Permission from the master owner
If you use samples in your commercial productions you’ll need permission from the copyright owner(s). This is called sample clearance. You’ll need a Sample License or Master Use License.
Meer lezenMuziekrechten en Muziekcontracten
Blog over muziekrechten, online muziekdiensten platencontracten en het downloadverbod. Interessant leesvoer voor music startups, DJ's, producers, artiesten, labels en auteurs.
If you use samples in your commercial productions you’ll need permission from the copyright owner(s). This is called sample clearance. You’ll need a Sample License or Master Use License.
Meer lezenIf you are going to arrange (sheet) music that isn’t in the public domain yet, you or your publisher will need permission from the copyright owner. You can get permission by obtaining a mechanical license.
Meer lezenThe Harlem Shake by producer and writer Baauer features unlicensed samples. These uncleared samples belong to reggaeton artist Hector Delgado and rapper Jayson Musson. Considering that the Harlem Shake has been a viral number 1 hit on charts all around the world this copyright infringement could cost Baauer and his label Mad Decent dearly. The uncleared samples form a central part of the song, and Delgado and Musson are seeking compensation. Using the samples without permission illustrates the ignorance that still exists regarding copyrights and sample clearance in the dance music community.
Meer lezenDoor audio branding (sonic branding, sound branding) kan een commercial of een game zich bij uitstek onderscheiden van de concurrentie. Een sterk product of merk dient niet alleen visueel herkenbaar te zijn, maar ook auditief.
Het sound logo roept bij de speler, de kijker of de luisteraar een associatie op met de game. Pakkende thema's en passend sounddesign zijn hierbij doorslaggevend. Hiermee creëert men een sterke merkidentiteit, als een soort van sound logo. Muziek kan een game maken of breken.
Meer lezenHet is in zijn algemeenheid verstandiger om maatwerk algemene voorwaarden te hanteren die volledig in lijn zijn met uw bedrijfsvoering. Model-voorwaarden komen in de regel een aardig eind in de richting, maar bieden u in veel gevallen minder bescherming dan waarop u had gehoopt. En kosten u daarmee meer geld dan u ermee beoogt te besparen.
Meer lezenStel een Duitse zangeres en Nederlandse producer hebben samen via internet een EDM nummer gemaakt (collab). Producer heeft de muziek gecomponeerd en geproduceerd. De zangeres, woonachtig in Berlijn, heeft de bijbehorende Engelse tekst zelf geschreven en de melodie, op basis van de reeds bestaande muziek, erbij bedacht.
Beide partijen zijn blij met het uiteindelijke resultaat en besluiten te releasen. De producer, woonachtig in Amsterdam, is zijn eigen label en lanceert de muziek wereldwijd via iTunes, Beatport, Rdio, eMusic, Amazon, Spotify en Deezer.
Er is geen muziekcontract getekend. Wel hebben de zangeres en de producer samen via email afgesproken om alle inkomsten die het nummer zou kunnen gaan genereren te delen, ieder voor de helft. De producer is lid van Buma/Stemra en Sena en heeft de track daar ingeschreven, de zangeres is ongebonden en dus ook geen lid van de Gema.
Meer lezenOndanks de implementatie van de Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij is er nog altijd sprake van grote verschillen binnen het wettelijk systeem van het auteursrecht en de naburige rechten van lidstaten van de Europese Unie.
De Richtlijn beoogt, naast harmonisatie en voortbouwend op de multilaterale afspraken uit de Berner Conventie en de WIPO-Verdragen (World Intellectual Property Organization), de aanpassing van de wetgeving betreffende het auteursrecht alsook de naburige rechten aan de technologische ontwikkelingen en in het bijzonder aan de informatiemaatschappij. In dit kader worden in de Richtlijn drie hoofdgebieden behandeld te weten het reproductierecht, het recht van mededeling en het distributierecht. Er is derhalve sprake van versnipperde muziekrechten.
