ze een deel van haar rechten kan terugnemen zonder haar lidmaatschap op te zeggen, en wanneer dat ingaat.

Wat artikel 5 van de richtlijn collectief beheer toestaat

Artikel 5 van Richtlijn 2014/26/EU laat de rechthebbende per recht, per categorie, per soort werk en per grondgebied kiezen welke organisatie haar rechten beheert. Ze mag ook zelf licenties geven voor niet-commercieel gebruik, onder de voorwaarden die de organisatie daaraan verbindt. Intrekken kan met een opzegtermijn van ten hoogste zes maanden, en de organisatie mag de ingangsdatum naar het einde van het boekjaar verschuiven. Voor gebruik van vóór de intrekking, en voor licenties die al liepen, blijven de uitkeringen via de organisatie lopen.

De opt-out van BumaStemra: per categorie, uiterlijk 30 september

Na een onderzoek van de ACM voerde BumaStemra een opt-out per rechtencategorie in, nu Flexibel Beheer genoemd. Er zijn vijf hoofdcategorieën: events; radio, tv en simulcasting; achtergrondmuziek; mechanisch; online. De opt-out geldt per categorie voor de hele catalogus en niet per werk; alleen online kent subcategorieën. Een wijziging kan eenmaal per jaar, met drie maanden opzegtermijn, en het formulier moet uiterlijk op 30 september binnen zijn. Wie in november 2026 een gamedeal krijgt, kan het formulier uiterlijk op 30 september 2027 indienen; de wijziging gaat dan per 1 januari 2028 in.

Wat buiten de opt-out blijft

De billijke vergoeding van artikel 7 WNR voor het uitzenden en openbaar maken van opnamen loopt volgens artikel 15 Wet op de naburige rechten verplicht via Sena; die kan een artiest niet zelf innen. Ook het uitgeefcontract kan de uitgever meezeggenschap of een aandeel geven in een categorie die de componist zelf gaat beheren. Wie mechanisch terugneemt voor één synclicentie, verliest bovendien de collectieve inning voor cd, vinyl en de thuiskopie van alle nummers.

Meer lezen

Je song in een Nederlandse film of serie: de synclicentie van uitgever en label, en wanneer Sena na het Atresmedia-arrest nog uitkeert

Een productiehuis wil 45 seconden van je single onder de slotscène van een Nederlandse dramaserie. Voor dat gebruik zijn twee aparte licenties nodig: één voor de compositie en de tekst, en één voor de opname. Wie welke handtekening zet, hangt af van de contracten die je eerder sloot met een muziekuitgever, een label of een distributeur.

Uitgever en label tekenen elk een eigen synclicentie

Muziek vastleggen onder bewegend beeld is een verveelvoudiging in de zin van artikel 13 Auteurswet. Voor de compositie geeft de rechthebbende op het auteursrecht toestemming. Bij een uitgeefcontract onderhandelt meestal de muziekuitgever; voor bestaand repertoire in films en documentaires biedt BumaStemra ook een aanvraagroute. Voor de opname heeft de producent van het fonogram het recht van artikel 6 WNR en hebben de uitvoerende muzikanten hun eigen recht onder artikel 2 WNR. Bij een labeldeal komt de masterlicentie meestal van het label; wie zelf uitbrengt, is vaak zelf de producent en tekent met de hele band.

Wanneer Sena voor de uitzending van de serie nog betaalt

Een opname die op de radio wordt gedraaid, levert via Sena een billijke vergoeding op onder artikel 7 WNR. Het Hof van Justitie oordeelde op 18 november 2020 in de zaak Atresmedia (C-147/19) dat een film of serie waarin een fonogram is verwerkt zelf geen fonogram is. Bij de uitzending ontstaat dan geen recht op die enkele vergoeding. In Nederland incasseert Sena sinds 2023 weer bij NPO, RTL en Talpa, behalve voor aangewezen programmacategorieën waarvoor de synchronisatie al contractueel is geregeld; bij RTL en Talpa zijn dat sinds 2024 alleen commercials. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 7 april 2026 in de zaak tegen Ziggo dat artiesten en producenten in elk geval één keer betaald moeten worden. Wat de synclicentie over de masterfee en collectieve vergoedingen zegt, bepaalt dus of Sena later nog uitkeert.

