Een liedjesschrijver overlijdt in het voorjaar. Een paar maanden later mailt een productiehuis zijn drie kinderen: het wil een van zijn nummers gebruiken in de titelsequentie van een televisieserie en vraagt om een synclicentie. De oudste dochter wil meteen tekenen, de zoon wil eerst weten wat de uitgever ervan vindt, en de jongste reageert niet. Binnen een week liggen er drie vragen op tafel die in bijna elke nalatenschap met muziek terugkomen: wat de kinderen precies geërfd hebben, wie van hen namens de erven mag tekenen, en hoe lang het auteursrecht nog doorloopt.

Wat de erfgenamen van een componist erven: artikel 2 Auteurswet, de uitgeverscontracten en de uitkeringen van Buma/Stemra en Sena
Artikel 2 lid 1 van de Auteurswet is kort: het auteursrecht gaat over bij erfopvolging. Voor de rechten van uitvoerende musici en platenproducenten zegt artikel 9 van de Wet op de naburige rechten hetzelfde. De erfgenamen stappen in de positie van de maker, met alles wat hij tijdens zijn leven al heeft weggegeven. Heeft de componist zijn rechten op een nummer aan een muziekuitgever overgedragen, dan blijft dat nummer bij de uitgever, en erven de kinderen de aanspraken uit het uitgeverscontract: het auteursaandeel van de inkomsten, de afrekeningen en de rechten die de Auteurswet de maker tegenover de uitgever geeft.
Voor een groot deel van het repertoire loopt de exploitatie bovendien via Buma/Stemra, bij wie de componist als lid zijn rechten heeft ingebracht. De erfgenamen erven dan het recht op de uitkeringen. Voordat een beheersorganisatie of uitgever aan erfgenamen uitbetaalt, moet vaststaan wie de rechthebbenden zijn. Sena vraagt bij de inschrijving van een erfgenaam een verklaring van erfrecht en een exploitatieovereenkomst die alle daarin genoemde erfgenamen ondertekenen; zonder verklaring vraagt Sena onder meer een uittreksel uit het overlijdensregister en een verklaring van het Centraal Testamentenregister. Buma/Stemra heeft een eigen aansluitingsformulier voor erven en aparte exploitatiecontracten voor één erfgenaam en voor meerdere erfgenamen. Wie die stap laat liggen, laat geld staan. De vordering op achterstallige royalty's verjaart na vijf jaar, net als bij een levende maker; de termijnen zijn uitgewerkt in ons stuk over de royalty-audit bij label of uitgever. Voor de jaarlijkse exploitatie-informatie van artikel 25ca Auteurswet is artikel 25b lid 4 van belang: het hele hoofdstuk over het auteurscontractenrecht, dus ook 25ca, is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke persoon die het auteursrecht als erfgenaam of legataris van de maker heeft verkregen. Heeft de maker zijn auteursrecht bij leven aan een uitgever overgedragen, dan erven de kinderen dat auteursrecht niet meer; zij volgen de maker op in zijn aanspraken uit het uitgeverscontract. Of artikel 25b lid 4 ook die situatie dekt, zegt de tekst niet uitdrukkelijk. Een uitgeverscontract dat de rapportage ook aan erfgenamen toezegt, voorkomt die discussie.
Wie een synclicentie mag geven als drie erfgenamen samen erven: artikel 3:170 BW en de executeur van artikel 4:144 BW
Zolang de nalatenschap niet verdeeld is, zijn de drie kinderen samen eigenaar van het auteursrecht. Het Burgerlijk Wetboek noemt dat een gemeenschap, en artikel 3:170 BW verdeelt de bevoegdheden in drie lagen. Handelingen voor het behoud van het recht en handelingen die geen uitstel kunnen lijden, mag ieder van hen zo nodig alleen verrichten; ieder mag ook de verjaring stuiten. Het gewone beheer, waaronder alle handelingen die voor de normale exploitatie dienstig kunnen zijn, doen de erfgenamen samen, tenzij een regeling iets anders bepaalt. Voor alle andere handelingen, zoals de verkoop van de catalogus, zijn uitsluitend alle deelgenoten samen bevoegd.
