Auteursrecht na het overlijden van een componist: wie de royalty’s erft, wie een synclicentie mag geven en wanneer de zeventig jaar van artikel 37 Auteurswet aflopen

Een liedjesschrijver overlijdt, en een paar maanden later vraagt een productiehuis zijn drie kinderen om een synclicentie voor een televisieserie. De oudste wil tekenen, de middelste wil eerst de uitgever spreken, de jongste reageert niet. Drie vragen komen dan in bijna elke nalatenschap met muziek terug: wat de erven precies geërfd hebben, wie van hen mag tekenen, en hoe lang het auteursrecht nog doorloopt.

Wat de erfgenamen erven volgens artikel 2 Auteurswet

Het auteursrecht gaat over bij erfopvolging, en artikel 9 van de Wet op de naburige rechten zegt hetzelfde voor musici en platenproducenten. De erfgenamen stappen in de positie van de maker, inclusief alles wat hij al had overgedragen. Een nummer dat bij een uitgever staat, blijft bij die uitgever; de erven krijgen de aanspraken uit het uitgeverscontract en de uitkeringen van Buma/Stemra en Sena; een verklaring van erfrecht is het gebruikelijke bewijs dat zij de rechthebbenden zijn. Achterstallige royalty's verjaren ook voor erfgenamen na vijf jaar.

Wie een synclicentie mag geven: artikel 3:170 BW en de executeur

Zolang de nalatenschap onverdeeld is, bezitten de kinderen het auteursrecht samen. Artikel 3:170 BW laat ieder van hen alleen optreden voor het behoud van het recht en bij spoed. Het gewone beheer, waaronder de normale exploitatie, doen zij samen, tenzij een onderlinge regeling iets anders bepaalt; voor de verkoop van een catalogus is iedereen nodig. Een executeur uit het testament beheert volgens artikel 4:144 BW de nalatenschap en kan zo'n licentie wel snel afhandelen. De persoonlijkheidsrechten van artikel 25 Auteurswet gaan intussen naar wie de maker in zijn testament aanwijst, en anders naar zijn nabestaanden.

Wanneer de zeventig jaar van artikel 37 Auteurswet aflopen

Het auteursrecht vervalt zeventig jaar na 1 januari van het jaar na het sterfjaar. Arthur Honegger overleed in 1955, zijn instrumentale werken zoals Pacific 231 zijn in Nederland sinds 1 januari 2026 vrij. Bij gezamenlijke makers telt de langstlevende, en voor een lied waarvan tekst en muziek bij verschillende personen berusten, rekent artikel 40a Auteurswet vanaf het sterfjaar van de langstlevende van tekstdichter en componist, mits tekst en muziek specifiek voor dit muziekwerk met tekst zijn geschreven. De opname heeft onder artikel 12 WNR een eigen termijn, die voor musici en platenproducent afhangt van uitvoering, vervaardiging, publicatie of openbaarmaking. Het artikel sluit af met een checklist voor makers die hun muziekrechten willen nalaten en voor erfgenamen die ze ontvangen.

Meer lezen