Buma, de cue sheet en de negen punten van een goede licentie

De compositie blijft wel doorbetalen: zendt een omroep of streamingdienst met een Buma-licentie de serie uit, dan verdeelt Buma de uitvoeringsvergoeding over componisten, tekstdichters en uitgevers, op basis van de cue sheet die de producent opstelt. Artikel 25 Auteurswet begrenst daarnaast hoe ver een productiehuis de song mag inkorten of bewerken. Het artikel loopt de negen afspraken langs die in een synclicentie voor film of serie horen, van medium, territorium en termijn tot naamsvermelding, een gelijke fee voor uitgever en label, en de aanlevering van de cue sheet aan Buma.

Meer lezen

Wie heeft rechten op een volledig met AI gegenereerde track: auteursrecht op compositie en tekst, het fonogramrecht van artikel 6 WNR en de Sena-vergoeding van artikel 7 WNR

Een producer laat met één prompt een complete deephouse-track genereren, met melodie, tekst, zang en mix, en wil die uitbrengen via een distributeur of verkopen aan een label. Elk contract vraagt dan wie welke rechten heeft. Het antwoord valt in twee delen uiteen: de compositie en tekst onder de Auteurswet, en de opname onder de Wet op de naburige rechten.

Auteursrecht op compositie en tekst vraagt een menselijke maker

Het Hof van Justitie eist sinds Infopaq (2009) en Cofemel (2019) een eigen intellectuele schepping: vrije en creatieve keuzes van een mens. Een prompt met genre, tempo en stemming legt alleen een richting vast. Melodie, akkoorden en tekstregels kiest het model, en volgens de heersende opvatting rust daar dan geen auteursrecht op. In de Verenigde Staten bevestigde het hof van beroep in Thaler v. Perlmutter op 18 maart 2025 dat auteursrecht een menselijke maker vereist. Schrijf je zelf de tekst, speel je de hook in of herschik je de fragmenten tot een eigen structuur, dan kunnen die bijdragen wel beschermd zijn.

Het fonogramrecht van artikel 6 WNR vraagt geen creativiteit

Voor de opname gelden andere regels. Artikel 1 WNR noemt iedere opname van "geluiden van een uitvoering of andere geluiden" een fonogram, en artikel 6 geeft de producent het uitsluitend recht om het te reproduceren en openbaar te maken, ook via streaming. Volgens artikel 12 lid 4 duurt dat recht in de regel zeventig jaar. Een veldopname van vogels en een volledig in software gebouwde track zijn al fonogrammen. Daarom is goed te verdedigen dat een gegenereerd audiobestand dat ook is. Open blijft wie de producent is, de gebruiker of de dienst, en of een berekend bestand een vastlegging van geluiden is.

Sena-vergoeding en de garantie in je contract

Voor radio en openbare ruimtes betaalt de gebruiker via Sena een billijke vergoeding, die artikel 7 lid 4 WNR gelijk verdeelt tussen uitvoerende kunstenaar en producent. Sena int ook voor met AI gegenereerde muziek. Bij een volledig gegenereerde track ontbreekt de uitvoerende kunstenaar, en hoe Sena dan uitbetaalt, is niet vastgesteld. Distributie- en labelcontracten vragen bovendien een garantie dat je alle rechten bezit. Voor de overdracht van fonogramrecht en auteursrecht zijn een schriftelijke overeenkomst en een akte van levering nodig (artikel 9 WNR, artikel 2 Auteurswet). In het artikel lees je waar die garantie bij een AI-track wankelt, en welke vijf vragen je vóór de release beantwoordt.

Meer lezen

Een DJ-mix online zetten in 2026: welke rechten per track meespelen, wat Mixcloud, YouTube en Twitch al regelen en waarom de clubset onder artikel 7 WNR valt

Een DJ draait op zaterdag een set in een club, neemt hem op en zet hem op zondag online. Op Mixcloud blijft de mix staan, op YouTube komen binnen een dag de eerste claims, terwijl dezelfde tracks in de club zonder problemen klonken. Dat verschil volgt uit de Nederlandse wet en uit de licenties die elk platform wel of niet heeft afgesloten.