Voor de televisieserie betekent dit: de oudste dochter kan de synclicentie niet alleen afgeven. Een gewone licentie voor één productie hoort bij de normale exploitatie en vraagt dus de drie erfgenamen samen, of een onderlinge regeling die bijvoorbeeld een meerderheid laat beslissen. Een exclusieve licentie voor lange duur ligt dichter bij een beschikking, en daarvoor tekent iedereen. Staat het nummer bij een uitgever, dan hangt het van dat contract af wie de synclicentie geeft: de uitgever kan dat alleen voor zover de maker hem de rechten heeft overgedragen of een volmacht heeft gegeven, en veel uitgeverscontracten laten de maker, en na hem de erven, een goedkeuringsrecht voor sync. Gebruikt het productiehuis een bestaande opname, dan is daarnaast toestemming nodig van wie de rechten op die opname heeft, meestal het label.
Een testament kan dit eenvoudiger maken. De maker kan een executeur benoemen die volgens artikel 4:144 BW de goederen van de nalatenschap beheert, en zolang die executeur beheert, kunnen de erfgenamen volgens artikel 4:145 BW niet zonder zijn medewerking over die goederen beschikken (Boek 4 BW). Een executeur die de muziekpraktijk kent, beantwoordt het productiehuis binnen een week. Zonder executeur hangt de licentie af van de traagste erfgenaam, en een productiehuis met een deadline kiest dan een ander nummer.
Wie na de dood van de maker bezwaar mag maken tegen een verminkte bewerking: artikel 25 lid 2 Auteurswet
De persoonlijkheidsrechten van artikel 25 Auteurswet volgen een eigen spoor. Het gaat om het recht om zich te verzetten tegen openbaarmaking zonder naamsvermelding, tegen wijzigingen van het werk en tegen misvorming, verminking of andere aantasting die de eer of naam van de maker kan schaden. Volgens artikel 25 lid 2 komen deze rechten na het overlijden tot het einde van het auteursrecht toe aan degene die de maker in zijn testament heeft aangewezen, en als die aanwijzing ontbreekt aan zijn nabestaanden.
Dat opent een situatie die in de praktijk verrast. De erfgenamen kunnen de exploitatierechten verkopen aan een uitgever of een catalogusfonds, terwijl de persoon die over de integriteit van het werk waakt iemand anders is, bijvoorbeeld een oud-bandlid of een muzikale vriend die de maker in zijn testament heeft genoemd. Wil de nieuwe eigenaar een ballade ombouwen tot een reclamejingle met een nieuwe tekst, dan heeft die aangewezen persoon een eigen stem, begrensd door wat redelijk is.
Wanneer het auteursrecht afloopt: 70 jaar na het sterfjaar (artikel 37 Auteurswet), de langstlevende co-auteur en de opname onder artikel 12 WNR
Artikel 37 lid 1 Auteurswet laat het auteursrecht vervallen na zeventig jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar na het sterfjaar. De Zwitserse componist Arthur Honegger overleed in 1955; zijn instrumentale werken zoals Pacific 231 zijn in Nederland sinds 1 januari 2026 vrij. Bij vocale werken op de tekst van een later overleden librettist kan de regel voor liedjes hieronder de termijn verlengen. Voor de erven van onze liedjesschrijver, overleden in 2026, loopt de termijn tot en met 31 december 2096.
Bij werk van meer makers telt de langstlevende. Artikel 37 lid 2 berekent de duur van een gemeenschappelijk auteursrecht vanaf het sterfjaar van de laatst overleden gezamenlijke maker. Schreef de componist de muziek samen met een co-writer die in 2040 overlijdt, dan blijft het nummer beschermd tot en met 2110. Voor liedjes geldt daarnaast artikel 40a Auteurswet: berust bij een muziekwerk met woorden het auteursrecht op de muziek en dat op de tekst bij verschillende personen, dan vervalt het auteursrecht zeventig jaar na 1 januari van het jaar na het sterfjaar van de langstlevende van hen. De Europese richtlijn waarop die regel berust (Richtlijn 2011/77/EU) verbindt dat aan de voorwaarde dat tekst en muziek specifiek voor dat werk zijn gemaakt. Overlijdt de tekstdichter van ons nummer in 2045, dan lopen tekst en muziek samen door tot en met 2115, ook voor het deel van de componist.
