Permission from the master owner
If you use samples in your commercial productions you’ll need permission from the copyright owner(s). This is called sample clearance. You’ll need a Sample License or Master Use License.
Meer lezenMuziekrechten en Muziekcontracten
Blog over muziekrechten, online muziekdiensten platencontracten en het downloadverbod. Interessant leesvoer voor music startups, DJ's, producers, artiesten, labels en auteurs.
If you use samples in your commercial productions you’ll need permission from the copyright owner(s). This is called sample clearance. You’ll need a Sample License or Master Use License.
Meer lezenIf you are going to arrange (sheet) music that isn’t in the public domain yet, you or your publisher will need permission from the copyright owner. You can get permission by obtaining a mechanical license.
Meer lezenEen gastvocalist zingt het refrein in, schrijft twee regels bij, en de track gaat als "X feat. Y" naar de distributeur zonder dat iemand iets heeft getekend. Bij de eerste Sena-afrekening, het eerste syncverzoek en de eerste mail van haar label komen dan vier vragen tegelijk boven: wat heeft de gast ingebracht, wie moest toestemming geven, welk geld hoort bij haar, en wat betekent "feat." in de credits. Dit artikel loopt die vragen na langs de Wet op de naburige rechten en de verdeelregels die Sena zelf publiceert.
De gast is uitvoerend kunstenaar en heeft op grond van artikel 2 WNR het uitsluitend recht om toestemming te geven voor het opnemen, reproduceren en beschikbaar stellen van haar uitvoering. Wie de eerste vastlegging voor zijn rekening en verantwoordelijkheid laat maken, is doorgaans fonogrammenproducent (artikel 1 onder d en artikel 6 WNR); wie de masterrechten nu houdt, hangt ook af van eventuele overdrachten. De gast wordt door mee te zingen geen mede-eigenaar. De master-eigenaar heeft haar toestemming wel nodig voor elke exploitatie. Een overdracht of exclusieve licentie moet schriftelijk en omvat alleen wat er uitdrukkelijk in staat of wat daaruit noodzakelijk voortvloeit (artikel 9 WNR, tekst 2026). Schrijft zij eigen regels die een eigen creatieve bijdrage zijn, dan komt daar een aandeel in de compositie bij.
Een artiest met een lopend platencontract heeft meestal een exclusiviteitsbeding getekend en haar naburige rechten aan haar label overgedragen. Wat dat label voor een feature moet toestaan, staat in dat contract; de zin "appears courtesy of" is de vermelding die labels voor zo'n vrijgave bedingen. Labels vragen daarvoor een vaste vergoeding of een aandeel in de masterroyalty, een beperking tot de ene track en een verbod om de gastvocaal los te gebruiken. Al die punten horen in het featured-artistcontract te staan voordat de track wordt aangeleverd, omdat een distributeur een track bij een rechtenclaim offline kan zetten.
Sena verdeelt de vergoeding per track 50/50 tussen producent en muzikanten, en verdeelt het muzikantendeel via punten: vijf per hoofdartiest, één per instrument voor een sessiemuzikant met een maximum van drie. Sena rekent een featuring artist als hoofdartiest en beslist over die rol op grond van registratie, contract en bewijs van deelname. Welke rol de gast kan aantonen, bepaalt dus of zij een hoofdartiestenaandeel of een sessieaandeel krijgt; artikel 5 WNR geeft haar daarnaast het recht op naamsvermelding. Het artikel sluit af met acht afspraken voor het contract en met de opties als de feature al uit is zonder papier.
Steeds meer tracks bevatten een laag die een AI-tool heeft gemaakt: een strofe uit een tekstgenerator, een strijkersbed, een gegenereerde tegenstem. Op de dag van aanlevering moet iemand drie dingen beslissen die elkaar raken: wie er als maker bij BumaStemra komt te staan, wat de distributeur als AI-credit aan Spotify doorgeeft, en wat de producer daarover aan het label heeft toegezegd. Wie die drie los van elkaar regelt, ontdekt de tegenstrijdigheid pas bij de eerste afrekening.
Het auteursrecht ontstaat volgens artikel 1 en 10 Auteurswet en het Endstra-arrest van 30 mei 2008 alleen waar een mens genoeg eigen creatieve keuzes heeft gemaakt: eigen oorspronkelijk karakter en persoonlijk stempel. Dat beoordeel je per laag. Een eigen melodie die AI heeft gearrangeerd blijft van jou; een strijkersbed dat je alleen hebt aangevraagd en goedgekeurd is dat niet; het grondig herschreven gegenereerde materiaal ligt ertussen. BumaStemra heeft voor die verdeling vier registratiecategorieën gepubliceerd, met de fictieve rechthebbende "AI BUMASTEMRA" (IPI 01252737944) voor de gegenereerde tekst of compositie, en legt de beoordeling bij de maker zelf.