In de club: Buma-licentie en Sena-vergoeding

Voor de composities neemt de club een licentie bij Buma. Voor de opnames geldt artikel 7 van de Wet op de naburige rechten: een fonogram dat voor commerciële doeleinden is uitgebracht, mag openbaar worden gemaakt zonder toestemming van label en muzikanten, zolang de gebruiker een billijke vergoeding aan Sena betaalt. Voor ongereleasede promo's en dubplates gelden de voorwaarden van de afzender.

Online: rechten per track, deels geregeld door het platform

Een opgenomen mix die op aanvraag te beluisteren is, valt buiten artikel 7 WNR. Reproductie en online beschikbaarstelling vallen onder het verbodsrecht van de fonogrammenproducent en de uitvoerenden (artikel 6 en 2 WNR) en van de makers (artikel 12 en 13 Auteurswet). Die rechten moeten geregeld zijn, maar niet altijd door de DJ zelf. Mixcloud heeft licenties die ook de opnames dekken, binnen uploadregels: maximaal drie tracks per album en vier per artiest in een show. Twitch heeft een DJ-programma voor livestreams, zonder terugkijkversies. Op YouTube beslissen rechthebbenden via Content ID per match of een video wordt geblokkeerd of gemonetiseerd; dat is geen toestemmingsregeling. En wie een mix commercieel inzet, valt bij BumaStemra al snel buiten de dekking voor particulier gebruik.

Edits, promo's en de opname in je optreedcontract

Een eigen edit of mashup is een bewerking waarvoor artikel 13 Auteurswet toestemming van maker en uitgever vraagt. Promo's uit een promopool mag je meestal in sets draaien, niet zonder meer online verspreiden. En als een club of festival je set opneemt voor een stream of aftermovie, hoort in het optreedcontract te staan wie opneemt, wie de licenties regelt, wie producent van de opname is en of online gebruik in de gage zit.

Meer lezen

Een gastvocalist op je track in 2026: haar naburig recht (artikel 2 en 5 WNR), de toestemming van haar label en wat 'feat.' bij Sena oplevert

Een gastvocalist zingt het refrein in, schrijft twee regels bij, en de track gaat als "X feat. Y" naar de distributeur zonder dat iemand iets heeft getekend. Bij de eerste Sena-afrekening, het eerste syncverzoek en de eerste mail van haar label komen dan vier vragen tegelijk boven: wat heeft de gast ingebracht, wie moest toestemming geven, welk geld hoort bij haar, en wat betekent "feat." in de credits. Dit artikel loopt die vragen na langs de Wet op de naburige rechten en de verdeelregels die Sena zelf publiceert.

Een eigen naburig recht, geen aandeel in de master

De gast is uitvoerend kunstenaar en heeft op grond van artikel 2 WNR het uitsluitend recht om toestemming te geven voor het opnemen, reproduceren en beschikbaar stellen van haar uitvoering. Wie de eerste vastlegging voor zijn rekening en verantwoordelijkheid laat maken, is doorgaans fonogrammenproducent (artikel 1 onder d en artikel 6 WNR); wie de masterrechten nu houdt, hangt ook af van eventuele overdrachten. De gast wordt door mee te zingen geen mede-eigenaar. De master-eigenaar heeft haar toestemming wel nodig voor elke exploitatie. Een overdracht of exclusieve licentie moet schriftelijk en omvat alleen wat er uitdrukkelijk in staat of wat daaruit noodzakelijk voortvloeit (artikel 9 WNR, tekst 2026). Schrijft zij eigen regels die een eigen creatieve bijdrage zijn, dan komt daar een aandeel in de compositie bij.

Het label van de gast en de courtesy-clausule

Een artiest met een lopend platencontract heeft meestal een exclusiviteitsbeding getekend en haar naburige rechten aan haar label overgedragen. Wat dat label voor een feature moet toestaan, staat in dat contract; de zin "appears courtesy of" is de vermelding die labels voor zo'n vrijgave bedingen. Labels vragen daarvoor een vaste vergoeding of een aandeel in de masterroyalty, een beperking tot de ene track en een verbod om de gastvocaal los te gebruiken. Al die punten horen in het featured-artistcontract te staan voordat de track wordt aangeleverd, omdat een distributeur een track bij een rechtenclaim offline kan zetten.