Meer lezenNee, omdat de werkzaamheden sterk lijken op het eerdere takenpakket is een tweede proeftijd in beginsel nietig, met potentieel nadelige financiële gevolgen. Daarmee zet de werkgever namelijk een streep door de ontslagbescherming van de werknemer en dat wordt door de wetgever als ongewenst beschouwd.
Meer lezenOm je muziek op iTunes te krijgen maak je gebruik van digitale distributeurs of aggregators. Van deze distributeurs is Tunecore de grootste, daarna komen CD Baby, Nimbit, BFM, IODA en The Orchard. CD Baby kent een eenmalige fee in combinatie met een percentage van je sales, Tunecore een distributie fee met een jaarlijks terugkerende maintenance fee van $10 (singles) of $50 (albums). Tunecore houdt derhalve niets in van je verkopen, CD baby 10%. Bij Tunecore is de upc gratis, bij CD Baby betaal je een fee. Beide kunnen isrc codes voor je genereren maar het is natuurlijk beter om ze zelf aan te leveren.
Meer lezenOnlangs vroeg de Hoge Raad aan het Europees Hof van Justitie of de polisvoorwaarden van DAS Rechtsbijstand in strijd zijn met het Europees Recht. In die voorwaarden stelt DAS dat de verzekerde geen recht heeft om zelf uit te kiezen door welke jurist of advocaat hij zich gedurende een procedure laat bijstaan. Geen recht op vrije advocaatkeuze dus bij een DAS rechtsbijstandsverzekering in natura.
Meer lezenEen artiest krijgt in september 2026 een halfjaarafrekening van vier regels. De streams lijken laag, een synclicentie uit 2022 ontbreekt, en over de afrekeningen van 2020 en 2021 heeft zij destijds niets gevraagd. Mag zij de boeken van het label laten controleren, hoe ver terug, en welke jaren zijn juridisch al voorbij? Het antwoord bestaat uit drie termijnen die zelden naast elkaar in een contract staan: de controletermijn uit de auditclausule, de verjaring van vijf jaar uit het Burgerlijk Wetboek en de bewaarplicht van zeven jaar die hetzelfde wetboek aan het label oplegt.
Veel platen- en publishingcontracten beperken de audit tot één controle per jaar over de laatste twee of drie afrekenperioden, op kosten van de artiest, en laten een afrekening na twaalf maanden zonder bezwaar als aanvaard gelden. De wet rekent ruimer. Een royaltyvordering verjaart onder artikel 3:307 en 3:308 BW vijf jaar na de dag volgend op de opeisbaarheid, en die termijn is met één schriftelijke stuitingsbrief (artikel 3:317 BW) opnieuw voor vijf jaar te verlengen. Dat de fout pas later wordt ontdekt, verschuift het beginpunt niet. De brief beschermt tegen verjaring; of nabetaling afdwingbaar is, hangt daarnaast af van de inhoud en geldigheid van eventuele aanvaardings- en vervalbedingen in het contract.
Artikel 2:10 BW verplicht een label-bv zijn administratie zeven jaar te bewaren; artikel 3:15i BW legt dezelfde plicht op aan een eenmanszaak of vof, en artikel 52 AWR eist fiscaal dezelfde termijn. De platformoverzichten, syncfacturen en afrekenstaten horen bij die administratie. Het label heeft de cijfers dus langer in huis dan de vordering van de artiest bestaat. Daarnaast geeft artikel 25ca Auteurswet sinds 7 juni 2022, via artikel 2b WNR ook voor de uitvoerende kunstenaar, een jaarlijkse informatieaanspraak waarvan geen afstand kan worden gedaan, en biedt het inzagerecht van artikel 194 Rv (sinds 1 januari 2025, in plaats van het vervallen artikel 843a Rv) toegang tot bepaalde gegevens als het gesprek vastloopt.
