AI-muziek — München legt de rekening bij Suno, uw contract legt hem bij u

Op 31 juli 2026 wees het Landgericht München I vonnis in de procedure van de Duitse auteursrechtorganisatie GEMA tegen muziekgenerator Suno (zaaknummer 42 O 763/25); de rechtbank vatte de uitkomst samen in een persmededeling. Twee dingen bleven daaruit hangen. De aanbieder van het model werd aansprakelijk gehouden voor de concrete inbreukmakende uitkomsten rond zes ingebrachte werken en de daarbij gebruikte prompts — geen categorische regel dat alle output van elk muziekmodel voortaan voor rekening van de aanbieder komt, maar wel de vaststelling dat die aanbieder aanspreekbaar is en niet alleen de gebruiker die op de knop drukte. En voor de trainingshandelingen die in de Verenigde Staten plaatsvonden paste de rechtbank Amerikaans recht toe en kwam zij tot het oordeel dat de fair use-verdediging daar niet opging — waarmee de gedachte dat je de plaats van training kunt kiezen zoals je een vestigingsklimaat kiest, aan waarde inboet. Voor een Nederlandse producer klinkt dat als opluchting: de rekening heeft een adres gekregen, en dat adres is niet het zijne. Alleen ligt in zijn eigen distributiecontract een clausule die precies het omgekeerde regelt.

Twee stemvorken naast elkaar in chromen laboratoriumstatieven op een nat, spiegelend blad, links geborsteld staal en rechts helder groen glas, met overlappende concentrische rimpelingen in het water


Wat München regelt en wat het onaangeroerd laat

Het vonnis is een Duitse uitspraak in eerste aanleg, tussen een collectieve beheersorganisatie en een aanbieder van een generatieve dienst. Het bindt geen Nederlandse rechter en het is vatbaar voor hoger beroep. Wat het wél doet, is een vraag beantwoorden die tot nu toe vooral in panels werd gesteld: wie staat er aan de lat wanneer een generator een resultaat oplevert dat een beschermd werk reproduceert. Het antwoord van de rechtbank is de partij die het model exploiteert, en niet uitsluitend de gebruiker die op de knop drukte.

Daarmee is de positie van die gebruiker niet geregeld. In Nederland loopt de vraag of een track andermans werk verveelvoudigt via artikel 13 van de Auteurswet, dat ook de bewerking onder de verveelvoudiging schaart, en via de gewone maatstaf van ontlening aan beschermde trekken. Die maatstaf vraagt niet naar het gereedschap. Hij vraagt of het beschermde materiaal herkenbaar terugkomt en of de latere maker het kende. Een rechter die vaststelt dat een release een bestaand werk reproduceert, richt zich tot degene die die release exploiteert. Dat de aanbieder van het model in München ook aansprakelijk werd bevonden, geeft de exploitant hooguit een partij om zich later toe te wenden. Het haalt hem niet uit de procedure.


De garantie die u zelf tekende

In de distributie-, label- en synccontracten die in de Nederlandse muziekpraktijk over onze tafel gaan, keren steevast dezelfde twee zinnen terug. De maker garandeert dat het aangeleverde materiaal origineel is en geen rechten van derden schendt, en hij vrijwaart zijn wederpartij tegen alle aanspraken die met die garantie in strijd komen. U vindt ze in de voorwaarden van digitale distributeurs, in labeldeals, in producer- en remixafspraken, in sync-licenties en in de leveringsvoorwaarden van reclamebureaus. Zolang een maker wist wat hij gebruikte, was zo'n garantie een redelijke afspraak: hij had de bron in handen.

Generatief gereedschap breekt die aanname. Wie een stem, een strijkerslaag of een volledige backing genereert, kent de herkomst van het resultaat niet en kan die ook niet nagaan. Toch blijft de garantie in het contract staan zoals zij er stond, en afhankelijk van haar formulering en van de context van de overeenkomst kan zij dan als resultaatsgarantie werken: het materiaal is schoon, punt. Sommige sjablonen nuanceren met naar beste weten of voor zover bekend, en dat scheelt in een geschil het verschil tussen aansprakelijkheid voor de uitkomst en aansprakelijkheid voor wat u had moeten weten. In de sets die wij in de praktijk voorbij zien komen, ontbreekt die nuance vaker wel dan niet.