Waarom "feat." geld is bij Sena

Sena verdeelt de vergoeding per track 50/50 tussen producent en muzikanten, en verdeelt het muzikantendeel via punten: vijf per hoofdartiest, één per instrument voor een sessiemuzikant met een maximum van drie. Sena rekent een featuring artist als hoofdartiest en beslist over die rol op grond van registratie, contract en bewijs van deelname. Welke rol de gast kan aantonen, bepaalt dus of zij een hoofdartiestenaandeel of een sessieaandeel krijgt; artikel 5 WNR geeft haar daarnaast het recht op naamsvermelding. Het artikel sluit af met acht afspraken voor het contract en met de opties als de feature al uit is zonder papier.

Meer lezen

Muziek in een podcast: waarom artikel 7 WNR daar niet geldt en je de opname bij label en uitvoerenden zelf moet clearen

Een radiozender draait op dinsdagmiddag een track en hoeft daarvoor niemand te bellen. Dezelfde redactie zet donderdag een podcastaflevering online met dertig seconden uit precies dezelfde opname onder de intro, en vanaf dat moment geldt er een ander regime. Het verschil staat in de tweede volzin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de naburige rechten.

Wat artikel 7 WNR wel en niet dekt

De eerste volzin van dat lid laat toe dat een commercieel uitgebracht fonogram wordt uitgezonden of op een andere wijze openbaar gemaakt zonder toestemming van de fonogrammenproducent en de uitvoerende kunstenaars, mits daarvoor een billijke vergoeding wordt betaald. Die vergoeding loopt via de organisatie die op grond van artikel 15a WNR is aangewezen, in Nederland Sena, en artikel 7, vierde lid, verdeelt de opbrengst gelijk tussen de uitvoerende kunstenaar en de producent. Radio, televisie, winkel, café en festival lopen langs die route: gebruiken eerst, afrekenen achteraf. De tweede volzin zondert het beschikbaar stellen voor het publiek daarvan uit. Een podcastfeed doet precies dat: de luisteraar kiest zelf wanneer en waar hij luistert. Daarmee valt podcastgebruik terug op de exclusieve rechten van artikel 6, eerste lid, WNR bij de fonogrammenproducent en van artikel 2, eerste lid, WNR bij de uitvoerenden.

Twee lagen, twee tegenpartijen

Elke seconde muziek bevat twee lagen die los van elkaar worden verhandeld: het lied onder de Auteurswet, meestal in beheer bij Buma/Stemra en de uitgever, en de opname onder de Wet op de naburige rechten, bij het label en de uitvoerenden. Een aflevering raakt beide handelingen tegelijk, want de opname wordt in de montage gekopieerd en het resultaat wordt in een feed gezet. Bij oude artiesten- en sessieakten is de tekenbevoegdheid van het label voor de uitvoerenden een aanname die je controleert, want het beschikbaar stellen voor het publiek wordt daarin niet altijd genoemd.

De uitzending die later online komt

De scherpste rand zit bij de radio-uitzending die 's avonds als terugluisterbestand in een feed verschijnt. Dat is een zelfstandige handeling waarvoor de exclusieve rechten gelden. Voor de rechthebbende kantelt het beeld daarmee ook: bij een uitzending komt het geld ongevraagd binnen, bij on-demand gebruik komt er niets zolang niemand belt. Het artikel loopt de citaatvrijheid van artikel 15a Auteurswet en artikel 10 onder b WNR na, en sluit af met de zes punten die in een toestemming horen te staan voordat de aflevering online gaat: welke opname met ISRC, wie tekent namens de uitvoerenden, welke twee handelingen, welk gebied en welke termijn, welke dragers, en wie de vrijwaring draagt.

Meer lezen

Artikel 7 lid 1 en artikel 9b WNR: twee vergoedingen die naast de sessiefee van een buy-out staan

Een cellist speelt drie uur mee op vier nummers, tekent bij vertrek één A4 en factureert 450 euro. Naast de reikwijdte van die handtekening staan twee vergoedingen die de Wet op de naburige rechten zelf regelt en die een gewone overdracht van het opnamerecht niet vanzelf meeneemt.