De opname heeft een eigen klok, en artikel 12 van de Wet op de naburige rechten rekent steeds vanaf 1 januari van het jaar na de bepalende gebeurtenis. Het recht van de uitvoerende musici loopt in beginsel vijftig jaar na de uitvoering. Is binnen die termijn een opname op een fonogram rechtmatig in het verkeer gebracht of openbaar gemaakt, dan wordt het zeventig jaar na de eerste van die twee gebeurtenissen. Het recht van de platenproducent loopt zeventig jaar na de vervaardiging van het fonogram; wordt het binnen die termijn rechtmatig in het verkeer gebracht, dan zeventig jaar na die eerste publicatie, en is het fonogram niet in het verkeer gebracht maar binnen die termijn wel rechtmatig openbaar gemaakt, dan zeventig jaar na die eerste openbaarmaking. Een opname uit 2000 van Pacific 231, dat jaar op cd uitgebracht, blijft daarom beschermd tot en met 2070, ook al is de compositie zelf vrij.
Checklist voor makers die hun muziekrechten willen nalaten, en voor erfgenamen die ze ontvangen
- Werkenlijst: titels, co-auteurs, registraties bij Buma/Stemra en Sena, en per nummer de uitgever.
- Contractenmap: uitgeverscontracten, platencontracten, producerafspraken en buy-outs, met wie welke rechten heeft en tot wanneer.
- Executeur: een persoon met beheer over de muziekrechten, bij voorkeur iemand die de muziekpraktijk kent.
- Aanwijzing voor artikel 25: wie over de integriteit van het werk waakt, uitdrukkelijk in het testament.
- Afspraken met co-auteurs en bandleden: wat er met gezamenlijke nummers, de bandnaam en de opnamen gebeurt als een van hen overlijdt.
- Voor erfgenamen: overlijden en verklaring van erfrecht melden bij Buma/Stemra, Sena en de uitgevers, de exploitatiecontracten voor erfgenamen tekenen, en een onderlinge regeling maken over wie licenties beantwoordt.
Wie nu contracten tekent, kan veel van deze punten meteen goed regelen. Met de contractscan zie je in een paar minuten wat een uitgevers- of platencontract zegt over overdracht en over wat er na je overlijden doorloopt. Speel je in een band, dan helpt de bandcontract-generator bij het opstellen van jullie bandafspraken; neem daarin ook op wat er met de nummers en opnamen gebeurt als een van jullie er niet meer is. Dat gesprek is makkelijker nu dan later.
Bronnen
- Auteurswet (wetten.overheid.nl, geldend per 1 januari 2026): artikel 2 lid 1, 25 lid 1 en 2, 25b lid 4, 25ca, 37 lid 1 en 2, 40a
- Richtlijn 2011/77/EU tot wijziging van Richtlijn 2006/116/EG betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en bepaalde naburige rechten
- Wet op de naburige rechten (wetten.overheid.nl, geldend per 1 januari 2026): artikel 9 lid 1 en 12 lid 1, 3 en 4
- Burgerlijk Wetboek Boek 3 (wetten.overheid.nl): artikel 3:170
- Burgerlijk Wetboek Boek 4 (wetten.overheid.nl): artikel 4:142, 4:144 en 4:145
- Sena, "Veelgestelde vragen muziekmakers": inschrijving erfgenaam
- Buma/Stemra, "Documenten voor muziekmakers": aansluitingsformulier erven, exploitatiecontract erfgenaam en meerdere erfgenamen
- Wikipedia, "Arthur Honegger" (1892-1955)
- M&R, royalty-audit bij label of uitgever, 21 september 2026
- M&R, artikel 25ca Auteurswet en de jaarlijkse exploitatiecijfers
Publiek geraadpleegd op 24 september 2026.