Je naam in de credits van een song: wat artikel 25 Auteurswet en artikel 5 WNR geven, en wat een ghostwriter kan wegtekenen

Een tekstschrijver ziet op de releasedag haar tekst terug in de nieuwe single van een artiest, terwijl bij de credits alleen de naam van de artiest staat. Ze heeft haar rechten aan een uitgever overgedragen. Haar naam heeft ze daarmee niet weggegeven: daarover gaan artikel 25 van de Auteurswet en, voor de muzikanten op de opname, artikel 5 van de Wet op de naburige rechten.

Wat een songwriter houdt na overdracht

Artikel 25 lid 1 Auteurswet geeft de maker, ook na overdracht van het auteursrecht, het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking zonder zijn naam, tegen openbaarmaking onder de naam van een ander, tegen wijzigingen en tegen aantasting van zijn eer of naam. Voor naamsvermelding geldt een redelijkheidstoets: de radio hoeft niet bij elk nummer de schrijvers te noemen, een creditsveld op een streamingdienst of een hoes is een ander verhaal. Na het overlijden van de maker gaan deze rechten over op wie hij bij testament aanwijst, en anders op zijn nabestaanden.

Wat je kunt wegtekenen, en wat niet

Artikel 25 lid 3 laat volledige afstand toe van het recht om genoemd te worden. Van de andere rechten kan de maker alleen afstand doen voor wijzigingen in het werk of de titel. Het verzet tegen openbaarmaking onder een andere naam valt daarbuiten. Voor ghostwriting betekent dat: een song zonder schrijversnaam (na afstand) of onder een zelfgekozen pseudoniem (de afgesproken aanduiding als maker) past binnen de wet, een artiest die zich als enige schrijver laat vermelden staat op minder vaste grond dan het contract suggereert. Royalty's lopen via de werkaanmelding bij Buma/Stemra en het publishingcontract, een eigen spoor naast de credit.

Sessiemuzikanten en producers

Uitvoerende kunstenaars hebben in artikel 5 WNR vergelijkbare rechten, met dezelfde redelijkheidstoets bij een ontbrekende naam en bij wijzigingen, maar zij kunnen van naamsvermelding en van verzet tegen wijzigingen schriftelijk afstand doen. Die afstand staat vaak in het sessiecontract naast de buy-out. Alleen het verzet tegen aantasting van eer of naam blijft altijd bij de muzikant. Een producer heeft alleen een wettelijk recht op naamsvermelding als hij heeft meegeschreven of zelf speelt; anders hangt zijn credit af van het producercontract. Het artikel sluit af met vijf punten over credits die in elk publishing-, sessie- of producercontract thuishoren.

Meer lezen

Artikel 7 lid 1 en artikel 9b WNR: twee vergoedingen die naast de sessiefee van een buy-out staan

Een cellist speelt drie uur mee op vier nummers, tekent bij vertrek één A4 en factureert 450 euro. Naast de reikwijdte van die handtekening staan twee vergoedingen die de Wet op de naburige rechten zelf regelt en die een gewone overdracht van het opnamerecht niet vanzelf meeneemt.

De uitzondering onderaan artikel 7 lid 1 WNR

Artikel 7 lid 1 WNR laat uitzending en openbaarmaking van een commercieel uitgebracht fonogram toe tegen een billijke vergoeding, en lid 4 verdeelt die gelijkelijk tussen producentenzijde en uitvoerendenzijde; de verdeling binnen de uitvoerendenzijde volgt uit de repartitieregels van de organisatie die artikel 15 aanwijst, in Nederland Sena. De laatste volzin van lid 1 sluit echter het beschikbaar stellen voor het publiek uit. On-demand streaming valt daardoor terug in het uitsluitend recht van artikel 2 dat in de sessieverklaring is overgedragen, terwijl radio, horeca en winkel het kanaal vormen waarin de wet de uitvoerendenzijde een helft toewijst. De wet verklaart de aanspraak van artikel 7 overigens niet onvervreemdbaar; zij bepaalt wel dat een overdracht van het recht van artikel 2 haar niet automatisch meeneemt.

De twintig procent van artikel 9b WNR

Artikel 9b lid 1 WNR stelt twee voorwaarden: een overdracht van de rechten op de uitvoering aan de fonogramproducent, en een daarbij overeengekomen niet-periodieke vergoeding. Het woord buy-out komt in de wet niet voor, en een dagvergoeding voor speeltijd is niet automatisch de vergoeding voor die overdracht. Is aan beide voldaan, dan hebben de uitvoerenden gezamenlijk recht op een jaarlijkse aanvullende vergoeding voor ieder volledig jaar na het vijftigste jaar sinds de eerste rechtmatige verhandeling of, indien eerder, de openbaarmaking van het fonogram. Lid 2 stelt die op twintig procent van de producenteninkomsten uit het voorafgaande jaar, en lid 4 bepaalt dat van deze rechten geen afstand kan worden gedaan. Via het Fonds Uitvoerende Kunstenaars draait die regeling nu al op repertoire uit de jaren zestig en zeventig.

Wat het auteurscontractenrecht daarnaast biedt via artikel 2b WNR, waarom de informatieplicht van artikel 25ca juist bij een klein aandeel kan wegvallen, en vijf punten om vóór de sessie vast te leggen, staan in het volledige artikel; wie een lopende sessieverklaring of producerovereenkomst daartegen wil laten leggen, kan daarvoor de contractscan van M&R gebruiken.

Meer lezen