Spotify toont sinds een bètafunctie van 16 april 2026 in de Song Credits per onderdeel of AI is gebruikt bij zang, tekst, instrumentatie of productie, aangeleverd via het label of de distributeur volgens de DDEX-standaard. Die credit beschrijft AI-gebruik in de productie en is geen oordeel over het auteursrecht: een eigen compositie kan probleemloos een AI-credit voor instrumentatie dragen. Beide opgaven moeten op dezelfde feiten berusten, maar beantwoorden verschillende vragen: AI-gebruik tegenover auteursrechtelijk makerschap. Artikel 50 van de AI-verordening legt de markeringsplicht bij de aanbieder van de generator, sinds 2 augustus 2026 voor nieuwe systemen en volgens de Commissie met een overgangstermijn tot december 2026 voor systemen die al eerder op de markt waren; de gebruiker van de tool meldt bij een audio-release zelf alleen een deepfake die voor echt kan doorgaan. Voor gegenereerde tekst over aangelegenheden van algemeen belang geldt een aparte meldplicht, die vervalt bij menselijke redactionele controle en verantwoordelijkheid.
De originaliteitsgarantie uit één zin past niet op een AI-assisted track. Een bruikbare AI-clausule in het producercontract regelt vier dingen: een opgave per onderdeel van de gebruikte tool, wie de werkregistratie en de DDEX-disclosure doet en dat beide op dezelfde feiten berusten, een garantie die alleen de eigen onderdelen dekt plus een aparte afspraak over onderzoek en risico bij claims van derden, en een splitsregel die het uitgeversaandeel de registratie laat volgen terwijl de producerpunten op de master de afspraak over de opname volgen.
Een radiozender draait op dinsdagmiddag een track en hoeft daarvoor niemand te bellen. Dezelfde redactie zet donderdag een podcastaflevering online met dertig seconden uit precies dezelfde opname onder de intro, en vanaf dat moment geldt er een ander regime. Het verschil staat in de tweede volzin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de naburige rechten.
De eerste volzin van dat lid laat toe dat een commercieel uitgebracht fonogram wordt uitgezonden of op een andere wijze openbaar gemaakt zonder toestemming van de fonogrammenproducent en de uitvoerende kunstenaars, mits daarvoor een billijke vergoeding wordt betaald. Die vergoeding loopt via de organisatie die op grond van artikel 15a WNR is aangewezen, in Nederland Sena, en artikel 7, vierde lid, verdeelt de opbrengst gelijk tussen de uitvoerende kunstenaar en de producent. Radio, televisie, winkel, café en festival lopen langs die route: gebruiken eerst, afrekenen achteraf. De tweede volzin zondert het beschikbaar stellen voor het publiek daarvan uit. Een podcastfeed doet precies dat: de luisteraar kiest zelf wanneer en waar hij luistert. Daarmee valt podcastgebruik terug op de exclusieve rechten van artikel 6, eerste lid, WNR bij de fonogrammenproducent en van artikel 2, eerste lid, WNR bij de uitvoerenden.
Elke seconde muziek bevat twee lagen die los van elkaar worden verhandeld: het lied onder de Auteurswet, meestal in beheer bij Buma/Stemra en de uitgever, en de opname onder de Wet op de naburige rechten, bij het label en de uitvoerenden. Een aflevering raakt beide handelingen tegelijk, want de opname wordt in de montage gekopieerd en het resultaat wordt in een feed gezet. Bij oude artiesten- en sessieakten is de tekenbevoegdheid van het label voor de uitvoerenden een aanname die je controleert, want het beschikbaar stellen voor het publiek wordt daarin niet altijd genoemd.
De scherpste rand zit bij de radio-uitzending die 's avonds als terugluisterbestand in een feed verschijnt. Dat is een zelfstandige handeling waarvoor de exclusieve rechten gelden. Voor de rechthebbende kantelt het beeld daarmee ook: bij een uitzending komt het geld ongevraagd binnen, bij on-demand gebruik komt er niets zolang niemand belt. Het artikel loopt de citaatvrijheid van artikel 15a Auteurswet en artikel 10 onder b WNR na, en sluit af met de zes punten die in een toestemming horen te staan voordat de aflevering online gaat: welke opname met ISRC, wie tekent namens de uitvoerenden, welke twee handelingen, welk gebied en welke termijn, welke dragers, en wie de vrijwaring draagt.
De jaarafrekening van een muziekuitgever is vaak één pdf met een regel “streaming” en een bedrag eronder. De Auteurswet stelt daar een ondergrens aan: de transparantieverplichting uit de EU-richtlijn auteursrecht geldt op grond van de overgangsbepaling van die richtlijn vanaf 7 juni 2022, en artikel 25ca lid 1 verplicht de wederpartij van de maker om ten minste eens per jaar uit zichzelf te informeren over de exploitatiewijzen, de daarmee gegenereerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding, in actuele, relevante en volledige vorm. Het gaat daarbij om het auteursrecht van de maker; de naburige rechten van uitvoerend kunstenaars hebben hun eigen regime in de Wet op de naburige rechten.
