Stel: een songwriter met veertig nummers bij BumaStemra krijgt van een gamestudio de vraag of drie tracks in een online game mogen, tegen één bedrag en met één handtekening. Dan moet ze weten of ze een deel van haar rechten kan terugnemen zonder haar lidmaatschap op te zeggen, en wanneer dat ingaat.
Wat artikel 5 van de richtlijn collectief beheer toestaat
Artikel 5 van Richtlijn 2014/26/EU laat de rechthebbende per recht, per categorie, per soort werk en per grondgebied kiezen welke organisatie haar rechten beheert. Ze mag ook zelf licenties geven voor niet-commercieel gebruik, onder de voorwaarden die de organisatie daaraan verbindt. Intrekken kan met een opzegtermijn van ten hoogste zes maanden, en de organisatie mag de ingangsdatum naar het einde van het boekjaar verschuiven. Voor gebruik van vóór de intrekking, en voor licenties die al liepen, blijven de uitkeringen via de organisatie lopen.
De opt-out van BumaStemra: per categorie, uiterlijk 30 september
Na een onderzoek van de ACM voerde BumaStemra een opt-out per rechtencategorie in, nu Flexibel Beheer genoemd. Er zijn vijf hoofdcategorieën: events; radio, tv en simulcasting; achtergrondmuziek; mechanisch; online. De opt-out geldt per categorie voor de hele catalogus en niet per werk; alleen online kent subcategorieën. Een wijziging kan eenmaal per jaar, met drie maanden opzegtermijn, en het formulier moet uiterlijk op 30 september binnen zijn. Wie in november 2026 een gamedeal krijgt, kan het formulier uiterlijk op 30 september 2027 indienen; de wijziging gaat dan per 1 januari 2028 in.
Wat buiten de opt-out blijft
De billijke vergoeding van artikel 7 WNR voor het uitzenden en openbaar maken van opnamen loopt volgens artikel 15 Wet op de naburige rechten verplicht via Sena; die kan een artiest niet zelf innen. Ook het uitgeefcontract kan de uitgever meezeggenschap of een aandeel geven in een categorie die de componist zelf gaat beheren. Wie mechanisch terugneemt voor één synclicentie, verliest bovendien de collectieve inning voor cd, vinyl en de thuiskopie van alle nummers.
Meer lezen
In een samengesteld rekenvoorbeeld staat onder het kopje Japan 412 euro op de jaarafrekening, terwijl in Tokio voor hetzelfde nummer in datzelfde boekjaar 1.180 euro is geïnd. Geen rekenfout en geen fraude: het verschil komt voort uit contractuele keuzes die jaren eerder zijn gemaakt.
Waar het percentage wordt afgetrokken, telt zwaarder dan hoe hoog het is
Een subuitgever int in zijn eigen gebied en houdt daar een deel van in. Hoe groot dat deel is, staat nergens in de wet en verschilt per territorium en per onderhandelingspositie. De beslissende vraag gaat over het punt waarop de maker zijn eigen aandeel berekend krijgt. Bij afrekening aan de bron gebeurt dat over het bedrag zoals het in het land van herkomst is geïnd, vóór iedere inhouding onderweg. Bij afrekening op ontvangst gebeurt het over wat er bij de Nederlandse uitgever binnenkomt. Bij een 50/50-verdeling en één subuitgever die een kwart houdt, scheelt dat het verschil tussen vijftig en zevenendertig en een half procent van hetzelfde bronbedrag. Met een tweede schakel loopt dat verder op, en nergens verschijnt het als kostenpost; het verdwijnt in de grondslag.
Dezelfde euro, twee wettelijke regimes
Buitenlandse inkomsten uit Nederlands repertoire reizen langs twee sporen. Het collectieve spoor loopt via de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen zusterorganisaties, en dat spoor is wettelijk dichtgetimmerd: de toezichtwet voor beheersorganisaties bindt de inhouding, de betaaltermijn tussen organisaties en de doorbetaling aan rechthebbenden, behoudens objectieve redenen, en het College van Toezicht Auteursrechten ziet erop toe. Het private spoor van het subuitgeefcontract kent geen sectorspecifieke termijn, geen sectorspecifiek inhoudingsplafond en geen toezicht van het College. Wat er geldt, staat in de akte, en die akte wordt vrijwel altijd door de uitgever aangeleverd.
Het artikel loopt beide sporen na met de bepalingen erbij, laat zien waarom een rechtskeuze voor Engels recht in het hoofdcontract het dwingendrechtelijke auteurscontractenrecht van hoofdstuk Ia Auteurswet niet opzijzet, en waarom de maker toch gegevens kan opvragen bij een subuitgever waarmee hij nooit iets heeft getekend. Het sluit met zes bepalingen die vóór ondertekening in een subuitgeefcontract horen, van de definitie van het bronbedrag tot het belastingcertificaat en de nasleep na afloop.
Meer lezen
Flexibel beheer van auteursrechten
Buma/Stemra voert begin mei 2014 een opt-out systeem in dat flexibel beheer van auteursrechten mogelijk maakt. Het systeem biedt rechthebbenden de keuzemogelijkheid om 5 categorieën uit te sluiten van collectief beheer door de rechteninstantie. Daarnaast wordt het mogelijk om in de categorie online rechten bepaalde subcategorieën auteursrechten in eigen hand te houden.
Buma anticipeert met de invoering het nieuwe systeem op de op 26 februari 2014 aangenomen Europese Richtlijn voor collectief rechtenbeheer en multiterritoriale muzieklicentieverlening voor online toepassingen in de interne markt (Richtlijn Collectief Beheer).
De Richtlijn beoogt het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de meerlandige licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor onlinegebruik op de interne markt te stroomlijnen en te flexibiliseren. Uiteraard wordt er in deze Richtlijn uitgebreid aandacht besteedt aan het functioneren van de Collectieve Rechten Organisaties (CBO’s) zoals Buma, Sena, Gema, Sabam en Sacem.
Meer lezen