De uitzondering onderaan artikel 7 lid 1 WNR

Artikel 7 lid 1 WNR laat uitzending en openbaarmaking van een commercieel uitgebracht fonogram toe tegen een billijke vergoeding, en lid 4 verdeelt die gelijkelijk tussen producentenzijde en uitvoerendenzijde; de verdeling binnen de uitvoerendenzijde volgt uit de repartitieregels van de organisatie die artikel 15 aanwijst, in Nederland Sena. De laatste volzin van lid 1 sluit echter het beschikbaar stellen voor het publiek uit. On-demand streaming valt daardoor terug in het uitsluitend recht van artikel 2 dat in de sessieverklaring is overgedragen, terwijl radio, horeca en winkel het kanaal vormen waarin de wet de uitvoerendenzijde een helft toewijst. De wet verklaart de aanspraak van artikel 7 overigens niet onvervreemdbaar; zij bepaalt wel dat een overdracht van het recht van artikel 2 haar niet automatisch meeneemt.

De twintig procent van artikel 9b WNR

Artikel 9b lid 1 WNR stelt twee voorwaarden: een overdracht van de rechten op de uitvoering aan de fonogramproducent, en een daarbij overeengekomen niet-periodieke vergoeding. Het woord buy-out komt in de wet niet voor, en een dagvergoeding voor speeltijd is niet automatisch de vergoeding voor die overdracht. Is aan beide voldaan, dan hebben de uitvoerenden gezamenlijk recht op een jaarlijkse aanvullende vergoeding voor ieder volledig jaar na het vijftigste jaar sinds de eerste rechtmatige verhandeling of, indien eerder, de openbaarmaking van het fonogram. Lid 2 stelt die op twintig procent van de producenteninkomsten uit het voorafgaande jaar, en lid 4 bepaalt dat van deze rechten geen afstand kan worden gedaan. Via het Fonds Uitvoerende Kunstenaars draait die regeling nu al op repertoire uit de jaren zestig en zeventig.

Wat het auteurscontractenrecht daarnaast biedt via artikel 2b WNR, waarom de informatieplicht van artikel 25ca juist bij een klein aandeel kan wegvallen, en vijf punten om vóór de sessie vast te leggen, staan in het volledige artikel; wie een lopende sessieverklaring of producerovereenkomst daartegen wil laten leggen, kan daarvoor de contractscan van M&R gebruiken.

Meer lezen

Een onbetaalde studiofactuur maakt de studio nog geen rechthebbende

De laatste sessiedag is voorbij, de mix staat, en de factuur blijft onbetaald. Twee weken later vraagt de artiest om de bestanden en antwoordt de studio dat er eerst betaald moet worden. Beide partijen gaan er dan van uit dat de studio iets vasthoudt wat de ander nodig heeft, terwijl zelden scherp is welk ding dat precies is. Rond één opname liggen namelijk drie posities door elkaar: de drager waarop de bestanden staan, het fonogram met daarop het naburige recht van de producent, en het werk met daarop het auteursrecht van componist en tekstdichter. Een onbetaalde factuur raakt geen van die drie. Zij levert een vordering op, en wie geld te vorderen heeft wordt daarmee geen rechthebbende op de opname.

Waarom het retentierecht om de schijf sluit en niet om de opname

Artikel 3:290 BW geeft een schuldeiser de bevoegdheid de afgifte van een zaak op te schorten, en artikel 3:2 BW omschrijft zaken als de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. De drager is een zaak, het bestand niet. Geen van beide regimes werkt automatisch: er moet een opeisbare vordering zijn en voldoende samenhang met de opgeschorte verbintenis, en voor retentie ook feitelijke macht over de zaak en een verplichting tot afgifte daarvan. Is daaraan voldaan en gaat het om een schijf, tapespoel of toestel van de opdrachtgever, dan bestaat er een echt retentierecht, met de bijzondere derdenwerking van artikel 3:291 BW en het voorrecht bij verhaal van artikel 3:292 BW. Staan de bestanden alleen op de eigen systemen van de studio, dan is er geen zaak die moet worden afgegeven en resteert het gewone opschortingsrecht van artikel 6:52 BW. Dat kan op grond van artikel 6:53 BW ook tegen schuldeisers van de wederpartij worden ingeroepen, maar het mist het goederenrechtelijke voorrecht dat retentie wel geeft. Daar komt een productiepraktisch punt bij: rond een release bestaan minstens vier lagen — sessieproject, stems, mixdown en master — die bij verschillende partijen liggen, zodat een afspraak over "afgifte van de master" zonder laagaanduiding weinig betekent en opschorting op de verkeerde laag geen drukmiddel oplevert.

