Je song voor een vast bedrag verkocht en daarna een hit: de aanvullende vergoeding van artikel 25d Auteurswet en de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht

Stel: een producer schrijft de melodie en de akkoorden voor een single en verkoopt alle rechten voor 2.000 euro ineens. Drie jaar later staat het nummer maanden in de Top 40 en heeft een telecombedrijf het voor een reclamecampagne gelicentieerd. Het label verdient een veelvoud van zijn investering, de producer houdt zijn ene factuur. Voor die situatie heeft de Auteurswet sinds 1 juli 2015 de bestsellerbepaling van artikel 25d.

Wat artikel 25d geeft en voor wie

De maker kan een aanvullende billijke vergoeding vorderen als de afgesproken vergoeding onevenredig is in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie, gelet op wat beide partijen hebben gedaan. Het geldt voor uitgeefcontracten, buy-outs van composities, jingle-opdrachten en de verkoop van een topline. Via artikel 2b Wet op de naburige rechten kunnen ook zangers en sessiemuzikanten zich erop beroepen. De regel geldt niet wanneer je werkgever (artikel 7) of een rechtspersoon (artikel 8) volgens de wet de maker van het werk is, en niet voor je overeenkomst met Buma/Stemra of een andere beheersorganisatie.

Opbrengst, investering en de nieuwe eigenaar van de rechten

De wet noemt geen percentage. De rechter weegt de opbrengst tegen de vergoeding en telt de investering en het risico van het label mee. Houd daarbij de rechten uit elkaar: wat leverde je als componist, wat eventueel als uitvoerende, en wat bracht elk recht op. Ontstond de onevenredigheid pas nadat het label of de uitgever de rechten had doorverkocht of in licentie gegeven, dan kun je de nieuwe rechthebbende rechtstreeks aanspreken, voor zover de opbrengst daar terechtkomt. Afstand doen van deze regel kan niet, en een buitenlandse rechtskeuze neemt hem niet weg wanneer de exploitatie overwegend in Nederland plaatsvindt.

Cijfers opvragen en de geschillencommissie

De onderbouwing begint met de jaarlijkse exploitatiecijfers die je wederpartij volgens artikel 25ca moet geven. Wie niet meteen naar de rechter wil, kan terecht bij de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht. De muziekuitgevers van de NMUV en de platenmaatschappijen van NVPI Muziek zijn daar collectief bij aangesloten. De commissie bemiddelt eerst en doet alleen uitspraak als beide partijen daarmee instemmen. Die uitspraak is bindend, tenzij een partij het geschil binnen drie maanden na verzending ervan bij de rechter aanhangig maakt. Bij anoniem of door een stichting of vereniging ingediende geschillen is de uitspraak niet bindend.

Meer lezen