Voor een song komt die uitsplitsing in de praktijk neer op afzonderlijk zicht op mechanische reproductie, streaming, download, synchronisatie, uitvoeringsrechten en licenties aan derden — een sectorspecifieke invulling waarop lid 1 zelf aanstuurt, geen letterlijk wettelijk schema. De opgave ziet bovendien op de gegenereerde inkomsten naast het aan de maker verschuldigde bedrag, dus op wat er binnenkwam voordat kosten, afdrachten en recoupment eraf gingen. Heeft je uitgever doorgelicentieerd aan een subuitgever, dan verplicht het tweede lid die licentienemer om de ontbrekende cijfers te leveren, en heb je recht op de identiteit van die licentienemer.
Artikel 25ca kent twee uitzonderingen: een niet-significant aandeel in het werk, en administratieve lasten die aantoonbaar onevenredig zijn aan de exploitatie-inkomsten. De wet koppelt significantie niet aan een percentage, en de eerste uitzondering vervalt zodra je aantoont dat je de cijfers nodig hebt voor een beroep op artikel 25d, de bepaling over de aanvullende billijke vergoeding bij een onevenredige verhouding tussen jouw vergoeding en de opbrengst. De tweede beperkt de omvang van de opgave en geeft geen vrijstelling. Artikel 25b lid 3 haalt daarnaast overeenkomsten met een collectieve beheersorganisatie uit de regeling: je aansluitingscontract met Buma/Stemra loopt langs een ander spoor.
Weigert je wederpartij, dan wijst artikel 25g de weg naar de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht, waar ook een belangenvereniging namens makers een geschil kan aanbrengen. Of een zaak wordt behandeld hangt af van de voorwaarden van de commissie: de exploitant moet zijn aangesloten of instemmen, voor voortzetting tot een uitspraak is de instemming van beide partijen nodig, en uitspraken in anoniem of door een vereniging aangebrachte geschillen zijn volgens die voorwaarden niet bindend. Het artikel sluit af met zes punten die je vóór de eerste afrekening in je uitgave- of licentiecontract vastlegt: frequentie en uiterste datum, uitsplitsing per exploitatiewijze en territorium, de namen in de licentieketen, een auditclausule met kostenregeling, geen korte vervaltermijn op bezwaren, en de gevolgen van een buitenlandse rechtskeuze onder artikel 25h lid 2.
Een band krijgt na een goed festivalseizoen een voorstel van een boekingsbureau: exclusief, vijftien procent over alle gages, drie jaar vast, en na afloop nog twee jaar commissie over elke zaal die het bureau ooit heeft benaderd. Zolang het bureau zelfstandig en tegen een percentage bemiddelt, is een boekingscontract een agentuurovereenkomst, en de wet beschermt daarin in de eerste plaats het bureau. Dit artikel loopt de vier afspraken langs die het verschil maken, commissie, exclusiviteit, opzegtermijn en uitloop, met de wettelijke ondergrens uit Boek 7 BW erbij.
Een bureau dat tegen een percentage van de gage optredens voor je binnenhaalt, past in de omschrijving van artikel 7:428 BW: jij bent de principaal, het bureau de handelsagent. Artikel 7:445 BW maakt een aantal regels dwingend, waaronder de periodieke provisie-opgave van artikel 7:433, de minimale opzegtermijnen van artikel 7:437, tweede lid (één maand in het eerste jaar, twee in het tweede, drie daarna) en de schadeplicht van artikel 7:439 bij beëindiging zonder termijn. De klantenvergoeding van artikel 7:442 kan vóór het einde niet ten nadele van het bureau worden weggeschreven: ten hoogste één jaar beloning, te claimen binnen een jaar na het einde, en in de regel niet verschuldigd als het bureau zelf opzegt zonder een reden die aan jou of aan zijn eigen gezondheid ligt.
Leg de grondslag van de commissie vast (netto gage, welke kosten eruit), de geldstroom en de doorbetaaltermijn, en let op artikel 7:431 BW: bij een toegewezen klantenkring of gebied krijgt het bureau ook provisie over shows waar het niet aan te pas kwam, tenzij het contract uitdrukkelijk anders zegt. Een contract voor bepaalde tijd dat stilzwijgend doorloopt, geldt volgens artikel 7:436 BW voor onbepaalde tijd; zonder afgesproken termijn is de opzegtermijn dan vier maanden, oplopend na drie en zes jaar. Artikel 7:431, tweede lid, geeft het bureau na het einde dwingend provisie voor overeenkomsten die hoofdzakelijk aan zijn werk te danken zijn en binnen een redelijke termijn zijn gesloten; een clausule over uitloopcommissie vult die redelijke termijn concreet in, bijvoorbeeld met twaalf maanden. Het artikel sluit af met tekenbevoegdheid, je eigen rechten, de AI-clausule en de boekingscontract generator van M&R, die deze afspraken in een minuut of tien omzet in een contract naar Nederlands recht.