Bij halfjaarafrekeningen die uiterlijk 30 september en 31 maart betaalbaar zijn, verjaart de afrekening over het eerste halfjaar van 2021 na 30 september 2026. Wie dat halfjaar nog wil betwisten, moet zorgen dat het label de stuitingsbrief uiterlijk op die dag heeft ontvangen. Het artikel geeft zes onderdelen van een bruikbare auditclausule, legt uit wanneer een aanvaardingsfictie onder artikel 25f Auteurswet aanvechtbaar is, en beschrijft de volgorde stuitingsbrief, informatieverzoek, accountant.
Een gastvocalist zingt het refrein in, schrijft twee regels bij, en de track gaat als "X feat. Y" naar de distributeur zonder dat iemand iets heeft getekend. Bij de eerste Sena-afrekening, het eerste syncverzoek en de eerste mail van haar label komen dan vier vragen tegelijk boven: wat heeft de gast ingebracht, wie moest toestemming geven, welk geld hoort bij haar, en wat betekent "feat." in de credits. Dit artikel loopt die vragen na langs de Wet op de naburige rechten en de verdeelregels die Sena zelf publiceert.
De gast is uitvoerend kunstenaar en heeft op grond van artikel 2 WNR het uitsluitend recht om toestemming te geven voor het opnemen, reproduceren en beschikbaar stellen van haar uitvoering. Wie de eerste vastlegging voor zijn rekening en verantwoordelijkheid laat maken, is doorgaans fonogrammenproducent (artikel 1 onder d en artikel 6 WNR); wie de masterrechten nu houdt, hangt ook af van eventuele overdrachten. De gast wordt door mee te zingen geen mede-eigenaar. De master-eigenaar heeft haar toestemming wel nodig voor elke exploitatie. Een overdracht of exclusieve licentie moet schriftelijk en omvat alleen wat er uitdrukkelijk in staat of wat daaruit noodzakelijk voortvloeit (artikel 9 WNR, tekst 2026). Schrijft zij eigen regels die een eigen creatieve bijdrage zijn, dan komt daar een aandeel in de compositie bij.
Een artiest met een lopend platencontract heeft meestal een exclusiviteitsbeding getekend en haar naburige rechten aan haar label overgedragen. Wat dat label voor een feature moet toestaan, staat in dat contract; de zin "appears courtesy of" is de vermelding die labels voor zo'n vrijgave bedingen. Labels vragen daarvoor een vaste vergoeding of een aandeel in de masterroyalty, een beperking tot de ene track en een verbod om de gastvocaal los te gebruiken. Al die punten horen in het featured-artistcontract te staan voordat de track wordt aangeleverd, omdat een distributeur een track bij een rechtenclaim offline kan zetten.
Sena verdeelt de vergoeding per track 50/50 tussen producent en muzikanten, en verdeelt het muzikantendeel via punten: vijf per hoofdartiest, één per instrument voor een sessiemuzikant met een maximum van drie. Sena rekent een featuring artist als hoofdartiest en beslist over die rol op grond van registratie, contract en bewijs van deelname. Welke rol de gast kan aantonen, bepaalt dus of zij een hoofdartiestenaandeel of een sessieaandeel krijgt; artikel 5 WNR geeft haar daarnaast het recht op naamsvermelding. Het artikel sluit af met acht afspraken voor het contract en met de opties als de feature al uit is zonder papier.
Steeds meer tracks bevatten een laag die een AI-tool heeft gemaakt: een strofe uit een tekstgenerator, een strijkersbed, een gegenereerde tegenstem. Op de dag van aanlevering moet iemand drie dingen beslissen die elkaar raken: wie er als maker bij BumaStemra komt te staan, wat de distributeur als AI-credit aan Spotify doorgeeft, en wat de producer daarover aan het label heeft toegezegd. Wie die drie los van elkaar regelt, ontdekt de tegenstrijdigheid pas bij de eerste afrekening.
