Door MuziekenRecht Editor
Miljoenen bezoekers per jaar lopen door de Efteling, en overal klinkt muziek die de hele sfeer van het park draagt. Toch kwam in 2020 een opvallend bericht naar buiten, dat onder meer RTL Nieuws optekende: de componist van een veelgedraaid Efteling-werk, Hartveldt, ontving naar verluidt jarenlang slechts €198 per jaar voor zijn muziek. Hoe kan het dat muziek die door zoveel mensen wordt beluisterd, voor de maker zo weinig oplevert?
In dit artikel gebruiken we de publieke Efteling-zaak (Hartveldt) als leerstuk om uit te leggen hoe de geldstroom bij opdrachtmuziek loopt, wat een billijke vergoeding is en welke rol Buma/Stemra, speellijsten en traceerbaarheid spelen. Bedoeld voor componisten, producers, makers van opdracht- en achtergrondmuziek, en iedereen die muziek levert aan een opdrachtgever zoals een themapark, retailketen of horecaformule.
Componist betaald per attractie: billijke vergoeding bij opdrachtmuziek (illustratief redactioneel beeld).
De zaak in het kort: €198 voor veelgedraaide parkmuziek
De publieke berichtgeving — onder meer RTL Nieuws — ging over een componist die voor zijn in de Efteling gebruikte muziek een opvallend lage jaarlijkse vergoeding ontving. Het is een schoolvoorbeeld van een terugkerend misverstand: dat veel afgespeelde muziek vanzelf veel oplevert. Dat is niet zo. Wat de maker krijgt, hangt af van een keten van afspraken — net als bij streaming — en als één schakel in die keten rammelt, lekt het geld weg voordat het de componist bereikt. Belangrijk: de hier behandelde feiten zijn uitsluitend de openbare elementen uit de mediaberichtgeving; geen cliëntgegevens. De rechterlijke uitkomst van de zaak laten wij bovendien buiten beschouwing — wij gebruiken de casus louter als leerstuk, niet als oordeel over wie gelijk had.
Drie contracten, drie geldstromen
Om te begrijpen waar het misgaat, moet u de keten zien. Bij opdrachtmuziek voor een locatie als een park spelen doorgaans drie afzonderlijke afspraken een rol — elk met een eigen geldstroom en een eigen rechtenlaag, zoals onze factsheet muziekrechten uiteenzet:
1. De licentie tussen de exploitant en Buma/Stemra. Een park dat muziek openbaar maakt, betaalt daarvoor een vergoeding aan de collectieve beheersorganisatie Buma/Stemra. Betaalt de exploitant relatief weinig, dan is er ook weinig dat doorverdeeld kan worden.
2. Het exploitatiecontract tussen de componist en Buma/Stemra. De aangesloten maker laat zijn rechten beheren door Buma/Stemra, die de geïnde gelden volgens haar repartitiereglement verdeelt — op basis van het aantal plays of een andere verdeelsleutel, en gedeeld met alle andere componisten wier werk in het park klinkt.
3. Het opdrachtmuziekcontract tussen de exploitant en de componist/producent. Dit is de afspraak over de compositieopdracht zelf (vaak inclusief de master en eventuele productiekosten). Wat hierin staat — en wat er juist niet in staat — bepaalt mede wat de maker uiteindelijk overhoudt. Let wel: dit derde contract speelt vooral voor rechten die de componist niet aan Buma/Stemra heeft gemandateerd of die via individueel beheer zijn uitgesloten; de openbaarmakingsrechten die bij Buma/Stemra liggen, lopen via de eerste twee schakels.
De ongemakkelijke conclusie: een lage uitkering hoeft niet te betekenen dat één partij iets fout deed. Het kan het optelsom-effect zijn van een bescheiden licentie, een verdeelsleutel die over veel makers wordt uitgesmeerd, en een opdrachtcontract dat de geldstromen onvoldoende heeft dichtgeregeld.
Wat de wet zegt: de billijke vergoeding (art. 25c Aw)
Het Nederlandse auteurscontractenrecht beschermt makers tegen een onevenwichtige deal. Het hart daarvan is artikel 25c lid 1 Auteurswet, dat letterlijk luidt:
“De maker heeft recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid.”
Dit hoofdstuk van de Auteurswet is van toepassing op elke overeenkomst die de verlening van exploitatiebevoegdheid ten aanzien van het auteursrecht tot doel heeft (artikel 25b lid 1 Aw) — dus ook op een opdrachtmuziekcontract waarbij de componist exploitatierechten verleent. Wat “billijk” precies is, vult de wet niet in cijfers in; daarbij telt onder meer de omvang van de verleende bevoegdheid en wat in de branche gebruikelijk is. Cruciaal is dat dit auteurscontractenrecht van dwingend recht is: er kan niet ten nadele van de maker worden afgeweken.
