Sample clearance in 2026: de twee rechtenlagen achter elke sample

Samplen is technisch gratis en universeel geworden: een fragment uit een oude plaat staat vanuit een slaapkamer binnen een uur op Spotify, TikTok en YouTube. De rechten eronder zijn dat allerminst. Wie commercieel sampelt, sleept twee zelfstandige rechtenlagen mee — het auteursrecht op de compositie én het naburige recht op de geluidsopname — en dat onderscheid bepaalt of een release blijft staan of stilletjes wordt teruggetrokken.

Twee lagen, twee handtekeningen

Het auteursrecht beschermt de compositie: melodie, akkoordverloop en songtekst. Artikel 1 van de Auteurswet geeft de maker het uitsluitend recht om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen; dat recht ligt bij de componist of, in de praktijk, de muziekuitgever. Daarnaast rust op de concrete opname een eigen, naburig recht: artikel 6 van de Wet op de naburige rechten kent aan de producent van fonogrammen — meestal het platenlabel — het uitsluitend recht toe om toestemming te verlenen voor het reproduceren van het fonogram. Wie een fragment uit de master kopieert, heeft dus toestemming van beide lagen nodig. Zoals jurist Mauritz Kop in 2016 bij NPO Soul & Jazz (NTR) toelichtte: eerst de auteursrechthebbende van het liedje, daarna de rechthebbende van de opname.

Versnipperd, territoriaal en zonder Europees loket

De rechten op een nummer liggen zelden in één hand; ze zijn verdeeld over componisten, tekstschrijvers, uitgevers, musici en label. Bovendien is intellectuele eigendom nationaal: er bestaat, in Kops woorden, "in Europa niet één loket waarbij men alle rechten voor een bepaald liedje kan clearen". Een licentie voor de Verenigde Staten dekt Europa niet, en de Benelux dekt Frankrijk of Duitsland niet automatisch. Omdat een streamingrelease wereldwijd is, worden de gaten in de dekking meteen zichtbaar — clearance blijft "een tamelijk lange weg".

Herkenbaar of onherkenbaar — en de licentie van de toekomst

Samplen is juridisch een vorm van verveelvoudigen: artikel 13 van de Auteurswet rekent iedere gehele of gedeeltelijke bewerking in gewijzigde vorm daartoe, zolang geen nieuw, oorspronkelijk werk ontstaat. Het verschil tussen autosonisch samplen (de opname letterlijk overnemen) en allosonisch samplen (de passage naspelen) bepaalt of óók het naburige recht wordt geraakt. De herkenbaarheid is de scharnier: onherkenbaar gerecycled materiaal valt eerder buiten de inbreuk, maar dat is een inschatting, geen garantie — de feiten en uiteindelijk de rechter beslissen. Tot slot raakt het sampledossier het auteurscontractenrecht: artikel 25c van de Auteurswet waarborgt een billijke vergoeding en zelfs een aanvullende vergoeding bij nieuwe, nog onbekende exploitatievormen. Wie vandaag klaart, formuleert de licentie expliciet voor streaming, download, sync en social media, en voor alle territoria. De gevaarlijkste sample is niet de dure, maar de half-geklaarde.

Meer lezen

Componist betaald per attractie: wat de Efteling-zaak leert over billijke vergoeding

Muziek draagt de hele sfeer van een themapark, en toch ontving de componist van een veelgedraaid Efteling-werk — zo bleek uit publieke berichtgeving die onder meer RTL Nieuws optekende — naar verluidt jarenlang slechts €198 per jaar. De zaak-Hartveldt is een leerstuk over opdrachtmuziek en de billijke vergoeding: hoe kan muziek die zoveel mensen horen voor de maker zo weinig opleveren?

Drie contracten, drie geldstromen

Bij opdrachtmuziek voor een locatie spelen doorgaans drie afspraken een rol: de licentie tussen de exploitant en Buma/Stemra, het exploitatiecontract tussen de aangesloten componist en Buma/Stemra, en het opdrachtmuziekcontract tussen de exploitant en de componist/producent. Elk heeft een eigen geldstroom. Een lage uitkering hoeft niet te betekenen dat één partij faalde — het kan het optelsom-effect zijn van een bescheiden licentie, een verdeelsleutel die over veel makers wordt uitgesmeerd en een opdrachtcontract dat de geldstromen onvoldoende dichtregelt.

