Trainingsrechten worden de nieuwe inkomstenstroom in de labeldeal

Eind oktober 2025 legde Universal Music Group zijn rechtszaak tegen Udio bij en kondigde een gelicentieerde AI-muziekdienst aan; Warner volgde binnen een maand met Suno. Daarmee ontstond in enkele weken een markt die daarvoor alleen in dagvaardingen bestond: betaalde toestemming om opnamen en composities te gebruiken als trainingsmateriaal. De trainingsrechten op muziek worden daarmee een eigen inkomstenstroom, en die stroom komt op catalogusniveau binnen, bij het label en de uitgever. Wat daarvan bij de individuele artiest, producer of songwriter terechtkomt, hangt af van de tekst van zijn eigen label- of uitgavecontract.

Waarom AI-bedrijven nu betalen

De omslag heeft een Europese onderbouw. Het Landgericht München I verbood Suno op 31 juli 2026, in eerste aanleg, om zes beschermde werken zonder licentie te reproduceren of voor AI-training te gebruiken, de eerste Europese uitspraak over AI-muziek zelf; in november 2025 plaatste dezelfde rechtbank in de zaak van GEMA tegen OpenAI gememoriseerde songteksten al buiten de tekst- en dataminingsexceptie. Aanbieders van general-purpose AI-modellen moeten sinds augustus 2025 bovendien een publieke samenvatting van hun trainingsmateriaal publiceren, voor bestaande modellen uiterlijk in augustus 2027, inclusief de manier waarop zij rechtenvoorbehouden respecteren. Wie zijn rechten machinaal leesbaar voorbehoudt, zoals artikel 15o Auteurswet mogelijk maakt, zet daarmee de deur naar een betaalde licentie open. Dat voorbehoud wordt alleen uitgeoefend door wie de rechten beheert, en dat is na een overdracht zelden de maker zelf.

Wat het contract moet regelen

Oudere label- en uitgavecontracten dragen vaak rechten over voor alle huidige en toekomstige exploitatievormen, gesloten toen AI-training nog niet bestond. Het auteurscontractenrecht geeft de maker daar gereedschap: artikel 25c Auteurswet kent een aanvullende billijke vergoeding toe bij exploitatie op een destijds onbekende wijze, en artikel 25ca verplicht de exploitant tot jaarlijkse verantwoording over opbrengsten. Het artikel loopt vier contractvragen langs: valt training onder de overdracht, wordt trainingsomzet per werk royaltydragend afgerekend, is er een opt-in voor stem en naam, en verschijnen AI-inkomsten als eigen categorie op het royaltystatement. Wie die vier antwoorden kent, weet wat de nieuwe licentiemarkt hem waard is.

Meer lezen

Computer generated works: wie of wat is eigenaar?

Deze column is gepubliceerd op platform VerderDenken.nl van het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) van de Radboud Universiteit Nijmegen. https://www.ru.nl/cpo/verderdenken/columns/computer-generated-works-eigenaar/

Nieuwe technologieën roepen nieuwe juridische vragen op. Zo ook computers die creatieve werken maken. Wie of wat is de eigenaar van zo’n werk? Mauritz Kop geeft uitleg.

Machines uitgerust met artificiële intelligentie (AI) begeven zich op het terrein van de schone kunsten. Computers schilderen, schrijven en componeren er ijverig op los. Zo genereerde The Next Rembrandt een 3D-geprint meesterwerk, schilderde The Art and Artificial Intelligence Lab een levensechte Mona Lisa, schreef Kurzweils Cybernetic Poet klassieke sonnetten en produceerde Amper Music een complete muziek-cd. Alles in luttele seconden.

Auteursrechten vestigen is problematisch

Het is voorstelbaar dat er auteursrechten rusten op de voortbrengselen van AI-systemen zelf, zoals kunst, muziek, literatuur, uitvindingen, industriële toepassingen, algoritmes, code en andersoortige scheppingen. Men kan zich als wetgever de vraag stellen of er voor computer generated works sui generis categorieën rechten (met een korte looptijd en zonder persoonlijkheidsrechten) in het leven moeten worden geroepen.

Kunnen IE-rechten überhaupt AI-scheppingen beschermen?

De wet in haar huidige vorm erkent geen niet-menselijke auteursrechten. Auteurschap is fundamenteel verbonden met menselijkheid; met scheppingen van de menselijke geest. Dat vloeit bijvoorbeeld voort uit het bekende Infopaq-arrest van het EU Hof van Justitie uit 2009, al is dit arrest niet geschreven met machine learning en kunstmatige intelligentie in het achterhoofd. Is het dogmatisch en doctrinair correct om aan te nemen dat er geen copyright kan zijn op pure AI creations? AI is per slot van rekening niet menselijk en er is bovendien geen menselijke originaliteit en creativiteit aanwezig. Het korte antwoord luidt: ja.

Algoritmisch auteurschap: goed idee of niet?

In tegenstelling tot de benadering van de EU en de VS, heeft het Verenigd Koninkrijk een computer generated works-regime geïmplementeerd, wat betekent dat de programmeur van de AI het auteursrecht krijgt op de output van de machine. Met andere woorden: het VK, en recentelijk ook de Chinese rechter, breiden het menselijke auteurschap uit naar algoritmisch auteurschap.

AI-machine kan geen copyright bezitten

Auteursrechten kunnen alleen eigendom zijn van rechtssubjecten, dus personen of bedrijven. Een AI-machine kan zelf geen copyright bezitten op AI made creations omdat een AI-systeem geen rechtssubjectiviteit en ook geen rechtspersoonlijkheid bezit. AI-systemen kwalificeren als rechtsobject, niet als rechtssubject.

‘Publiek eigendom uit de machine’ en menselijke interventie

Menselijk auteurschap blijft het normatieve orgelpunt van het intellectuele eigendomsrecht. Delen van het meerlagige, uit het Romeinse recht afkomstige eigendomsparadigma kunnen relevant zijn voor AI. Voortbouwend op dit raamwerk is er een nieuw publiek domein model denkbaar voor AI creations and inventions die de autonomiedrempel overschrijden: res publicae ex machina (publiek eigendom uit de machine).

Meer lezen