De vraag die het meeste geld beweegt

Artikel 1 onder d van de Wet op de naburige rechten wijst als producent van fonogrammen aan wie een opname voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen. De Hoge Raad legde die maatstaf op 17 december 2021 vast in het licht van de Conventies van Rome en Genève en het WPPT: producent is wie de organisatie van de eerste opname op zich neemt en daarvoor de financiële verantwoordelijkheid heeft. In feitelijke instanties was daarbij niet beslissend wat de productieovereenkomst bepaalde, maar de vastgestelde gang van zaken. Een studio die tegen dagtarief ruimte, apparatuur en een engineer levert terwijl artiest of label de opname organiseert en financiert, verricht een dienst en heeft het uitsluitend recht van artikel 6 Wnr niet: zij kan de exploitatie niet op die grondslag verbieden en de opname niet op eigen naam uitbrengen. Machteloos is zij daarmee niet, want een rechtmatige opschorting van de levering kan de release nog vertragen. Wettelijke producentstatus, een contractueel aandeel in de master en een overdracht of licentie zijn daarbij drie verschillende dingen: artikel 9 Wnr verlangt voor een overdracht een schriftelijke overeenkomst én de levering bij akte van artikel 3:95 BW, en voor een exclusieve licentie de schriftelijke overeenkomst. Het onderscheid is financieel beslissend, omdat artikel 7 lid 4 Wnr de billijke vergoeding voor commercieel uitgebrachte fonogrammen gelijkelijk verdeelt over uitvoerende kunstenaars en producent: een verkeerde producentaanmelding bij Sena kan de producentenvergoeding voor die opname misrouteren zolang de claim niet wordt gecorrigeerd, waarbij Sena vergoedingen maximaal drie jaar reserveert voor wie zich niet heeft aangemeld en onterechte betalingen tot vijf jaar na uitbetaling mag terugvorderen.

Vijf punten in de opdrachtbevestiging

Het artikel eindigt met vijf vragen die vóór de eerste sessiedag horen te zijn beantwoord: wie producent wordt en wie aanmeldt bij Sena, welke lagen in welk formaat worden geleverd en wie ze bewaart, of de afgifteplicht bij oplevering of bij betaling ontstaat, van wie de drager is waarop wordt geleverd, en wat er bij niet-betaling gebeurt — inclusief de vaststelling dat een pandrecht op het naburige recht eigen vestigingsformaliteiten kent en niet met een enkele bepaling in de opdrachtbevestiging tot stand komt. De spiegelversie geldt voor de artiest en het label, voor wie de eigen onderhandelingspositie uiteindelijk afhangt van de vraag op wiens schijf de bestanden staan.

Meer lezen

Formule 1, een wereldwijd gestreamde DJ-set: zo werkt de muziekclearance (de Garrix-les)

Toen Martin Garrix de Formule 1 liet swingen — in 2025 op de Grand Prix van Azerbeidzjan, en als aangekondigde finale-act van de Dutch Grand Prix op Zandvoort in 2026 — keek een wereldwijd publiek mee via uitzending en stream. Achter zo'n ogenschijnlijk simpele DJ-set gaat een verrassend complexe muziekclearance schuil: wie de set hoort, hoort tientallen rechthebbenden tegelijk.

Twee rechtenlagen onder elke track

Onder vrijwel elke gedraaide track liggen twee rechten. Het auteursrecht op de compositie (collectief beheerd via Buma/Stemra) en het naburige recht op de opname zelf — de master. Artikel 6 van de Wet op de naburige rechten geeft de producent van het fonogram een uitsluitend recht; daarnaast heeft de uitvoerend kunstenaar eigen naburige rechten. Een set rijgt tientallen tracks aaneen, en achter elke track schuilen vaak meerdere componisten, uitgevers, labels en artiesten.