Wat de wet zegt over de billijke vergoeding

Het auteurscontractenrecht beschermt de maker. Artikel 25c lid 1 Auteurswet geeft de maker recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid; dit recht is van dwingend recht en geldt blijkens artikel 25b lid 1 Aw ook voor een opdrachtmuziekcontract. Als de afgesproken vergoeding achteraf niet in verhouding staat tot de opbrengst, biedt de bestsellerbepaling van artikel 25d lid 1 Auteurswet de mogelijkheid een aanvullende billijke vergoeding te vorderen — mits de maker de onevenredigheid kan aantonen.

Speellijsten en traceerbaarheid

Daar wringt het bij locatiemuziek. Radio en tv leveren speellijsten zodat Buma/Stemra aan de juiste maker kan toerekenen; bij een park gebeurt dat veel minder vanzelfsprekend, waardoor een verdeling onnauwkeurig wordt. Wie meer grip wil, kan kijken naar flexibel rechtenbeheer: bepaalde categorieën muziekgebruik uitsluiten bij Buma/Stemra en rechtstreeks met de opdrachtgever afspreken (individueel beheer).

Wat u zelf kunt regelen

Leg de vergoeding voor compositie én master vast, regel het doorberekenen van productiekosten, maak afspraken over speellijsten en transparantie, en zet toezeggingen op papier. Een gespecialiseerde jurist vóór het tekenen is meer waard dan een procedure jaren later — zodat uw billijke vergoeding niet bij €198 blijft hangen.

Meer lezen

Je masters terugkrijgen: de rechtenstrijd van de jonge artiest (de Garrix-les)

Een jonge producer tekent op zijn zeventiende, scoort een wereldhit en wil twee jaar later zijn eigen masters terug. Dat het ook de grootsten overkomt, werd in augustus 2015 publiek toen Martin Garrix — toen negentien — via Facebook bekendmaakte dat hij zijn overeenkomsten met Spinnin' Records en MusicAllstars Management had vernietigd, nadat hij sinds begin dat jaar "de eigendomsrechten van zijn muziek had proberen terug te krijgen". Maar kun je een eenmaal getekend muziekcontract terugdraaien — en hoe voorkom je dat je het ooit moet proberen?

Masters, overdracht en licentie

"Masters" zijn de rechten op de geluidsopnamen; in de meeste deals draagt de artiest ze over aan, of licentieert hij ze exclusief aan, het label. Bij de compositie speelt parallel het auteursrecht. Artikel 2 van de Auteurswet bepaalt dat het auteursrecht vatbaar is voor gehele of gedeeltelijke overdracht en dat de maker een licentie kan verlenen; het derde lid eist dat een overdracht of exclusieve licentie schriftelijk wordt aangegaan en — bij overdracht door de maker — alleen de uitdrukkelijk vermelde bevoegdheden omvat. Wat niet duidelijk is overgedragen, blijft dus bij de maker. De praktijk is dat een jonge artiest tekent vóór er een hit is, met weinig onderhandelingsmacht en zonder eigen jurist.

Vernietigen of ontbinden

Garrix sprak over het "vernietigen" van de contracten. Vernietiging werkt terug tot het begin; een grond kan dwaling zijn (artikel 6:228 BW). Het auteurscontractenrecht biedt bovendien een gericht instrument: artikel 25f van de Auteurswet maakt een beding dat voor een onredelijk lange of onbepaalde termijn aanspraak maakt op toekomstig werk, of dat voor de maker onredelijk bezwarend is, vernietigbaar. Ontbinding werkt naar de toekomst en knoopt aan bij een tekortkoming; artikel 25e Auteurswet geeft de maker een opzeggingsrecht als het label onvoldoende exploiteert (non-usus). In het uiterste geval kan artikel 3:40 BW een rechtshandeling nietig maken wegens strijd met de goede zeden, maar dat is een hoge drempel.

Vooraf voorkomen

Beter dan terugvechten is vooraf voorkomen: bak je overdracht nauwkeurig af (artikel 2 lid 3 Auteurswet), bewaak duur en exclusiviteit, bedingt een billijke vergoeding (artikel 25c) en een exploitatieverplichting, en laat het contract vóór ondertekening door een gespecialiseerd muziekjurist nakijken. De feiten in dit artikel komen uitsluitend uit Garrix' openbare mediaverklaring; over de inhoud van de contracten of de afloop van een eventueel geschil doet deze blog geen uitspraak.

