Een soundalike maken voor een reclame: wanneer de nagemaakte track inbreuk maakt op de compositie (artikel 13 Auteurswet), waarom de master vrij blijft en wie de vrijwaring draagt

Een reclamebureau mailt een producer in Utrecht een briefing voor een tv-spot van dertig seconden. In de bijlage zit een bekende hit uit de jaren negentig, met de opmerking dat de klant "precies dit gevoel" wil. De licentie voor het origineel was te duur, dus moet de producer iets maken dat er zo dicht mogelijk tegenaan zit. In de branche heet dat een soundalike. Juridisch zitten er drie lagen in zo'n opdracht: de opname van het origineel, de compositie en de stem. Ze worden alle drie anders beoordeeld.

Een vioolbouwerswerkplaats in warm zijlicht: op de werkbank ligt een onvernist blank esdoornhouten kopie van een viool met een schuifmaat over de krul, terwijl het antieke origineel met diep amberrode lak aan de groene muur erachter hangt


Wat een reclamebureau met een soundalike probeert te besparen: de masterlicentie van het label

Wie een bestaande hit in een reclame wil gebruiken, heeft twee toestemmingen nodig. Het label geeft de licentie voor de opname, de master. De uitgever of de componist geeft de licentie voor de compositie, de synchronisatie van het werk met beeld. Voor reclame volstaat een gewone Buma/Stemra-licentie daarvoor niet; de uitgever beslist zelf of het nummer aan een merk wordt verbonden en tegen welke prijs. Bij bekende titels kan het label een flink deel van het budget vragen. Daar zit de prikkel voor de soundalike: een nieuwe opname maakt het label overbodig. Over het samenspel van die twee licenties bij film schreven we eerder in wat een producent koopt die filmmuziek bestelt.


Waarom een heropname de rechten van label en zanger op de originele opname niet raakt (artikel 2 en 6 WNR)

Het naburig recht van de platenmaatschappij beschermt het fonogram zelf. Artikel 6 van de Wet op de naburige rechten geeft de producent het uitsluitend recht om een door hem vervaardigd fonogram te reproduceren en openbaar te maken. Artikel 2 doet hetzelfde voor de uitvoerende kunstenaar: het gaat om de opname van zijn eigen uitvoering. Een sessieband die de partijen opnieuw inspeelt, maakt een nieuw fonogram met nieuwe uitvoeringen. Daarmee blijft de originele master buiten schot.

Bij sampling gelden andere regels. In de zaak Pelham (C-476/17, 29 juli 2019) besliste het Hof van Justitie dat ook een zeer kort geluidsfragment uit een fonogram een reproductie is, tenzij het in gewijzigde, voor het oor onherkenbare vorm wordt gebruikt. Een producer die "voor de echtheid" de originele drumbreak of één kenmerkende gitaarlick herkenbaar uit de master in de soundalike legt, heeft dus in beginsel alsnog het label nodig, tenzij een wettelijke uitzondering zoals pastiche van toepassing is. Alles opnieuw inspelen vermijdt elk gebruik van de originele opname, en daarmee blijft de master buiten de discussie.


Wanneer de nagemaakte track inbreuk maakt op de compositie: artikel 13 Auteurswet en het vermoeden van ontlening

Met de compositie ligt het anders. Artikel 13 van de Auteurswet rekent tot het verveelvoudigen ook "iedere geheele of gedeeltelijke bewerking of nabootsing in gewijzigden vorm, welke niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt". Een soundalike die de melodie van het origineel volgt met een paar verschoven noten en een andere tekst, valt daar zonder veel moeite onder. Het woord nabootsing staat sinds 1912 in de wet.

Nederlandse rechters kijken bij inbreuk of de auteursrechtelijk beschermde trekken van het origineel in de nieuwe track terugkomen. Is de overeenstemming groot, dan wordt aangenomen dat de maker het origineel heeft gebruikt. Hij moet dan aannemelijk maken dat hij zelfstandig tot zijn track kwam. Bij een soundalike staat dat verweer zwak. De briefing met het origineel als bijlage bewijst dat de maker het origineel kende, en samen met relevante overeenstemming in beschermde elementen levert dat sterk bewijs van ontlening op. Lijkt de track alleen in stijl of sfeer op het origineel, dan is er nog geen inbreuk. Wie wil weten hoe dezelfde regel uitpakt bij een bewuste bewerking, vindt de uitleg in ons stuk over een cover, bewerking of vertaling uitbrengen.