Het auteursrecht ontstaat volgens artikel 1 en 10 Auteurswet en het Endstra-arrest van 30 mei 2008 alleen waar een mens genoeg eigen creatieve keuzes heeft gemaakt: eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel. Dat beoordeel je per laag. Een eigen melodie die AI heeft gearrangeerd blijft van jou; een strijkersbed dat je alleen hebt aangevraagd en goedgekeurd is dat niet; het grondig herschreven gegenereerde materiaal ligt ertussen. BumaStemra heeft voor die verdeling vier registratiecategorieën gepubliceerd, met de fictieve rechthebbende "AI BUMASTEMRA" (IPI 01252737944) voor de gegenereerde tekst of compositie, en legt de beoordeling bij de maker zelf.
Spotify toont sinds een bètafunctie van 16 april 2026 in de Song Credits per onderdeel of AI is gebruikt bij zang, tekst, instrumentatie of productie, aangeleverd via het label of de distributeur volgens de DDEX-standaard. Die credit beschrijft AI-gebruik in de productie en is geen oordeel over het auteursrecht: een eigen compositie kan probleemloos een AI-credit voor instrumentatie dragen. Beide opgaven moeten op dezelfde feiten berusten, maar beantwoorden verschillende vragen: AI-gebruik tegenover auteursrechtelijk makerschap. Artikel 50 van de AI-verordening legt de markeringsplicht bij de aanbieder van de generator, sinds 2 augustus 2026 voor nieuwe systemen en volgens de Commissie met een overgangstermijn tot december 2026 voor systemen die al eerder op de markt waren; de gebruiker van de tool meldt bij een audio-release zelf alleen een deepfake die voor echt kan doorgaan. Voor gegenereerde tekst over aangelegenheden van algemeen belang geldt een aparte meldplicht, die vervalt bij menselijke redactionele controle en verantwoordelijkheid.
De originaliteitsgarantie uit één zin past niet op een AI-assisted track. Een bruikbare AI-clausule in het producercontract regelt vier dingen: een opgave per onderdeel van de gebruikte tool, wie de werkregistratie en de DDEX-disclosure doet en dat beide op dezelfde feiten berusten, een garantie die alleen de eigen onderdelen dekt plus een aparte afspraak over onderzoek en risico bij claims van derden, en een splitsregel die het uitgeversaandeel de registratie laat volgen terwijl de producerpunten op de master de afspraak over de opname volgen.
Een radiozender draait op dinsdagmiddag een track en hoeft daarvoor niemand te bellen. Dezelfde redactie zet donderdag een podcastaflevering online met dertig seconden uit precies dezelfde opname onder de intro, en vanaf dat moment geldt er een ander regime. Het verschil staat in de tweede volzin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de naburige rechten.
De eerste volzin van dat lid laat toe dat een commercieel uitgebracht fonogram wordt uitgezonden of op een andere wijze openbaar gemaakt zonder toestemming van de fonogrammenproducent en de uitvoerende kunstenaars, mits daarvoor een billijke vergoeding wordt betaald. Die vergoeding loopt via de organisatie die op grond van artikel 15a WNR is aangewezen, in Nederland Sena, en artikel 7, vierde lid, verdeelt de opbrengst gelijk tussen de uitvoerende kunstenaar en de producent. Radio, televisie, winkel, café en festival lopen langs die route: gebruiken eerst, afrekenen achteraf. De tweede volzin zondert het beschikbaar stellen voor het publiek daarvan uit. Een podcastfeed doet precies dat: de luisteraar kiest zelf wanneer en waar hij luistert. Daarmee valt podcastgebruik terug op de exclusieve rechten van artikel 6, eerste lid, WNR bij de fonogrammenproducent en van artikel 2, eerste lid, WNR bij de uitvoerenden.
Elke seconde muziek bevat twee lagen die los van elkaar worden verhandeld: het lied onder de Auteurswet, meestal in beheer bij Buma/Stemra en de uitgever, en de opname onder de Wet op de naburige rechten, bij het label en de uitvoerenden. Een aflevering raakt beide handelingen tegelijk, want de opname wordt in de montage gekopieerd en het resultaat wordt in een feed gezet. Bij oude artiesten- en sessieakten is de tekenbevoegdheid van het label voor de uitvoerenden een aanname die je controleert, want het beschikbaar stellen voor het publiek wordt daarin niet altijd genoemd.
