Trainingsrechten worden de nieuwe inkomstenstroom in de labeldeal

Eind oktober 2025 beëindigde Universal Music Group zijn rechtszaak tegen AI-muziekplatform Udio en kondigde dezelfde avond een gezamenlijke, gelicentieerde muziekdienst aan die in 2026 moet lanceren. Warner volgde binnen een maand met een vergelijkbare regeling met Suno. Geld dat eerst via dagvaardingen werd geëist, krijgt daarmee een licentiekader. Zo tekent zich een nieuwe inkomstencategorie voor de muziekindustrie af: betaalde toestemming om opnamen en composities te gebruiken als trainingsmateriaal voor AI-modellen. Voor artiesten, producers en songwriters verschuift de vraag van de rechtszaal naar het eigen contract. De majors hebben hun trainingsrechten verzilverd in schikkingen en licentieafspraken voor diensten die nog moeten lanceren; of de individuele maker straks meedeelt, bepaalt de tekst van zijn labeldeal of uitgavecontract.

Pianolarol waarvan het perforatiepatroon als lichtdraden wordt overgenomen op een tweede blanco rol


Van dagvaarding naar licentiemarkt

De regeling tussen Universal en Udio van 29 oktober 2025 bestaat uit twee delen: een schikking voor het verleden en licentieovereenkomsten voor de toekomst, voor zowel de opnamen als de uitgavenkant. Volgens de aankondiging bieden de nieuwe licentieovereenkomsten deelnemende artiesten en songwriters verdere vergoedingsmogelijkheden. Het aangekondigde platform, gepland voor 2026, traint volgens Universal uitsluitend op geautoriseerde en gelicentieerde muziek.

Warner sloot in november 2025 een eigen akkoord met Suno, met een detail dat voor makers belangrijker is dan de schikkingssom: artiesten kiezen via een opt-in zelf of hun naam, beeld, stem en composities in de AI-omgeving gebruikt mogen worden. Suno kondigt daarnaast productwijzigingen voor 2026 aan, met nieuwe gelicentieerde modellen en downloads die achter betaalde accounts komen.

Deze deals zijn op catalogusniveau gesloten. Het label en de uitgever tekenen, de vergoeding komt bij hen binnen. Hoe dat geld vervolgens bij de drummer, de topliner of de producer terechtkomt, hangt af van ieders eigen contract, en de meeste lopende contracten zijn getekend toen deze exploitatievorm nog niet bestond.


Waarom AI-bedrijven ineens betalen

De omslag heeft een Europese onderbouw, en die werd afgelopen zomer scherper. Op 31 juli 2026 wees het Landgericht München I vonnis in de zaak van GEMA tegen Suno, de eerste Europese uitspraak over AI-muziek zelf. De rechtbank wees de vorderingen grotendeels toe: een verbod, een informatieplicht en de vaststelling dat Suno schadeplichtig is. Suno mag zes beschermde werken, waaronder "Atemlos" en "Mambo No. 5", zonder licentie niet reproduceren en niet voor training gebruiken. Dat de training buiten de EU plaatsvond, baatte niet: de memorisatie van de werken in het model geldt als verveelvoudiging naar Duits auteursrecht, en de aanbieder van het systeem is daarvoor aansprakelijk, dus de AI-firma zelf en niet haar gebruiker. Het vonnis is een uitspraak in eerste aanleg waartegen hoger beroep openstaat. Het bouwt voort op de tekstzaak van GEMA tegen OpenAI van november 2025, waarin dezelfde rechtbank gememoriseerde songteksten al buiten de tekst- en dataminingsexceptie plaatste. Beide uitspraken maken tastbaar waarom AI-aanbieders in Europa op toestemming aansturen: trainen zonder licentie draagt een reëel inbreukrisico.

Tegelijk wordt de dataset zichtbaar. Aanbieders van general-purpose AI-modellen moeten onder artikel 53 van de AI-verordening een publieke samenvatting van hun trainingsmateriaal publiceren, volgens een vast sjabloon van de Europese Commissie. Die verplichting geldt sinds 2 augustus 2025 voor nieuw op de markt gebrachte modellen; voor modellen die er al waren, loopt een overgangstermijn tot uiterlijk 2 augustus 2027. In de samenvatting moeten aanbieders ook uitleggen hoe zij rechtenvoorbehouden respecteren. Dat voorbehoud staat in Nederland in artikel 15o Auteurswet: een rechthebbende kan tekst- en datamining uitdrukkelijk op passende wijze voorbehouden, voor online beschikbaar werk bijvoorbeeld met machinaal leesbare middelen. Na zo'n voorbehoud is commerciële datamining van dat werk zonder licentie niet toegestaan; de aparte exceptie voor wetenschappelijk onderzoek staat daar los van.

Een voorbehoud wordt uitgeoefend door degene die de rechten beheert. Artikel 15o Auteurswet ziet daarbij op de compositie en de songtekst als auteursrechtelijke werken; voor uitvoeringen en fonogrammen, dus ook voor de master, kent artikel 10, onderdeel q, Wet op de naburige rechten een parallelle regeling. Voor de master ligt het beheer doorgaans bij het label, voor de compositie bij de uitgever of de collectieve beheersorganisatie. De handtekening die ooit rechten overdroeg, bepaalt nu dus ook wie beslist of jouw werk de dataset ingaat en tegen welke prijs.


