Een bandlid stapt op met de bandnaam: wat het Benelux-merk geeft (artikel 2.2 BVIE), wat een oudere handelsnaam en kwade trouw daartegen inbrengen en wat in het bandcontract hoort

Stel: een gitarist verlaat na zes jaar zijn band en treedt een maand later met nieuwe muzikanten op onder de oude naam. De drie anderen ontdekken dat hij die naam al eerder op eigen naam bij het BOIP heeft ingeschreven. Wie mag er nu verder als de band? Dat hangt af van het merkregister, van de manier waarop de band zich zakelijk heeft georganiseerd en van wat er in het bandcontract staat.

Wat het merkregister bij het BOIP geeft

In de Benelux ontstaat het merkrecht door inschrijving (artikel 2.2 BVIE). Een band die jaren onder een naam speelt zonder die in te schrijven, heeft op die naam geen merkrecht. Het bandlid dat de naam als Benelux-merk op eigen naam inschrijft, krijgt daarmee een sterke uitgangspositie, maar geen eindoordeel. Een oudere handelsnaam van de band kan ook tegenover een jonger merk gewicht hebben (artikel 2.23 lid 2 BVIE). Een merk dat te kwader trouw is aangevraagd, kan nietig worden verklaard (artikel 2.2bis lid 2 BVIE), bij de rechter of in een procedure bij het BOIP zelf. Groepsapps, facturen op naam van de band en een gedeelde rekening kunnen de gezamenlijke aanspraak en de omstandigheden van het depot helpen onderbouwen.

Hoe de maatschap en het bandcontract meetellen

Een band die samen optreedt en de gages deelt, is juridisch al snel een maatschap of vof. Opzegging door één lid ontbindt die samenwerking in beginsel (artikel 7A:1683 BW), en de bandnaam valt dan in de verdeling. De wet regelt voortzetting alleen na overlijden van een vennoot (artikel 7A:1688 BW). Wil de band vooraf vastleggen dat de achterblijvers mogen doorgaan, dan hoort er een voortzettingsbeding in het bandcontract. De Handelsnaamwet verbiedt daarnaast een naam die verwarring wekt met de oudere naam van een ander.

De liedjes en Sena-vergoedingen blijven verdeeld

Een split verandert op zichzelf niets aan ieders songaandeel of aan de aanspraak op de Sena-vergoeding voor opnames waarop een muzikant te horen is; uitbetaling vraagt wel een juiste registratie. Het artikel sluit af met zes afspraken over naam, voortzetting, uitkoop, verwijzend gebruik, accounts en lopende boekingen die in elk bandcontract thuishoren.

Meer lezen

Bandmerchandise vóór de eerste druk: naam, beeld en opbrengst

Een bandshirt belandt vaak sneller bij de drukker dan bij de jurist. Toch komen in die eerste oplage verschillende afspraken samen: de bandnaam, het grafische ontwerp, eventueel een portret, de productie en de verdeling van de verkoopopbrengst. Als één toestemming ontbreekt, ligt het probleem niet in een abstract dossier maar in dozen vol betaalde voorraad.

Naam en ontwerp hebben ieder een eigen route

De bandnaam kan publieksidentiteit, handelsnaam en merk zijn. Wie haar ooit bedacht, wie het Benelux-merk bezit en wie de webshop beheert, hoeft niet dezelfde persoon te zijn. Een bandafspraak moet daarom regelen wie de naam voor kleding mag licentiëren en wat er bij vertrek of splitsing met lopende voorraad gebeurt. Een registercontrole bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom laat bovendien zien welke oudere aanvragen of inschrijvingen nader onderzoek vragen.

Voor het artwork geldt een andere vraag. De betaling van een ontwerpfactuur draagt het auteursrecht niet vanzelf over. Artikel 2 Auteurswet verlangt dat de overeenkomst tot overdracht of exclusieve licentie schriftelijk wordt aangegaan; voor de levering bij overdracht is daarnaast een akte vereist. De omschrijving bepaalt welke producten, kleuren, bewerkingen, verkoopkanalen en territoria zijn toegestaan. De woorden “voor merchandise” zeggen weinig over hoodies, posters, webshopanimaties of een nieuwe tourdruk. Een ontwerplicentie moet de werkelijke productfamilie volgen.

Foto, proefdruk en laatste voorraad

Bij bandfotografie bestaan het auteursrecht van de fotograaf en de portretrechtelijke positie van de afgebeelde artiest naast elkaar. Toestemming voor een persfoto dekt niet vanzelf betaalde kleding. Leg de uitsnede, kleurbehandeling, oplage, kanalen en looptijd vast, zeker als een groepslid kan vertrekken of een gastartiest op een gelimiteerde capsule staat.

De goedgekeurde proefdruk legt vast welke stof, kleur, plaatsing en ontwerpversie de fabrikant moet leveren. Bewaar het productieprofiel, een foto van de proef en het akkoord samen. Regel ook wat na de licentieperiode met overschotten, retouren, misdrukken en samples gebeurt. Een onbeperkte uitverkoop kan de schaarste en het actuele beeld van de band ondergraven.

De afrekening begint bij aantallen

Een percentage van “de merch” is pas leesbaar wanneer bruto-omzet, btw, productiekosten, betaalprovider, venue commission, retouren en afprijzingen zijn gedefinieerd. Sluit de financiële afrekening aan op de voorraad: beginstand plus productie, verminderd met verkoop, retour, weggeefexemplaren, schade en resterende shirts. Een controleerbare merchvergoeding verbindt geld aan stuks.

De M&R contractscan kan een ontwerp-, licentie- of merchdeal onderzoeken op rechten, exclusiviteit, gebruiksruimte, afrekening en voorraad. Bij meerdere documenten en partijen past de route voor muziekcontracten. De beste contractcheck vindt plaats voordat de drukker de carrousel laat zakken en het eerste shirt onderdeel van de voorraad wordt.

Meer lezen