Het gevolg is een omweg die zelden wordt gelopen. Een rechthebbende die zijn werk herkent in een release, klaagt de exploitant aan. De exploitant kijkt in zijn contract, ziet de garantie en de vrijwaring, houdt royalty's in en schuift de claim door naar de maker. Dat is sneller, goedkoper en contractueel zekerder dan procederen tegen een buitenlandse modelaanbieder. De aansprakelijkheid van de aanbieder is een route, de vrijwaring is een reflex.


Transparantie is geen toestemming

De AI-verordening (EU) 2024/1689 legt informatieplichten op die in dit verband voortdurend met een vrijbrief worden verward. Artikel 50 richt zich voor de machineleesbare markering van synthetische output in de eerste plaats tot de aanbieder van het systeem, en sinds de wijziging bij Verordening (EU) 2026/1744 geldt voor systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht een overgangstermijn tot 2 december 2026 voor het tweede lid. De gebruiksverantwoordelijke — in de termen van de verordening de deployer, degene die het systeem onder eigen verantwoordelijkheid inzet — valt onder afzonderlijke en veel beperktere bekendmakingsregels: er is geen algemene plicht om synthetische muziek als zodanig aan te kondigen, wel een specifieke plicht voor onder meer deepfakes. Gaat het daarbij om kennelijk artistiek of fictief werk, dan vervalt die bekendmaking niet, maar mag zij in een passende vorm worden gedaan die de vertoning of het genot van het werk niet verstoort. Artikel 53 verplicht aanbieders van modellen voor algemene doeleinden tot een publiek overzicht van de gebruikte trainingsinhoud en tot een beleid om het auteursrecht te eerbiedigen. Al deze verplichtingen gaan over informeren. Geen ervan verschaft een gebruiksrecht op wat in de training zat, en geen ervan staat tussen een maker en de aanspraak van een rechthebbende. Dat is geen lezing van het Münchense vonnis — blijkens de publicatie van de rechtbank is daarin over deze bepalingen niets beslist — maar de systematiek van de verordening zelf: een transparantieregel schept openheid, geen licentie.

Voor de studio betekent dat iets heel praktisch. Een release netjes markeren als AI-ondersteund kan het beleid van een streamingdienst bevredigen, en dat beleid is voorlopig strenger dan de wet; het raakt de garantieclausule in uw distributieovereenkomst niet. Die twee documenten stellen verschillende vragen, en alleen het tweede kost geld wanneer het antwoord tegenvalt.


Het logboek werkt twee kanten op

Er zit een merkwaardige troost in deze ontwikkeling, en die is nieuw in het muziekrecht. Toen we hier eerder schreven over de componist die filmmuziek in opdracht schrijft, was het lastigste bewijsprobleem de temp track: de referentiemuziek die onder de ruwe montage stond en die een componist niet meer kon ontkennen te hebben gehoord. Van dat luisteren bestond geen spoor. Bij een generator kán dat spoor er wél zijn. Model, versie, promptregels, soms een seed, welke stem uit welke run kwam, welk fragment een muzikant naderhand opnieuw inspeelde — dat is vast te leggen in een projectmap. Vanzelf gaat het niet: diensten verschillen sterk in wat zij tonen, exporteren en bewaren, en een dossier bestaat alleen voor zover de studio die gegevens er zelf uit haalt en duurzaam opslaat.

Dat spoor kan uw sterkste ondersteuning zijn van zelfstandige schepping en tegelijk het scherpste materiaal tegen u. Een producer die kan tonen dat een melodie uit een eigen improvisatie kwam en dat het model alleen een pad heeft ingekleurd, staat er beter voor. Een producer wiens prompt de naam van een levende artiest bevat, heeft zijn wederpartij een aanknopingspunt gegeven; bewezen is daarmee nog niets, want beslissend blijft of beschermde muzikale trekken herkenbaar in de opname terugkomen. Ook in München draaide het oordeel om herkenbare originele elementen in de uitkomsten en om de rol van het model, niet om de prompt op zichzelf. Wie generatief gereedschap gebruikt, kan voor het eerst zijn eigen procesdossier aanleggen, en de vraag is niet óf zo'n dossier bestaat, maar of het geordend is voordat iemand ernaar vraagt.