Uitzenden en streamen is een aparte handeling

Het optreden zelf en de wereldwijde uitzending ervan zijn juridisch twee dingen. Artikel 12 van de Auteurswet rekent tot openbaarmaking zowel het uitzenden via een zender of satelliet als de on-demand beschikbaarstelling waarbij het publiek "op een door hen gekozen individuele plaats en tijd" toegang heeft. De collectieve regelingen via Buma/Stemra en Sena dekken een groot deel van het laten klinken en uitzenden — maar niet de stap die een uitgezonden evenement juist bijzonder maakt.

Sync is geen blanket-licentie

Muziek koppelen aan bewegend beeld is synchronisatie — een exclusief recht. Het vastleggen van een nummer in de raceregie, de highlights en de wereldwijde social-nawerking is een verveelvoudiging in gewijzigde, gecombineerde vorm (artikel 13 Auteurswet). Daarvoor zijn een sync-licentie van de uitgever én een master-use-licentie van het label nodig, per werk en per gebied — buiten de standaard blanket-licenties om. En rechten zijn territoriaal: een wereldwijd gestreamd evenement kent geen één-loket.

De les is steeds dezelfde: clear vóór de uitzending, niet erna. Deze blog legt uit hoe de clearance van een wereldwijd uitgezonden live-set werkt, van cue sheet tot territoriale reikwijdte — het gespecialiseerde werk achter de muziek op het grootste podium.

Meer lezen

Muziekrecht en Kunstmatige Intelligentie: Van AI-Gegenereerde Werken tot Gecloonde Artiesten

De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) in de muziekindustrie ontketent een revolutie die de manier waarop muziek wordt gecreëerd ingrijpend verandert. Deze ontwikkeling roept complexe juridische vragen op over AI en auteursrecht (AI muziek copyright) en naburige rechten. Hoe kunnen we de creatieve rechten van artiesten en componisten beschermen en tegelijk ruimte laten voor technologische innovatie?

Muziekcontracten updaten met AI bepalingen

Voor muziekprofessionals – van onafhankelijke artiest tot groot label – is het essentieel om de vinger aan de pols te houden. Rechten bij AI-gegenereerde muziek moeten contractueel goed worden vastgelegd. Artiesten doen er verstandig aan expliciet te bepalen of hun stem of tracks voor AI-training mogen worden gebruikt. Uitgevers en labels moeten hun overeenkomsten updaten om duidelijkheid te scheppen over eigendom en aansprakelijkheid rond AI-creaties. En AI-bedrijven in de muzieksector zullen met transparantie en licenties moeten werken, willen ze conflicten vermijden.

Implicaties EU AI Act voor de Entertainmentindustrie

De ontwikkelingen gaan razendsnel. Nieuwe Europese regels (zoals de EU AI Act) zijn inmiddels van kracht, en juridische precedenten worden nu gevormd. Het is daarom geen overbodige luxe om juridisch advies over AI en muziek in te winnen bij specialisten. Een ervaren muziekrecht-jurist kan helpen om zowel kansen als risico’s in kaart te brengen – van het beschermen van je stem en songs tegen misbruik, tot het optimaal licentiëren van AI-technologie. Zo kunt u als maker of onderneming met een gerust hart profiteren van AI-innovaties, binnen de lijnen van de wet.

Juridisch overzicht AI en muziekrechten

In dit artikel geeft Mauritz Kop een diepgaand maar toegankelijk juridisch overzicht van de belangrijkste kwesties rond AI en muziek. We behandelen onder meer of AI zonder toestemming mag trainen op beschermd materiaal, hoe verschillende rechtenorganisaties (Buma/Stemra en Sena) omgaan met AI, de status van door AI-gegeneerde muziekwerken, de drempel van menselijke creativiteit, bescherming tegen AI-stemklonen via privacywetgeving, contractuele implicaties waaronder AI-updates voor toestemming, opt-out en vergoedingen, nieuwe verplichtingen onder de EU AI Act, verschillen tussen Europees en Amerikaans recht, én actuele rechtszaken. Dit artikel is geschreven in een mix van juridisch jargon en heldere uitleg, gericht op lezers zoals artiesten, componisten, muziekuitgevers, labels, stemacteurs, producenten en AI-bedrijven die willen weten waar ze staan.

Meer lezen