Meer lezen

Auteursrechten en Educatief Doel: De Wettelijke Basis voor de Onderwijsexceptie

Deel 2: Muziek in het Onderwijs - De wettelijke basis voor toelaatbare beperkingen op auteursrechten en naburige rechten in een onderwijssetting.

Wanneer zijn beperkingen op de auteursrechten van makers toelaatbaar in het onderwijs? Mag ik als school winstoogmerk hebben en moet er altijd sprake zijn van een educatief doel? Moet ik een billijke vergoeding betalen aan de auteurs, de artiesten, de uitgeverijen of aan Buma/Stemra en Sena? Of ben ik bij Stichting PRO aan het juiste adres, zoals bij blokboeken en readers?

Op grond van de Auteursrechtrichtlijn kan de Nederlandse wetgever slechts beperkingen op het auteursrecht toestaan als die voldoen aan de zogenaamde driestappentoets (art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn).

We duiken in deze blog kort in de wet en de internationale verdragen omtrent beperkingen op intellectuele eigendomsrechten in een educatieve setting. De belangrijkste daarvan is de Richtlijn harmonisatie auteursrecht in de informatiemaatschappij uit 2001, kortweg de Auteursrechtrichtlijn, die naar verwachting medio 2016 zal worden herzien.

Meer lezen

Muziek in het Onderwijs: Hoe ga ik om met Muziekrechten?

Deel 1: De Onderwijsexceptie in de Praktijk - Auteursrechten en Naburige Rechten

Geregeld krijgen wij vragen van docenten en onderwijsinstellingen over het gebruik van muziek, film radio/tv, games en tekst in het onderwijs: tijdens de les, bij schoolfeesten en toneelopvoeringen. Hoe zit het nu eigenlijk met toestemmingen voor de publicatie en reproductie van auteursrechtelijk beschermd materiaal met een educatief karakter?

Bestaan er uitzonderingen op het auteursrecht binnen de muren van het schoolgebouw en bestaan er onderwijsregelingen om muziek of tekst te kunnen gebruiken in lesmiddelen als digitale lesmodules, readers, blokboeken of syllabi? En hoe zit het eigenlijk met de Afkoopregeling en Stichting PRO? In deze blog besteden we uitgebreid aandacht aan de zogenoemde onderwijsexceptie uit de Auteurswet - geldt die ook voor muziek?

Meer lezen

Afspraken op Papier in de Nederlandse Dancesector

Nederland, Danceland

De Nederlandse dance sector is een aantrekkelijk exportproduct. In 2013 verdienden de Nederlandse muzikanten gezamenlijk €158,8 miljoen in het buitenland. Hiervan werd 80% verdiend door dance-artiesten zoals Chuckie, Afrojack, Laidback Luke, Tiësto, Ferry Corsten, Sunnery James, Nicky Romero, Armin van Buuren en Hardwell. Auteursrechtenorganisatie BUMA Cultuur verwacht zelfs Nederland binnen vijf jaar de grootste dance-exporteur van de wereld is.

In de ogen van veel buitenlandse muziekliefhebbers is Nederland het danceland bij uitstek. Creativiteit is gebaat bij evenwichtige contracten. Dit artikel is geschreven om artiesten, en dan met name DJ’s, vanuit een preventief oogpunt te informeren over contracten waarmee zij in de praktijk te maken kunnen krijgen.

Meer lezen

Nieuw Muziekcontractenrecht

De Tweede Kamer buigt zich begin februari (9 t/m 13 februari 2015) over het wetsvoorstel Auteurscontractenrecht. Het voorstel wijzigt de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten en beoogt daarmee de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars te verbeteren. Wettelijke bescherming van de zwakke partij dus, die een einde moet maken aan onevenwichtige standaard expoitatiecontracten.

Voor de muziekindustrie houdt het aanstaande muziekcontractenrecht een aantal belangrijke veranderingen in. Dit artikel bespreekt die veranderingen en sluit af met een aantal kanttekeningen over de mogelijke complicaties ervan.

Meer lezen