Zes punten voor uw volgende deal

  1. Voer een gereedschapsregister per stem. Noteer bij elke release welke laag door welk model of welke plug-in is aangeraakt, met versie en datum. Zonder dat overzicht kunt u een garantie niet eens beoordelen, laat staan geven.
  2. Lees de garantie voordat u de deal leest. Zoek de zin over originaliteit en rechten van derden en kijk of daar een kennisvoorbehoud in staat. Ontbreekt dat, vraag er dan om; het is de goedkoopste wijziging in het hele contract.
  3. Kijk wat de aanbieder van uw gereedschap zelf belooft. De gebruiksvoorwaarden van generatieve muziekdiensten lopen sterk uiteen: de ene sluit aansprakelijkheid voor de output uit, de andere biedt een vrijwaring die aan een betaalde abonnementsvorm en aan naleving van het gebruiksbeleid is gekoppeld. Lees ze per dienst en per abonnement, en ga van geen van beide varianten uit.
  4. Begrens de vrijwaring die u zelf geeft. Een maximumbedrag, een meldingstermijn, regie over de verdediging en het verbod om zonder uw instemming te erkennen of te schikken zijn gebruikelijke en verdedigbare voorwaarden.
  5. Regel de takedown-route vooraf. Wie beslist tot verwijdering, binnen welke termijn, wie draagt de kosten, en wat gebeurt er met de reeds uitgekeerde royalty's en met de collectieve incasso via Buma/Stemra wanneer een werk uit de exploitatie wordt gehaald.
  6. Behandel sync en reclame als de gevaarlijkste categorie. Daar staan buy-outs, wereldwijde termijnen en zware garanties tegenover een opdrachtgever die zijn campagne niet kan terugroepen. Wanneer u ergens een AI-clausule wilt uitonderhandelen, dan daar.


Labels, publishers en de doorgeefketen

Voor wie aan de andere kant van de tafel zit, ligt de opgave in de aansluiting. De garantie reist van maker naar label, van label naar distributeur, en van distributeur naar streamingdienst of sync-koper, en iedere schakel die haar niet gelijkluidend kan doorgeven, houdt haar zelf. Een label dat een ruime garantie van zijn artiest bedingt maar een ruimere aan zijn distributeur afgeeft, koopt het verschil. Dat is dezelfde ketenlogica die eerder speelde toen trainingsrechten hun weg naar de labeldeal vonden, alleen loopt zij nu de andere kant op: die onderhandeling ging over wat u aan een modelaanbieder verkoopt, deze gaat over wat u van hem terugkrijgt wanneer het misgaat.

Er is bovendien weinig gewonnen met een garantie waarvan iedereen weet dat zij niet waar kan zijn. Een artiest die openlijk met generatief gereedschap werkt en toch tekent voor volledige originaliteit, levert geen zekerheid maar een schijnzekerheid die bij de eerste claim uiteenvalt op verhaalbaarheid. Een gerichte scan van de garantie- en vrijwaringsclausules in uw lopende distributie-, label- en synccontracten kost een middag en laat precies zien welke schakel het risico feitelijk draagt; wie liever eerst de modellen naast elkaar legt, vindt de gangbare varianten bij onze muziekcontracten.

München heeft de aansprakelijkheid voor generatieve muziek een adres gegeven, en dat is winst. Het staat alleen op een andere envelop dan die in uw postvak. In uw postvak zit de garantie die u zelf tekende.

Bronnen: Landgericht München I 31 juli 2026, 42 O 763/25 (GEMA/Suno), persmededeling van de rechtbank; Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), art. 50 en 53, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/1744; Auteurswet art. 13. Stand van zaken: 13 augustus 2026.