De scherpste rand zit bij de radio-uitzending die 's avonds als terugluisterbestand in een feed verschijnt. Dat is een zelfstandige handeling waarvoor de exclusieve rechten gelden. Voor de rechthebbende kantelt het beeld daarmee ook: bij een uitzending komt het geld ongevraagd binnen, bij on-demand gebruik komt er niets zolang niemand belt. Het artikel loopt de citaatvrijheid van artikel 15a Auteurswet en artikel 10 onder b WNR na, en sluit af met de zes punten die in een toestemming horen te staan voordat de aflevering online gaat: welke opname met ISRC, wie tekent namens de uitvoerenden, welke twee handelingen, welk gebied en welke termijn, welke dragers, en wie de vrijwaring draagt.
De jaarafrekening van een muziekuitgever is vaak één pdf met een regel “streaming” en een bedrag eronder. De Auteurswet stelt daar een ondergrens aan: de transparantieverplichting uit de EU-richtlijn auteursrecht geldt op grond van de overgangsbepaling van die richtlijn vanaf 7 juni 2022, en artikel 25ca lid 1 verplicht de wederpartij van de maker om ten minste eens per jaar uit zichzelf te informeren over de exploitatiewijzen, de daarmee gegenereerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding, in actuele, relevante en volledige vorm. Het gaat daarbij om het auteursrecht van de maker; de naburige rechten van uitvoerend kunstenaars hebben hun eigen regime in de Wet op de naburige rechten.
Voor een song komt die uitsplitsing in de praktijk neer op afzonderlijk zicht op mechanische reproductie, streaming, download, synchronisatie, uitvoeringsrechten en licenties aan derden — een sectorspecifieke invulling waarop lid 1 zelf aanstuurt, geen letterlijk wettelijk schema. De opgave ziet bovendien op de gegenereerde inkomsten naast het aan de maker verschuldigde bedrag, dus op wat er binnenkwam voordat kosten, afdrachten en recoupment eraf gingen. Heeft je uitgever doorgelicentieerd aan een subuitgever, dan verplicht het tweede lid die licentienemer om de ontbrekende cijfers te leveren, en heb je recht op de identiteit van die licentienemer.
Artikel 25ca kent twee uitzonderingen: een niet-significant aandeel in het werk, en administratieve lasten die aantoonbaar onevenredig zijn aan de exploitatie-inkomsten. De wet koppelt significantie niet aan een percentage, en de eerste uitzondering vervalt zodra je aantoont dat je de cijfers nodig hebt voor een beroep op artikel 25d, de bepaling over de aanvullende billijke vergoeding bij een onevenredige verhouding tussen jouw vergoeding en de opbrengst. De tweede beperkt de omvang van de opgave en geeft geen vrijstelling. Artikel 25b lid 3 haalt daarnaast overeenkomsten met een collectieve beheersorganisatie uit de regeling: je aansluitingscontract met Buma/Stemra loopt langs een ander spoor.
Weigert je wederpartij, dan wijst artikel 25g de weg naar de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht, waar ook een belangenvereniging namens makers een geschil kan aanbrengen. Of een zaak wordt behandeld hangt af van de voorwaarden van de commissie: de exploitant moet zijn aangesloten of instemmen, voor voortzetting tot een uitspraak is de instemming van beide partijen nodig, en uitspraken in anoniem of door een vereniging aangebrachte geschillen zijn volgens die voorwaarden niet bindend. Het artikel sluit af met zes punten die je vóór de eerste afrekening in je uitgave- of licentiecontract vastlegt: frequentie en uiterste datum, uitsplitsing per exploitatiewijze en territorium, de namen in de licentieketen, een auditclausule met kostenregeling, geen korte vervaltermijn op bezwaren, en de gevolgen van een buitenlandse rechtskeuze onder artikel 25h lid 2.