De bestsellerbepaling: bijstellen als de opbrengst scheef ligt (art. 25d Aw)
Stel: u sloot ooit een vergoeding af die achteraf niet in verhouding blijkt te staan tot wat uw werk opbrengt. Daarvoor bestaat de zogeheten bestsellerbepaling van artikel 25d lid 1 Auteurswet, die letterlijk bepaalt:
“De maker kan in rechte een aanvullende billijke vergoeding vorderen van zijn wederpartij, indien de overeengekomen vergoeding gelet op de wederzijdse prestaties een onevenredigheid vertoont in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie van het werk.”
Dit is een belangrijk vangnet, maar geen wondermiddel. De maker moet de onevenredigheid wel kunnen aantonen, en juist daar wringt het bij locatiemuziek: zonder betrouwbare gegevens over hoe vaak en waar een werk klinkt, is “de opbrengst van de exploitatie” lastig hard te maken — zeker wanneer de inkomsten vooral via een collectieve licentie binnenkomen in plaats van directe, individuele exploitatie. Bewijs is hier het halve werk.
Wie er met de wederpartij niet uitkomt, hoeft overigens niet meteen naar de rechter: voor geschillen over de billijke vergoeding en de bestsellerbepaling bestaat de laagdrempelige Geschillencommissie Auteurscontractenrecht, die juist voor makers een toegankelijker route biedt dan een civiele procedure. Daarnaast kan een onredelijk bezwarend beding uit een exploitatiecontract onder het auteurscontractenrecht worden vernietigd.
Speellijsten, traceerbaarheid en flexibel beheer
Hier ligt de praktische les van de Efteling-zaak. Radio en televisie — en ook RTL zelf — leveren speellijsten aan: overzichten van welke muziek wanneer is gedraaid, zodat Buma/Stemra de vergoeding aan de juiste maker kan toerekenen. Voor een themapark gebeurt dat veel minder vanzelfsprekend; zonder zulke opgaven is moeilijk te achterhalen welk werk hoe vaak klonk, en kan een verdeling al snel onnauwkeurig worden. Aan elke openbaarmaking zou idealiter een traceerbaar bedrag hangen, afhankelijk van de categorie waarin Buma/Stemra het gebruik kwalificeert.
Wie meer grip wil op zijn locatie- of achtergrondmuziek, kan ook kijken naar flexibel rechtenbeheer: bepaalde categorieën muziekgebruik uitsluiten bij Buma/Stemra en daarvoor rechtstreeks met de opdrachtgever afspraken maken (individueel beheer). Dat is maatwerk met voor- en nadelen, en zeker niet voor iedereen de beste route — controleer eerst of uw lidmaatschapsovereenkomst met Buma/Stemra ruimte laat voor dergelijk individueel beheer — maar het illustreert dat de maker niet machteloos is. De rode draad is dat u de geldstromen vóóraf contractueel dichttimmert in plaats van achteraf te procederen op basis van moeilijk te bewijzen mondelinge toezeggingen.
Wat u zelf kunt regelen
Goede muziek maakt de vibe van een park, winkel of beleving — en dat is geld waard, want het trekt betalende bezoekers, vergelijkbaar met audio branding. Zorg daarom dat uw opdrachtmuziekcontract die waarde weerspiegelt: leg de vergoeding voor compositie én master vast, regel of productiekosten (zoals een orkest) op de opdrachtgever kunnen worden doorberekend, en maak afspraken over speellijsten en transparantie. Controleer hoe Buma/Stemra uw type gebruik kwalificeert en of flexibel beheer past. En leg toezeggingen schriftelijk vast — aan een mondelinge belofte van één medewerker heeft u jaren later weinig.
Het spreekwoord zegt: een goede buur is beter dan een verre vriend. Bij opdrachtmuziek is een gespecialiseerde jurist in uw buurt vóór het tekenen meer waard dan een procedure jaren later. Laat uw opdracht-, licentie- en exploitatieafspraken daarom toetsen door een in muziek- en auteursrecht gespecialiseerde jurist, zodat uw billijke vergoeding niet bij €198 blijft hangen.
Dit artikel is algemene voorlichting en geen juridisch advies; voor uw concrete situatie is specialistisch advies onmisbaar.
Laatst bijgewerkt: 7 juni 2026.