Blijft de pastiche-uitzondering over, in artikel 18b Auteurswet en voor de master in artikel 10 lid 1 onder j WNR. Op 14 april 2026 heeft het Hof van Justitie in de tweede Pelham-zaak (C-590/23, over het Kraftwerk-sample in "Nur mir") uitgelegd wat pastiche is: een creatie die aan een bestaand werk doet denken en er merkbaar van verschilt, en die kenmerkende elementen ervan gebruikt om een herkenbare artistieke of creatieve dialoog met dat werk aan te gaan, bijvoorbeeld als openlijke stijlimitatie, als eerbetoon of met humor of kritiek. Volgens het persbericht van het Hof is daarvoor genoeg dat iemand die het origineel kent het pastichekarakter herkent. Een soundalike voor een commercial is meestal gebouwd om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven en het ongemerkt te vervangen, zonder dat de kijker een dialoog met het origineel hoort. Zo'n track zal daarom zelden als pastiche gelden. Een spot die het origineel zichtbaar parodieert of eert, kan anders uitvallen, maar ook dan moet het gebruik volgens artikel 18b passen binnen wat naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.


Wat een componist mag overnemen en wat beschermd is: melodie, akkoorden, groove en klank

Hier helpt een beetje muziektheorie. Bescherming rust op de eigen creatieve keuzes van de maker. Een genre, een tempo, een instrumentatie of een akkoordenschema als I–V–vi–IV, dat onder honderden popnummers ligt, is gemeengoed. Een productiesound met dezelfde gated reverb op de snare of dezelfde analoge synth valt daar meestal ook onder. Beschermd is vooral de concrete uitwerking: de melodielijn met haar ritme, de hook, een kenmerkende baslijn of riff, en de combinatie van die elementen in het nummer.

Hoe dun die grens kan worden, liet de Amerikaanse zaak over "Blurred Lines" zien. Een jury in Los Angeles oordeelde in 2015 dat Robin Thicke en Pharrell Williams inbreuk maakten op "Got to Give It Up" van Marvin Gaye, en het federale hof van beroep liet dat oordeel in 2018 grotendeels staan. Veel musicologen vonden dat de jury een sfeer had beschermd. Een Nederlandse rechter beoordeelt dat met een eigen toets, maar de les voor de producer is dezelfde: hoe meer losse elementen samen naar één nummer wijzen, hoe kleiner de afstand die nog over is.


Een stem die klinkt als een bekende zanger: Midler tegen Ford (1988), Waits tegen Frito-Lay (1992) en artikel 6:162 BW

De derde laag is de stem. In 1988 verloor Ford een zaak van Bette Midler. Ford had een licentie op het nummer "Do You Want to Dance" en liet een voormalig achtergrondzangeres van Midler het lied in haar stijl zingen, nadat Midler zelf had geweigerd. Het federale hof van beroep (Ninth Circuit) oordeelde dat het bewust imiteren van een herkenbare stem in een reclame onrechtmatig kon zijn. In 1992 kreeg Tom Waits ruim twee miljoen dollar toegewezen omdat een zanger in een Doritos-reclame zijn rauwe stem nadeed. De compositie was in de Midler-zaak dus netjes gelicentieerd. De stem was het probleem.

Nederland kent geen apart recht op de eigen stem; het portretrecht van artikel 21 Auteurswet gaat over afbeeldingen. Een stemimitatie in een commercial kan wel onrechtmatig zijn op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek, vooral wanneer het publiek gaat denken dat de artiest het product aanprijst. De bekendheid van een artiest heeft een eigen geldwaarde, en een merk dat die zonder toestemming leent, loopt het risico daarvoor te moeten betalen. Hetzelfde speelt bij gekloonde stemmen, waarover we schreven in een cover met een AI-stemkloon van de originele artiest.


Zes afspraken voor de componist in de opdracht van het reclamebureau: briefing, referentietrack en vrijwaring

Bureaus vragen de componist vaak te garanderen dat de muziek origineel is en hen te vrijwaren voor elke claim. Bij een soundalike is die vrijwaring een scheve verdeling: het bureau kiest het origineel, de componist draagt het risico. Deze punten horen in de opdracht:

  • Leg vast welke referentietrack het bureau heeft aangeleverd en dat die alleen als richting voor sfeer en tempo dient.
  • Spreek af dat de componist een briefing mag weigeren of bijsturen als het bureau vraagt om melodie, hook of riff van het origineel te volgen.
  • Beperk de vrijwaring tot de eigen bijdragen van de componist en tot een maximumbedrag, bijvoorbeeld de fee. Voor keuzes die het bureau of de klant oplegt, draagt het bureau het risico.
  • Spreek af dat er geen geluid uit de originele master in de productie komt, ook geen enkele drumslag.
  • Vraag om een vergelijking door een musicoloog vóór de uitzending als het bureau dicht op een bekend nummer wil blijven, en leg vast wie die betaalt.
  • Bewaar sessiebestanden, schetsen en versies met datum. Daarmee toon je aan welke keuzes van jou zijn.

Werk je voor een bureau dat het origineel als voorbeeld meestuurt, kijk dan eerst wat je tekent. De contractscan laat snel zien waar de vrijwaring en de garantie over originaliteit in je opdracht staan en hoe ver ze reiken. Kiest het bureau toch voor het origineel, dan vind je bij de muziekcontracten-generator onder meer een sync-licentie om die afspraak met de rechthebbende op papier te zetten.