Drie lagen, drie routes naar de dataset

Een labeldeal draagt vaak rechten over voor "alle huidige en toekomstige exploitatievormen". Of AI-training onder zo'n formule valt, is een uitlegvraag, en het auteurscontractenrecht geeft de maker daarbij concreet gereedschap. Artikel 25c Auteurswet kent de maker een aanvullende billijke vergoeding toe wanneer zijn werk wordt geëxploiteerd op een wijze die bij het sluiten van het contract nog onbekend was. Trainingslicenties zijn daarvoor een serieuze kandidaat: deze exploitatievorm bestond simpelweg nog niet toen de meeste lopende contracten werden getekend. De aanspraak geldt wel pas voor overeenkomsten die onder het auteurscontractenrecht vallen, dus in beginsel voor contracten van na 1 juli 2015; bij oudere deals blijft het een kwestie van uitleg en heronderhandeling.

De stem en de naam van een artiest volgen een tweede route. Een algemeen exclusief recht op stem of stijl kent het Nederlandse recht niet; bescherming komt uit verschillende bronnen tegelijk, zoals het portretrecht, de AVG bij herkenbare stemgegevens, het merken- en handelsnaamrecht, de onrechtmatige daad en, bij gebruik van een concrete opgenomen uitvoering, de naburige rechten. Warners opt-in is dan ook contractueel beleid, geen toepassing van één bestaand wettelijk recht. Dat patroon kennen lezers van de bijdrage over bandmerchandise en naamgebruik: wie naam, beeld of stem commercieel wil laten benutten, regelt dat per afzonderlijke toestemming. Voor uitvoerende kunstenaars verklaart artikel 2b Wet op de naburige rechten het auteurscontractenrecht bovendien van overeenkomstige toepassing, met dezelfde vergoedings- en verantwoordingsregels.

De derde route loopt via de catalogus als geheel. Bij een catalogusverkoop kan de afrekenketen tussen exploitant en maker al breken; een trainingslicentie op catalogusniveau voegt daar een nieuwe afrekenvraag aan toe. Wordt de vergoeding per werk toegerekend, naar gebruik of naar marktaandeel, of verdwijnt zij in een algemene pot waar geen royaltystatement haar nog terugvindt?


Vier vragen voor je eigen deal

Wie een label-, producers- of uitgavecontract heeft lopen, of er binnenkort een tekent, kan de AI-paragraaf langs vier vragen leggen.

  1. Reikwijdte. Noemt de overdrachts- of licentieclausule AI-training met zoveel woorden, of hangt zij op een verzamelformule over toekomstige exploitatievormen? Bij een destijds onbekende exploitatiewijze ligt de aanvullende billijke vergoeding van artikel 25c Auteurswet op tafel, in beginsel voor contracten van na 1 juli 2015.
  2. Grondslag. Wordt trainingsomzet royaltydragend per werk afgerekend, tegen welk percentage, en telt zij mee voor de recoupment van voorschotten? Een vast bedrag op catalogusniveau zonder verdeelsleutel is voor de maker onzichtbaar geld.
  3. Zeggenschap. Is er een opt-in of veto voor stem, naam, beeld en herkenbare stijlimitaties? Zo'n zeggenschap bestaat alleen als het contract haar regelt; de wettelijke bescherming verschilt per soort gebruik en geeft geen algemeen veto.
  4. Verantwoording. Levert de exploitant de jaarlijkse exploitatie-informatie waartoe artikel 25ca Auteurswet in beginsel verplicht, en benoemt de afrekening AI-inkomsten als eigen categorie? De publieke trainingssamenvattingen onder de AI-verordening werken op categorie- en bronniveau; zij geven de maker een globale aanwijzing over gebruikte muziekbronnen, geen werk-specifieke audit.


Leg het contract naast de deal

De gelicentieerde AI-muziekdiensten van de majors staan voor 2026 op de agenda; dan kunnen nieuwe geldstromen ontstaan. Wie nu tekent of heronderhandelt, kan trainingsrechten expliciet laten benoemen; een kale verzamelclausule laat de vier vragen hierboven onbeantwoord. De M&R contractscan beoordeelt een bestaand of voorgelegd contract op precies deze punten: reikwijdte van de overdracht, vergoedingsgrondslag, zeggenschap over stem en naam, en verantwoording in de afrekening. Voor de bredere keten van band-, producers- en uitgaveafspraken is er de route voor muziekcontracten.

De pianolarol bewees ruim een eeuw geleden al dat muziek machineleesbaar kan zijn, en de wetgever antwoordde toen met een licentieplicht voor mechanische reproductie. Vandaag herhaalt dat patroon zich op datasetschaal. Wie de muziek levert waarvan machines leren, hoort terug te vinden wat dat leren opbrengt.

Bronnen gecontroleerd op 6 augustus 2026. Deze bijdrage geeft algemene informatie over Nederlands muziekrecht en AI-licenties.